Lezersrecensie
Moeten er nog kolen zijn?
Uit! Er was eens een beeldschoon, lief meisje. Ze woonde met haar kwaadaardige stiefmoeder en gemene stiefzussen in een groot kasteel. Ze lieten het meisje al het vuile werk doen. Ze noemden haar Ella. Ooh, wacht! Dit boek gaat helemaal niet over Ella. Opnieuw!!
Er waren eens twee aartslelijke stiefzussen. Ze woonden in maison Douleur te Saint – Michel, Frankrijk. De prins kwam langs om zijn toekomstige bruid te zoeken. Het meisje wie het glazen muiltje paste, was het meisje van het bal en dus het meisje uit zijn dromen. Octavia en Isabelle staken daar een voetje stokje tussen door hun hiel en of hun tenen af te snijden. Zo zou het muiltje hen zeker passen. Hun bedrog komt echter aan het licht. De prins vindt Ella en ze leefden nog lang en gelukkig. Maar wat met de zussen die verminkt, verslagen en alleen achterbleven?
*
*
De 56 – jarige Donnolly benadert Assepoester op een ongeziene manier. Ze plaatst de “donkere zijde” op de voorgrond waar sinistere figuren het verhaal leiden. Het kwaad krijgt dan ook vele namen; Cecile, Hugo, madame Sévèrine, Lot, Tantine, Losca, Volkmar … De onderlinge strijd tussen de verschillende heersers in het kwaad wordt gevoerd en de stiefzussen zitten er midden in.
“ ‘Rust lekker uit, Losca, en eet zo veel als je wilt, ‘zei Lot. ‘Deze schitterende prestatie van je vraagt om een speciale beloning. Vanavond gaan we het bos in om te zien of we iets doods voor je kunnen vinden dat krioelt van de maden.”
Dat gevoelens zoals ontbering en zelfzuchtigheid worden uitvergroot is ook een ongeziene benadering van een sprookje. De zussen pogen hun leven terug op de rails te krijgen. Maar daar komt echter heel wat tegenstand. Het ganse dorp haat hen omdat ze Ella zo slecht hadden behandeld. Niemand wil nog met hen te maken hebben. Iedereen keert zich tegen hen. Hun moeder moet afrekenen met een trauma. Het gezichtsverlies dat ze ervaart omdat haar dochters nog niet zijn uitgehuwelijkt zijn komt ze niet te boven. De zussen hoeven dus niet al te veel steun van haar verwachten.
Het hoofdpersonage ondergaat een ware metamorfose. Ze ontpopt zich van lelijke stiefzus tot een liefdevolle oorlogshelding.
De dosis humor die verwerkt wordt is zeer spitsvondig en grappig. Ook hier merk je weinig van in een traditioneel sprookje.
Na een eiergevecht in het weeshuis schrijft Donnelly: “ Het was een opluchting om haar jurk uit te trekken, want die was zo stijf als een meringue.”
Deze filmische schrijfstijl smeekt om een verfilming! Komaan, Netflix!
“ Onder Ceciles mooie jurk, onder dat zijden korset en die linnen onderjurk, ging een hart als een verrotte boomstam schuil. Als je het omdraaide, vluchtten de beestjes die eronder huisden haastig weg van het licht. Beestjes met namen als afgunst, angst, woede en schaamte.”
Ooh, waarom die groene kool op de foto staat? Dan zal je het boek moeten lezen!