Lezersrecensie
Het leven van een duizendpoot.
De boeken van Margaret Atwood kunnen me niet bekoren maar toen ik zag dat ze een autobiografie had geschreven dacht ik, dat kon wel eens interessant zijn. En inderdaad, dit boek is buitengewoon interessant want, ga maar na, als je tegen de 90 bent dan heb je een lang leven achter je waarin veel is gebeurd.
Atwood heeft een ijzeren geheugen of ze heeft geput uit vele bronnen, maar ze schrijft zeer uitvoerig vanaf haar vroegste jeugd tot in 2024. Ik kreeg al lezende de indruk dat ze niets verzweeg maar ze beperkte zich tot feiten. Nergens kon ik haar betrappen op overpeinzingen of zelfanalyse en inderdaad, ze bevestigt dit zelf op blz 304:
Ik was meer geïnteresseerd in de mensen van papier die ik zelf kon scheppen dan in een diepe duik in mijn eigen psyche, als zoiets al bestaat.
Atwood vertelt vol liefde en toewijding, op haar manier, want ze is eigenlijk altijd stoer als een kerel, over haar oorsprong in Nova Scotia, waar nog steeds veel familie van haar woont. Haar beide ouders komen er vandaan en ze zegt dat ze nog steeds met een licht Novascotiaanse tongval spreekt. Ze lijkt er heimelijk trots op te zijn.
Vader en moeder verhuizen echter al snel naar Toronto waar Margaret als tweede kind in het gezin opgroeit. Ze staat uitgebreid stil bij haar jeugd die ogenschijnlijk gedomineerd wordt door spartaanse tochten in de Canadese wildernis. Haar oudere broer en beide ouders waren hartstochtelijke buitenmensen en wie met pek omgaat...Als Margaret vele jaren later een kind heeft gekregen, schrijft ze het volgende op blz 402:
Toen Jess drie maanden oud was ging ze, geheel volgens onze familietraditie met ons mee de bossen in. Ze hoorde de ijsduiker roepen en keek boomtelevisie - bewegende blaadjes - en daar viel ze bij in slaap.
Een prachtig beeld, heel herkenbaar en treffend verwoord. kom er maar eens op. Deze speelsheid kenmerkt Atwood want haar wervelende en bruisende creativiteit, fantasie en dadendrang spatten overal van de pagina's. Niet alleen op micronivo, zoals hierboven, maar overal, wereldwijd, alles veroverend, maar zover zijn we nog niet. Door het hele boek heen lezen we over haar zucht naar het uiten van haar fantasievolle geest, of het nu gaat over gedichten die ze als 16-jarige scholier schreef, over de geinige tekenstrips die ook her en daar in dit boek staan, verkleedpartijen of haar magistrale Handmaid's Tale. Het gaat steeds over haar behoefte om zich te uiten, nooit over prestaties, roem of erkenning. De roem is altijd min of meer een terloops bijproduct.
Toen ze voor de eerste keer de Booker Prize won, gebeurde het volgende. Ik geef je de hele alinea van blz 503:
Was het leuk om de Booker te winnen? Ik zou liegen als ik zou zeggen van niet, maar aangezien ik Canadees ben, en weet dat een ongeremde jubel over de eigen prestaties indruist tegen de etiquette, zal ik eraan toevoegen dat ik de verkeerde schoenen droeg die mijn tenen afknelden, en dat ik op de vraag wat de belangrijkste invloed op mijn werk was geweest antwoordde: "Jemima Puddle-Duck van Beatrix Potter."
Waarom zou je wachten tot iemand anders je voor gek zet? Dat kun je beter zelf doen.
Ze ontmoette haar grote liefde meerdere malen voordat de kwartjes vielen: Graeme Gibson, de vader van hun enige kind. De naam Graeme komt vervolgens zo vaak voor in het boek dat het me begon te irriteren want hoe spreek je in godsnaam deze onmogelijke naam uit? Wikipedia weet raad: Graeme is de Keltische variant van Graham en wordt merkwaardigerwijs precies zo uitgesproken.
Graeme past perfect bij Margaret. niet alleen is hij een groot liefhebber van literatuur en heeft ook zelf een en ander geschreven, hij houdt ook veel van de natuur en het buitenleven. Het stel benut veel vrije momenten om eropuit te gaan en zijn dan niet te beroerd om jan en alleman mee te slepen, of die het nu op prijs stellen of niet. Ene Naomi wordt meegetroond naar het desolate en gruwelijk koude Labrador. Atwood schrijft daarover het volgende op blz 525:
Ik koester de herinnering aan Naomi die...bij een waterval zit aan de kust van het woeste Labrador, omringd door rotsen, kliffen en de oceaan.
"Dit vindt ons totaal niet belangrijk, hè?" zei ze tegen Graeme, en ze wees om zich heen.
"Nee, zei Graeme, "klopt."
"Heel geruststellend," zei Naomi.
Vele honderden mensen passeren de revue in dit dikke boek. Doorgaans knap ik af op zoveel deelnemers maar hier hinderde het niet. Ze waren maar passanten, zij het belangrijke voor Atwood, maar ze verdwenen ook snel weer achter de horizon want de schrijfster weet niet alleen de vaart erin te houden, ze weet ook precies wat ze je wil vertellen, gaat recht op haar doel af, zodat ze zelfs mij niet kwijtraakt.
Naarmate Atwood ouder wordt, neemt de tijd een belangrijker plaats in. Ze verwoordt dit, wederom speels, in een fragmentje op blz 531:
De klok tikte voort. De kalenderblaadjes dwarrelden van de muur. Binnenkort zou Donald Trump worden gekozen. Ons beeld van de wereld waarin we leefden zou gaan veranderen.
Graeme wordt ouder en begint te dementeren. Atwood schrijft erover, onder andere zoals blijkt uit het volgende fragment op blz 544:
Tegen onze vriendin Sylvia Fraser zei Graeme: "Ik weet niet hoe je heet, maar ik weet wel dat ik je ken en ook dat ik de aardig vind."
"Prima," zei ze. "Wat wil een mens nog meer."
"Ik weet niet meer hoe de vogels heten," zei hij. "Maar ach, zij weten ook niet hoe ik heet."
Als Graeme op zijn sterfbed ligt, gebeurt het volgende en is kenmerkend voor Atwoods no-nonsense stijl. Het staat op blz 556:
eerder dat jaar had hij alle kinderen bijgepraat over het moment waarvan we wisten dat het eraan zat te komen. [ Samen met Margaret had Graeme één kind maar uit een eerder huwelijk had hij twee zonen]
"Jullie moeten je over mij geen zorgen maken," had hij gezegd. "Maar voor haar zal het wel moeilijk zijn."
Met "haar" bedoelde hij mij. En dat was zo.
Maar als je denkt dat Atwood altijd over zombies, moorden en dystopieën schreef dan heb je het mis getuige een prachtig, teder gedicht over de demente Graeme op blz 561 dat ik niet ga overschrijven want zo langzamerhand ben je toch wel nieuwsgierig geworden naar dit boek, of niet soms.
Wat moet ik verder nog melden? Er staan veel foto's in dit boek en dat is heel fijn vooral voor een visueel ingesteld persoon als ik.
Als Margaret is uitverteld, staat achterin een verhaaltje van Margarets vader. Ze vonden het bij het opruimen en het heet Hoe ik entomoloog werd, voorzien van een werkelijk schitterende prehistorische foto van vijf levenslustige kinderen gezeten op een hek, allen met blote voeten. Ja, niet alleen Margaret was succesvol, haar vader doceerde aan de universiteit evenals haar broer Harold, maar die was dan weer fysioneuroloog.
Gevolgd door een uitgebreid dankwoord waarin wederom honderden namen de revue passeren. De schrijfster wil kennelijk niemand te kort doen. Ik liet mijn ogen over die bladzijden gaan en werd me er weer van bewust dat het universum van Atwood heel groot is en ook opera, ballet, theater, film en tv omvat. Verder waren zij en haar man actieve natuurbeschermers, ze is feministe en staat pal voor mensenrechten.
Daarna een chronologische lijst van haar publicaties met ook een overzicht van haar werk in Nederlandse vertaling. Je kunt dit boek gerust een standaardwerk noemen en elke Atwood-fan zou dit moeten aanschaffen.
De vertalers Lidwien Biekmann en Frank Lekens hebben een geweldige prestatie geleverd want er moesten bijna 600 pagina's vertaald worden en dan ook nog in soepel Nederlands, recht doend aan de schrijfster. Dat is allemaal heel goed gelukt.
Ik vond het een flinke klus, deze recensie en alles nalezend werd ik me ervan bewust dat misschien niet altijd duidelijk is waar aanhalingen uit de tekst ophouden maar ik reken op jullie gevoel voor logica.
Atwood heeft een ijzeren geheugen of ze heeft geput uit vele bronnen, maar ze schrijft zeer uitvoerig vanaf haar vroegste jeugd tot in 2024. Ik kreeg al lezende de indruk dat ze niets verzweeg maar ze beperkte zich tot feiten. Nergens kon ik haar betrappen op overpeinzingen of zelfanalyse en inderdaad, ze bevestigt dit zelf op blz 304:
Ik was meer geïnteresseerd in de mensen van papier die ik zelf kon scheppen dan in een diepe duik in mijn eigen psyche, als zoiets al bestaat.
Atwood vertelt vol liefde en toewijding, op haar manier, want ze is eigenlijk altijd stoer als een kerel, over haar oorsprong in Nova Scotia, waar nog steeds veel familie van haar woont. Haar beide ouders komen er vandaan en ze zegt dat ze nog steeds met een licht Novascotiaanse tongval spreekt. Ze lijkt er heimelijk trots op te zijn.
Vader en moeder verhuizen echter al snel naar Toronto waar Margaret als tweede kind in het gezin opgroeit. Ze staat uitgebreid stil bij haar jeugd die ogenschijnlijk gedomineerd wordt door spartaanse tochten in de Canadese wildernis. Haar oudere broer en beide ouders waren hartstochtelijke buitenmensen en wie met pek omgaat...Als Margaret vele jaren later een kind heeft gekregen, schrijft ze het volgende op blz 402:
Toen Jess drie maanden oud was ging ze, geheel volgens onze familietraditie met ons mee de bossen in. Ze hoorde de ijsduiker roepen en keek boomtelevisie - bewegende blaadjes - en daar viel ze bij in slaap.
Een prachtig beeld, heel herkenbaar en treffend verwoord. kom er maar eens op. Deze speelsheid kenmerkt Atwood want haar wervelende en bruisende creativiteit, fantasie en dadendrang spatten overal van de pagina's. Niet alleen op micronivo, zoals hierboven, maar overal, wereldwijd, alles veroverend, maar zover zijn we nog niet. Door het hele boek heen lezen we over haar zucht naar het uiten van haar fantasievolle geest, of het nu gaat over gedichten die ze als 16-jarige scholier schreef, over de geinige tekenstrips die ook her en daar in dit boek staan, verkleedpartijen of haar magistrale Handmaid's Tale. Het gaat steeds over haar behoefte om zich te uiten, nooit over prestaties, roem of erkenning. De roem is altijd min of meer een terloops bijproduct.
Toen ze voor de eerste keer de Booker Prize won, gebeurde het volgende. Ik geef je de hele alinea van blz 503:
Was het leuk om de Booker te winnen? Ik zou liegen als ik zou zeggen van niet, maar aangezien ik Canadees ben, en weet dat een ongeremde jubel over de eigen prestaties indruist tegen de etiquette, zal ik eraan toevoegen dat ik de verkeerde schoenen droeg die mijn tenen afknelden, en dat ik op de vraag wat de belangrijkste invloed op mijn werk was geweest antwoordde: "Jemima Puddle-Duck van Beatrix Potter."
Waarom zou je wachten tot iemand anders je voor gek zet? Dat kun je beter zelf doen.
Ze ontmoette haar grote liefde meerdere malen voordat de kwartjes vielen: Graeme Gibson, de vader van hun enige kind. De naam Graeme komt vervolgens zo vaak voor in het boek dat het me begon te irriteren want hoe spreek je in godsnaam deze onmogelijke naam uit? Wikipedia weet raad: Graeme is de Keltische variant van Graham en wordt merkwaardigerwijs precies zo uitgesproken.
Graeme past perfect bij Margaret. niet alleen is hij een groot liefhebber van literatuur en heeft ook zelf een en ander geschreven, hij houdt ook veel van de natuur en het buitenleven. Het stel benut veel vrije momenten om eropuit te gaan en zijn dan niet te beroerd om jan en alleman mee te slepen, of die het nu op prijs stellen of niet. Ene Naomi wordt meegetroond naar het desolate en gruwelijk koude Labrador. Atwood schrijft daarover het volgende op blz 525:
Ik koester de herinnering aan Naomi die...bij een waterval zit aan de kust van het woeste Labrador, omringd door rotsen, kliffen en de oceaan.
"Dit vindt ons totaal niet belangrijk, hè?" zei ze tegen Graeme, en ze wees om zich heen.
"Nee, zei Graeme, "klopt."
"Heel geruststellend," zei Naomi.
Vele honderden mensen passeren de revue in dit dikke boek. Doorgaans knap ik af op zoveel deelnemers maar hier hinderde het niet. Ze waren maar passanten, zij het belangrijke voor Atwood, maar ze verdwenen ook snel weer achter de horizon want de schrijfster weet niet alleen de vaart erin te houden, ze weet ook precies wat ze je wil vertellen, gaat recht op haar doel af, zodat ze zelfs mij niet kwijtraakt.
Naarmate Atwood ouder wordt, neemt de tijd een belangrijker plaats in. Ze verwoordt dit, wederom speels, in een fragmentje op blz 531:
De klok tikte voort. De kalenderblaadjes dwarrelden van de muur. Binnenkort zou Donald Trump worden gekozen. Ons beeld van de wereld waarin we leefden zou gaan veranderen.
Graeme wordt ouder en begint te dementeren. Atwood schrijft erover, onder andere zoals blijkt uit het volgende fragment op blz 544:
Tegen onze vriendin Sylvia Fraser zei Graeme: "Ik weet niet hoe je heet, maar ik weet wel dat ik je ken en ook dat ik de aardig vind."
"Prima," zei ze. "Wat wil een mens nog meer."
"Ik weet niet meer hoe de vogels heten," zei hij. "Maar ach, zij weten ook niet hoe ik heet."
Als Graeme op zijn sterfbed ligt, gebeurt het volgende en is kenmerkend voor Atwoods no-nonsense stijl. Het staat op blz 556:
eerder dat jaar had hij alle kinderen bijgepraat over het moment waarvan we wisten dat het eraan zat te komen. [ Samen met Margaret had Graeme één kind maar uit een eerder huwelijk had hij twee zonen]
"Jullie moeten je over mij geen zorgen maken," had hij gezegd. "Maar voor haar zal het wel moeilijk zijn."
Met "haar" bedoelde hij mij. En dat was zo.
Maar als je denkt dat Atwood altijd over zombies, moorden en dystopieën schreef dan heb je het mis getuige een prachtig, teder gedicht over de demente Graeme op blz 561 dat ik niet ga overschrijven want zo langzamerhand ben je toch wel nieuwsgierig geworden naar dit boek, of niet soms.
Wat moet ik verder nog melden? Er staan veel foto's in dit boek en dat is heel fijn vooral voor een visueel ingesteld persoon als ik.
Als Margaret is uitverteld, staat achterin een verhaaltje van Margarets vader. Ze vonden het bij het opruimen en het heet Hoe ik entomoloog werd, voorzien van een werkelijk schitterende prehistorische foto van vijf levenslustige kinderen gezeten op een hek, allen met blote voeten. Ja, niet alleen Margaret was succesvol, haar vader doceerde aan de universiteit evenals haar broer Harold, maar die was dan weer fysioneuroloog.
Gevolgd door een uitgebreid dankwoord waarin wederom honderden namen de revue passeren. De schrijfster wil kennelijk niemand te kort doen. Ik liet mijn ogen over die bladzijden gaan en werd me er weer van bewust dat het universum van Atwood heel groot is en ook opera, ballet, theater, film en tv omvat. Verder waren zij en haar man actieve natuurbeschermers, ze is feministe en staat pal voor mensenrechten.
Daarna een chronologische lijst van haar publicaties met ook een overzicht van haar werk in Nederlandse vertaling. Je kunt dit boek gerust een standaardwerk noemen en elke Atwood-fan zou dit moeten aanschaffen.
De vertalers Lidwien Biekmann en Frank Lekens hebben een geweldige prestatie geleverd want er moesten bijna 600 pagina's vertaald worden en dan ook nog in soepel Nederlands, recht doend aan de schrijfster. Dat is allemaal heel goed gelukt.
Ik vond het een flinke klus, deze recensie en alles nalezend werd ik me ervan bewust dat misschien niet altijd duidelijk is waar aanhalingen uit de tekst ophouden maar ik reken op jullie gevoel voor logica.
1
Reageer op deze recensie
