Lezersrecensie
Elegantie
Nadat ik genoten had van Ik ben Asjer Lev, verheugde ik me op het vervolg.
We maken een sprong in de tijd. Asjer is inmiddels getrouwd, heeft twee jonge kinderen en woont in de Provence. Ze hebben het daar naar hun zin en zijn omringd door oude en nieuwe bekenden.
De dood van zijn oom roept het gezin terug naar New York en de chassidische gemeenschap.
Ze wilden aanvankelijk een week blijven maar het vertrek werd keer op keer uitgesteld op aandringen van de familie, maar tot ongenoegen van Asjer.
Na de begrafenis blijkt oom Yitschok in het geheim een enorme kunstverzameling te hebben vergaard en nagelaten aan Asjer. Dat zet kwaad bloed bij de zonen van Yitschok en veroorzaakt onvermijdelijke deining binnen de familie. Asjer zit ermee in zijn maag.
Inmiddels beginnen de vrouw van Asjer en zijn kinderen het verblijf in Brooklyn erg te waarderen, wat het vertrek steeds moeilijker maakt. Deel 1 van het boek beschrijft deze periode.
In het volgende deel verblijft Asjer in Parijs waar hij allerlei afspraken heeft met kunstenaars en veel herinneringen ophaalt. Na zijn weken in Parijs reist hij naar de Provence, geniet van klimaat en natuur en overdenkt veel van wat er gebeurd is. Tenslotte vertrekt hij naar de VS en stelt vast dat zijn vrouw en kinderen nog meer verknocht zijn geraakt aan de chassidische gemeenschap en aan zijn ouders.
Asjer Lev overweegt ten einde raad om alleen terug te gaan naar Zuid-Frankrijk en zich alleen bij zijn gezin te voegen tijdens de joodse feest- en gedenkdagen.
Gedurende deze hele periode lukt het Lev niet om te schilderen. Hij voelt zich om meerdere redenen geblokkeerd wat hem uiteraard frustreert. Zijn roem is echter onverminderd groot en het sympatieke is dat Lev zich er nooit op zal laten voorstaan. Hij blijft de bescheiden man die simpelweg zijn hart volgt en doorgaat met tekenen en schetsen. Maar het grote doek in zijn atelier in de Provence blijft leeg.
Gedurende de dagen in Parijs ziet hij het appartement waar zijn vrouw twee jaar heeft ondergedoken gezeten samen met haar neef, toen vijf en ongeveer negen jaar oud. Asjer zal nooit het verhaal vergeten dat zijn vrouw hem heeft verteld:
In 1942 was er een grote razzia gaande in Parijs. Deze keer was ook het gezin van zijn vrouw aan de beurt. Devora was niet thuis op het moment waarop de nazi's haar ouders sommeerden om een tas met noodzakelijke spullen in te pakken en zich klaar te maken voor vertrek. Opeens stormt Devora de kamer binnen en ziet wat er gebeurt. Nog voordat ze vragen kan stellen begint haar moeder tegen haar te schelden. Ze sommeert haar om weg te gaan, naar haar eigen huis te gaan. Je hebt hier niets te zoeken!
De kleine meid begrijpt onmiddellijk wat er gaande is en wat de bedoeling is. Zonder een woord te zeggen maakt ze rechtsomkeert en rent naar het huis van haar tante.
De bovenmenselijke onbaatzuchtigheid van deze moeder greep me naar de strot.
Het was wederom een genot om dit boek te lezen ondanks de vele passages over de sektarische chassidische gemeenschap. Ik heb niets met religie maar toch stoorde het me niet. De vrijzinnige hoofdpersoon van dit boek maakte het draaglijk en zijn trouw aan zijn mensen voelde oprecht.
Eén ster minder want er gaat niets boven de magie van de kindertijd zoals die in deel één van dit tweeluik is beschreven.
We maken een sprong in de tijd. Asjer is inmiddels getrouwd, heeft twee jonge kinderen en woont in de Provence. Ze hebben het daar naar hun zin en zijn omringd door oude en nieuwe bekenden.
De dood van zijn oom roept het gezin terug naar New York en de chassidische gemeenschap.
Ze wilden aanvankelijk een week blijven maar het vertrek werd keer op keer uitgesteld op aandringen van de familie, maar tot ongenoegen van Asjer.
Na de begrafenis blijkt oom Yitschok in het geheim een enorme kunstverzameling te hebben vergaard en nagelaten aan Asjer. Dat zet kwaad bloed bij de zonen van Yitschok en veroorzaakt onvermijdelijke deining binnen de familie. Asjer zit ermee in zijn maag.
Inmiddels beginnen de vrouw van Asjer en zijn kinderen het verblijf in Brooklyn erg te waarderen, wat het vertrek steeds moeilijker maakt. Deel 1 van het boek beschrijft deze periode.
In het volgende deel verblijft Asjer in Parijs waar hij allerlei afspraken heeft met kunstenaars en veel herinneringen ophaalt. Na zijn weken in Parijs reist hij naar de Provence, geniet van klimaat en natuur en overdenkt veel van wat er gebeurd is. Tenslotte vertrekt hij naar de VS en stelt vast dat zijn vrouw en kinderen nog meer verknocht zijn geraakt aan de chassidische gemeenschap en aan zijn ouders.
Asjer Lev overweegt ten einde raad om alleen terug te gaan naar Zuid-Frankrijk en zich alleen bij zijn gezin te voegen tijdens de joodse feest- en gedenkdagen.
Gedurende deze hele periode lukt het Lev niet om te schilderen. Hij voelt zich om meerdere redenen geblokkeerd wat hem uiteraard frustreert. Zijn roem is echter onverminderd groot en het sympatieke is dat Lev zich er nooit op zal laten voorstaan. Hij blijft de bescheiden man die simpelweg zijn hart volgt en doorgaat met tekenen en schetsen. Maar het grote doek in zijn atelier in de Provence blijft leeg.
Gedurende de dagen in Parijs ziet hij het appartement waar zijn vrouw twee jaar heeft ondergedoken gezeten samen met haar neef, toen vijf en ongeveer negen jaar oud. Asjer zal nooit het verhaal vergeten dat zijn vrouw hem heeft verteld:
In 1942 was er een grote razzia gaande in Parijs. Deze keer was ook het gezin van zijn vrouw aan de beurt. Devora was niet thuis op het moment waarop de nazi's haar ouders sommeerden om een tas met noodzakelijke spullen in te pakken en zich klaar te maken voor vertrek. Opeens stormt Devora de kamer binnen en ziet wat er gebeurt. Nog voordat ze vragen kan stellen begint haar moeder tegen haar te schelden. Ze sommeert haar om weg te gaan, naar haar eigen huis te gaan. Je hebt hier niets te zoeken!
De kleine meid begrijpt onmiddellijk wat er gaande is en wat de bedoeling is. Zonder een woord te zeggen maakt ze rechtsomkeert en rent naar het huis van haar tante.
De bovenmenselijke onbaatzuchtigheid van deze moeder greep me naar de strot.
Het was wederom een genot om dit boek te lezen ondanks de vele passages over de sektarische chassidische gemeenschap. Ik heb niets met religie maar toch stoorde het me niet. De vrijzinnige hoofdpersoon van dit boek maakte het draaglijk en zijn trouw aan zijn mensen voelde oprecht.
Eén ster minder want er gaat niets boven de magie van de kindertijd zoals die in deel één van dit tweeluik is beschreven.
1
Reageer op deze recensie
