Lezersrecensie
Guy Prieels overtreft zichzelf
Bluf is de perfecte titel voor de factionroman van Guy Prieels, die zich in Gent afspeelt. In zijn woning die hij Eldorado heeft genoemd ligt de hoofdpersoon van deze roman, Willem van Vugt, te piekeren over de gebeurtenissen van de voorbije week. “Het was heftig maar hij heeft geen fouten gemaakt.” Met deze zin trekt Prieels je meteen het verhaal in vooral als een paar regels verder staat “Op het menu van de dag: bakvis.”
Twee rechercheurs staan voor de deur en komen navraag doen naar zijn vriend Joris Lenaerts die uit het kanaal Gent-Terneuzen is opgevist. “Verdronken? Hij kon zwemmen als een vis.” Willem wordt verdacht, maar is niet onder de indruk. Violet, de echtgenote van Joris, heeft verteld dat Joris voor het laatst gezien is in het bijzijn van Willem, een mannetje van slechts 1.63 m lang. Willem is steenrijk. Vreemd want hij is schaderegelaar bij een verzekeringsmaatschappij. Hij woont met zijn gezin in een fantastische villa, die van alle gemakken voorzien is, strooit kwistig met geld, betaalt in zijn favoriete restaurant altijd met een blanco cheque, baadt in luxe. En hij is niet vies van amoureuze avontuurtjes. Violet is zijn favoriete minnares, maar een 15-jarige oppas , Toria, versmaadt hij evenmin. “Ach meisje wat zou ik je graag tot zadel dienen”, denkt hij als ze op de fiets komt aan zetten. “De twee knapen onder haar blouse – Vrijheid en Blijheid – enkel bedwongen door een nietig lapje textiel, dansen losjes voor haar uit.” Het moge duidelijk zijn gebrek aan lengte compenseert Willem met andere kwaliteiten.
De bewijzen voor moord lijken allemaal in de richting van Willem te wijzen en onderzoeksrechter Ninette De Vilder blijkt een bijtertje. Maar Willem maakt zich nergens druk om en maakt van de ondervragingen die hij ondergaat een spelletje “alsof hij opgetrokken is uit teflon.” Hij bekend de moord niet. Door te bekennen dat hij als schaderegelaar zijn baas opgelicht heeft, niemand had dat in de gaten, leidt hij de aandacht af van de dood op Lenaerts. Hij wordt veroordeeld voor de verduistering van 40 miljoen frank. Laconiek als altijd zegt Willem: “Laat ze het houden, ik eet er geen boterhammetje minder om.” In feite heel hij meer dan 100 miljoen weggesluisd. Willem wordt veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf. Zijn baas is woedend. “Willem is nog sluwer dan hij.”
In de gevangenis leert hij onderzoeksrechter Gijs Vespers kennen, ‘een gevallen engel’, die de gevangenisstraf zwaar valt. Willem sluit vriendschap met hem en krijgt informatie die later essentieel blijkt te zijn. Als Willem zijn gevangenisstraf heeft uitgezeten wordt hij eerst gerehabiliteerd en slaat vervolgens nog eenmaal vernietigend toe door de bank op te lichten en met 75.910.000 frank cash de bank en het land te verlaten. Al dat geen bluf is!
Het lijkt een absurd verhaal, maar het speelde zich in het echt af zo tussen 1977 en 1994, in de tijd waarin met cheques betaald werd. Prieels heeft gedegen bronnenonderzoek gedaan .
Hoewel Van Vugt een oplichter pur sang is krijg je sympathie voor hem. Bankiers en de leidinggevenden van verzekeringsmaatschappijen deugen niet. En Willem lijkt een beetje op een Robin Hood: “Met de glimlach wiegt hij zijn omgeving in slaap. Een wolf tussen de schapen moet zich in de wol steken”, is het niet? Willem heeft humor, een trommel vol sterke verhalen en is glad genoeg om het iedereen naar de zin te maken.
In Bluf komen allerlei thema’s aan de orde: enorme fraude, moord, de macht van het geld (alles is te koop), vrouwen die zich als golddiggers gedragen, overspel. Willem denkt uiteindelijk alleen aan zichzelf.
Het boek bestaat uit vijf delen, die beginnen met een woord gevolgd door een vraagteken: Moord? Liefde? Vriendschap? Afscheid? Einde? Is het echt moord of niet? Is er sprake van liefde, vriendschap, afscheid of niet? En zou Willem nog leven?
Guy Prieels is een verteller pur sang en zijn taalgebruik maakt het lezen van dit boek tot een feest. Op iedere bladzijde kom je wel een prachtige metafoor of zegswijze tegen. In een enkele zin zet hij een personage karakteristiek neer. “Klein, bits en spichtig. Hij ziet er uit als een kraai op een kadaver. Hij geeft geen tong in zijn mond zitten, maar een scheermes.” Zo wordt advocaat Mertens, die Willem verdedigt neergezet. En wat te denken van “In haar wufte zomerkleedje ziet ze er uit als een cadeau met een fors prijskaartje” en je kunt je voorstellen hoe deze vrouw er uit ziet als Prieels schrijft “pure splijtstof op twee benen”. Dit noem je beeldend taalgebruik.
Wat is dit een heerlijk boek. Het boek sprankelt, overtuigt. Jammer dat de uitgever zo slordig is geweest. Het lijkt me toch dat je op zijn minst kijkt of de nummering van de hoofdstukken klopt. Hoofdstuk 68 ontbreekt, hoofdstuk 69 komt na hoofdstuk 70.