Lezersrecensie
Alberts roept een onvergetelijk gevoel van vervreemding en isolement op
De mythische aantrekkingskracht van tropische eilanden wordt al eeuwenlang geroemd. Nochtans was voor veel Nederlanders een verblijf in het koloniale Nederlands-Indië eerder een uitputtingsslag door de verzengende hitte, de tropische ziektes zoals malaria en de vreemde cultuur met onbegrijpelijke zeden en gewoonten. Sommigen leden aan tropenkolder en werden krankzinnig, anderen bezweken aan overmatig drankgebruik.
De vervreemding van de omgeving laat A. Alberts indrukwekkend zien in zijn verhalenbundel De eilanden, waarmee hij in 1952 debuteerde. Ver weg van het vertrouwde vaderland worden de eenzame personages op zichzelf teruggeworpen en raken in de greep der volkomen verlatenheid. Het lukt ze niet om contact te maken met hun omgeving omdat ze niet doorgronden in welke situatie ze verzeild zijn geraakt. Hierdoor raken ze gedesoriënteerd en vervreemd. Hun omgeving is steeds een onbestemd tropisch eiland. De schrijver laat opzettelijk plaatsaanduidingen achterwege (het enige eiland dat hij noemt wordt niet bereikt), waardoor de eilanden geabstraheerde plaatsen van isolement verbeelden waar de personages onafwendbaar buitenstaanders blijven. Hoewel verbonden door dit thema zijn alle elf verhalen ook uniek vanwege de betoverende legendes van de eilandbewoners.
De titel van de verhalenbundel slaat niet alleen op de geografie maar ook op het isolement van de personages, die elkaar steeds ontwijken of langs elkaar heen praten maar elkaar nooit weten te bereiken, al herkennen ze soms de eenzaamheid bij de ander.
Alberts blijkt een meester in het schrijven van een vignet, een momentopname in het leven van een personage. Met deze vignetten plaatste hij abstracte ideeën in een concrete context en toonde hoe abstracte begrippen tot uiting komen in ervaringen. Alberts’ proza is kort en kernachtig, wat de stemming van vervreemding versterkt. Zijn toon is laconiek met een onderstroom van mismoedigheid.
In De eilanden weet Alberts overtuigend en met een minimum aan middelen een onvergetelijk gevoel van desoriëntatie, vervreemding, isolement en mismoedigheid op de lezer over te brengen.
De vervreemding van de omgeving laat A. Alberts indrukwekkend zien in zijn verhalenbundel De eilanden, waarmee hij in 1952 debuteerde. Ver weg van het vertrouwde vaderland worden de eenzame personages op zichzelf teruggeworpen en raken in de greep der volkomen verlatenheid. Het lukt ze niet om contact te maken met hun omgeving omdat ze niet doorgronden in welke situatie ze verzeild zijn geraakt. Hierdoor raken ze gedesoriënteerd en vervreemd. Hun omgeving is steeds een onbestemd tropisch eiland. De schrijver laat opzettelijk plaatsaanduidingen achterwege (het enige eiland dat hij noemt wordt niet bereikt), waardoor de eilanden geabstraheerde plaatsen van isolement verbeelden waar de personages onafwendbaar buitenstaanders blijven. Hoewel verbonden door dit thema zijn alle elf verhalen ook uniek vanwege de betoverende legendes van de eilandbewoners.
De titel van de verhalenbundel slaat niet alleen op de geografie maar ook op het isolement van de personages, die elkaar steeds ontwijken of langs elkaar heen praten maar elkaar nooit weten te bereiken, al herkennen ze soms de eenzaamheid bij de ander.
Alberts blijkt een meester in het schrijven van een vignet, een momentopname in het leven van een personage. Met deze vignetten plaatste hij abstracte ideeën in een concrete context en toonde hoe abstracte begrippen tot uiting komen in ervaringen. Alberts’ proza is kort en kernachtig, wat de stemming van vervreemding versterkt. Zijn toon is laconiek met een onderstroom van mismoedigheid.
In De eilanden weet Alberts overtuigend en met een minimum aan middelen een onvergetelijk gevoel van desoriëntatie, vervreemding, isolement en mismoedigheid op de lezer over te brengen.
1
Reageer op deze recensie
