Lezersrecensie
Een diepgravende, droge biografie
‘De prins van Haïti. Het heldhaftige leven van Toussaint Louverture’ is een door Sudhir Hazareesingh geschreven biografie. Het boek won in 2021 de Wolfson History Prize. Kort na het publiceren van de vertaling is de titel gewijzigd in ‘Toussaint Louverture. De bevrijder van Haïti.’ De oorspronkelijke titel is ‘Black Spartacus: The Epic Life of Toussaint Louverture.’ Louverture was de leider van de enige slavenopstand die ooit succes had en wordt als een visionair beschouwd. Hazareesingh blijkt echter geen uitmuntend verteller want in zijn academische en droge biografie komt deze bijzonder boeiende en getalenteerde held niet tot leven.
Wie was Toussaint Louverture?
Eind 18e eeuw was de Franse kolonie Saint-Domingue (nu: Haïti) door zijn gigantische opbrengsten aan suiker en koffie, die door meer dan een half miljoen slaven werden geproduceerd, de grootste exporteconomie in Amerika. De slaafgeboren Toussaint Louverture werd geleidelijk leider van de slavenopstand die er in 1791 begon. In 1793 werd de slavernij afgeschaft en werd hij de commandant van het republikeinse leger en later de gouverneur. Tijdens de Haïtiaanse Revolutie streed hij tegen Franse, Spaanse en Engelse troepen. Toen Napoleon in 1802 een leger stuurde om de slavernij opnieuw in te voeren begon de Onafhankelijkheidsoorlog. Louverture streefde echter niet naar onafhankelijkheid maar naar een multiraciale republiek waarin vrijheid, gelijkheid en broederschap voor iedereen gold. Als gevolg van verraad door generaals die alle banden met Frankrijk wilden verbreken, werd hij uiteindelijk gevangen genomen door het leger van Napoleon en naar Frankrijk overgebracht, waar hij overleed in 1803.
Louverture was een zeer behendig diplomaat, een sluw politicus en een onbevreesd legeraanvoerder. Het meest verbluffend is wel dat hij de logica en de denkkracht van de Verlichting (die kort daarvoor de Franse Revolutie in gang hadden gezet) wist te verbinden met de creoolse cultuur die bestond uit elementen van Afrikaans politiek bestuur en geloof in de natuur; tevens wist hij de geloofswaarden uit het Christendom te verbinden met traditioneel geloof. Daarmee wist hij vele verschillende bevolkingsgroepen aan te trekken en wordt hij 200 jaar nadien tot het pantheon der grote denkers gerekend. Toch kleven er ook smetten aan hem: hij bezat zelf een slaaf en exploiteerde een plantage waarop slaven werkten, hij viel met zijn leger de Spaanse kolonie Santo Domingo binnen, dwong na de afschaffing van de slavernij de mensen om weer op de plantages te werken, leek vrouwen uit te sluiten, verdedigde de heiligheid van het huwelijk terwijl hij er zelf meerdere minnaressen op nahield, en trad autoritair op, waarbij zijn bereidheid om de macht te delen steeds verder afkalfde.
Na zijn dood werd de kolonie onder leiding van Dessalines, die andere vader van Haïti, onafhankelijk. Louverture werd een legende en gold als een boegbeeld voor de zwarte slaven op het Amerikaanse continent en voor progressieven in Europa en de Verenigde Staten, gaf hoop en inspireerde tot emancipatie van zwarte slaven, rassengelijkheid en bevrijding van koloniale onderdrukking en imperialisme.
Een hedendaagse biografie
Het boek is uitgebreid, diepgravend en bevat maar liefst 1700 literatuurverwijzingen. De tekst is met tientallen illustraties en kaarten aangevuld. Het geschetste beeld van Louverture is evenwichtig. Het is een beeld van een bevlogen inspirator met een visie op een multiculturele samenleving. Het boek weerspiegelt daarmee de tijdgeest waarin het is geschreven, net zoals de talloze eerder verschenen biografieën dat deden. Ook positief is de scheiding tussen feiten en interpretaties. Historicus professor David Geggus, die een boek over de Haïtiaanse Revolutie heeft geschreven, stelt echter dat het boek behalve overdrijvingen ook feitelijke onjuistheden, persoonsverwisselingen en een rammelende chronologie bevat.
Voor sommige leken zal de biografie te droog, te taai en te academisch zijn. Het boek lijkt soms meer op een literatuur-review voor historici dan een biografie voor leken. De weinig meeslepende schrijfstijl helpt daarbij ook niet. De diepte van de biografie is een tweesnijdend zwaard: door de vele details zie je na verloop van tijd door de bomen het bos niet meer.
Het laatste hoofdstuk gaat over de cult die rond Louverture is ontstaan. Hierin lijkt Hazareesingh enigszins door te slaan naar een hagiografie (“de eerste zwarte superheld van de moderne tijd”) waarbij hij zich verliest in talloze details, bijvoorbeeld door te benoemen dat er een parkeerterrein in een Franse stad naar hem is vernoemd. Schrappen is niet zijn sterkste punt.
Louverture heeft de geschiedenis van Haïti, Frankrijk en Engeland beïnvloed; over enige invloed op Nederland of zijn koloniën wordt niets vermeld. Ook Anton de Kom noemt hem niet in zijn ‘Wij slaven van Suriname.’ Isabel Allende heeft haar historische roman Het eiland onder de zee in de Haïtiaanse Revolutie gesitueerd. Deze roman zal vast meer mensen aanspreken dan deze biografie.
Sudhir Hazareesingh is historicus en sinds 1990 als docent Politiek verbonden aan Balliol College, een onderdeel van de Universiteit van Oxford. Hazareesingh is specialist in de intellectuele en politieke geschiedenis van de republiek Frankrijk.