Lezersrecensie

Bijzondere pelgrimages


Jan Stoel Jan Stoel
13 mrt 2024

Pelgrimskinderen is de titel van de nieuwe bundel van zes verhalen van Ben van Wensveen. Het geloof is een belangrijk motief in de verhalen. Pelgrims gingen vroeger op pad naar een plek waar een heilige werd vereerd die voor hen een voorbeeld was. Men ging ook op pelgrimage om boete te doen, om vergeving te vragen. Maar pelgrimeren kan ook een andere betekenis hebben. Pelgrims willen ook in deze soms verwarrende maatschappij ook dingen op een rijtje zetten, terugblikken en vooruitkijken, reflecteren op wat echt belangrijk is in hun leven. Ze dragen in hun bagage problemen mee waarmee ze in het reine willen komen zoals rouw en relatieproblemen. Het doel van de pelgrimage is hoop zoeken of een nieuwe start in het leven maken. Maar of dat lukt? Of je onderweg de moed niet verliest? En of je net als op de cover vanuit het duister het licht zult bereiken?

Bij Van Wensveen gaan de verhalen over mensen die een beetje aan de rand van de samenleving staan en niet voor vol aangezien worden, geïsoleerd zijn geraakt. Zoals Tonnie van Duinkerken, die op zijn school door het hoofd gekleineerd wordt en naar het hoofd “met een massieve kop boven op de stierennek” alleen maar mag luisteren, zogenaamd om welopgevoed te raken. Leuk dat aan de andere kant dat hoofd die vormelijkheid zelf niet navolgt: hij krabt constant onder zijn oksel. Tonnie moet dringend de trein halen om zijn moeder, die zenuwziek is, in de inrichting te bezoeken: schoon ondergoed brengen en fruit. Bij wijze van uitzondering mag hij de reis ondernemen. Tonnie voelt zich verplicht. Maar als hij thuiskomt bij zijn vader dan volgt de ontnuchtering.

God als rechter
Of Adrianus Verweerd, het topverhaal in deze bundel. Het begint prachtig: “Hij zat op vaste tijden voor het raam. De jenever stond op de grond naast zijn stoel. Zijn borrelglaasje in de vensterbank. Hij had zich erin getraind om niet meer dan een fles per dag te drinken. Dat werd met het jaar moeilijker, want naarmate hij ouder werd, gingen de dagen langer duren.” […] “Waar hij naar keek, waren de herinneringen die in beelden en in eindeloze herhaling aan hem voorbijtrokken.” Adriaan heeft last van meer dan één trauma. Hij is getekend door het leven en dat begon al toen hij kind was. Prachtig heeft de auteur een verbinding gemaakt met psalm 75. Adriaan heeft daarbij als kind op school bij het opzeggen uit het hoofd een fout gemaakt en dat wordt hem nagedragen. Hij wordt constant Psalm 75, vers 5 genoemd. Laat nu deze psalm gaan over ‘God als rechter.’ Adriaan heeft in het leven veel tegenslag gehad, en zegt op een gegeven moment dat hij ook de naam van God begraven heeft. Hij komt zelfs in de gevangenis. ’s Nachts verschijnt God in zijn cel. Komt hij hierdoor in het reine met zichzelf? Kan hij een nieuwe start maken?

Knap is het verhaal over Klein Koosie, Kobus Verberghe, die zo heet omdat hij onooglijk klein geboren werd (volgens zijn vader paste hij in een sigarenkistje). Hij werkt op een “beschutte werkplaats” en de familie Kelderman nodigt hem uit om op zaterdagavond bij hen thuis te komen. En het is voor hem samen met de mis op zondag het hoogtepunt van de week. Kobus geniet daarvan. En dan sterft hij. We beleven de uitvaart door de ogen van Woutje Kelderman. Van Wensveen laat dan zien dat hij zorgvuldig werkt. Kobus wordt niet voor niets op Stille Zaterdag begraven, de laatste dag van de Vastentijd en een dag van stilte en bezinning. Op zijn rouwkaart staat “Ik zal dan gedurig bij u zijn” uit Psalm 73. Hij heeft zijn bestemming bereikt. Zijn pelgrimage is voltooid.

Bijbelpassages
Van Wensveen bouwt zijn indringende verhalen nauwgezet op, overhaast niets. Hij schrijft ‘traag’. Je moet je daar aan overgeven, proeven van wat het verhaal en de details daarin te bieden hebben. Niet haasten dus. Een pelgrimstocht duurde ook wel eventjes, nietwaar? Zijn personages zijn mensen van vlees en bloed en Van Wensen kan zich goed verplaatsen in hun psyche. Het levert levensechte portretten op. Ik denk bijvoorbeeld aan Woutje Kelderman: zo authentiek beschreven. Het is genieten van zijn precieze stijl. Ieder woord is gewikt en gewogen en zet je aan het denken. Dat brengt verdieping in zijn verhalen. Bijvoorbeeld de man die in een ziekenhuis ligt en ziet hoe mensen lijden: “Beesten help je uit hun lijden, maar mensen laten ze tot het bittere einde knokken.” De auteur verwerkt ook humor in zijn verhalen. Daardoor ontstaat een mooie balans tussen het zware en het lichte. Zoals het kind dat in de Sinterklaastijd zingt “hoe waaien zijn wimpers” in plaats van “hoe waaien zijn wimpels” en de zin “Hij trok het zwaard uit zijn schedel” in plaats van. “uit zijn schede.” Prachtig zijn de natuurbeschrijvingen, zo rijk en vol details. De soms te nadrukkelijke verwijzingen naar passages uit de Bijbel kunnen bij het lezen ook wel lichte irritatie oproepen. Je weet dat er weer zo’n passage komt. De verhalen hebben ook een universeel karakter. Hoe gaan wij om met mensen die ‘anders’ zijn?

Aantal sterren: 3,5
Recensie is eerder gepubliceerd op Bazarow.com

Reacties

Meer recensies van Jan Stoel

Boeken van dezelfde auteur