Lezersrecensie
De buitengewone kracht van Couperus
In De stille kracht schildert Couperus het koloniale Nederlands-Indië in een dreigende sfeer waarin het onzichtbare onophoudelijk op de achtergrond speelt. Deze stille kracht symboliseert niet alleen de diepgewortelde, bovennatuurlijke macht binnen de Javaanse samenleving die zich niet door westerse logica of arrogantie liet vangen, maar ook innerlijke conflicten en heimelijke verlangens. Het zijn die ongrijpbare en onbeheersbare krachten die Couperus laat samenkomen in een onvergetelijk surrealistisch tafereel in een badkamer. Zonder politiek pamflet te worden legt de roman het onoverkomelijke verschil tussen Europeaan en Aziaat bloot, dat voortwoekert in ziel en bloed en verbroedering in de weg staat, alsmede de grenzen van wat kan worden begrepen en beheerst.
Couperus’ ingewikkelde, weelderige, meanderende, verfijnde maar ook verouderde schrijfstijl met een (voor het Nederlands) eigenaardige woordvolgorde draagt sterk bij aan de sfeer. Om van deze krachtige roman te kunnen genieten moet je wel van die stijl houden en bereid zijn sommige lange zinnen twee keer te lezen. Hiervan zijn legio voorbeelden te geven.
De sensualiteit die bij de echtgenote van de resident wordt opgeroepen als de grote Verleider nadert:
“Het vlamde haar alles tegen, zodat zij de ogen knipte.”
Het moment dat de weerloosheid van de resident wordt blootgelegd:
“Maar omdat hij had zooveel teederheid, onbewust, ongeanalyzeerd en alleen diep gevoeld, en omdat hij niet geloofde aan de stille kracht, aan het leven in het leven, aan wat er krioelde en woelde als vulkaanvuren onder de bergen van majesteit, als troebelen onder een troon, omdat hij niet geloofde aan de mystiek der zichtbare dingen, kon het leven hem vinden, onvoorbereid en zwak, als het afweek – godenrustig en sterker dan menschen – van wat hém logisch dacht.”
Het wekt verbazing hoe tijdloos de aanklacht tegen overheersing en uitbuiting na 126 jaar nog is. Ook toen werd er al geklaagd over de maatschappelijke gevolgen van het almaar toenemend huiselijk gebruik van de telefoon:
“Men zag elkaar alleen op de receptie’s, en verder besprak men elkaar door de telefoon. Het misbruik van de telefoon voor huiselijk gebruik doodde alle gezelligheid tusschen kennissen. Men zag elkaar niet meer, men hoefde zich niet meer te kleeden en het rijtuig – de wagen – te laten inspannen, want men cauzeerde door de telefoon, in sarong en kabaai, in nachtbroek en kabaai, en zonder zich bijna te bewegen. De telefoon was vlak bij de hand en door de achtergalerij tjingelde telkens het belletje. Men belde elkaar op om niets, alleen om het pleizier te bellen. De jonge mevrouw De Harteman had een intieme vriendin, die zij nooit zag en iederen dag, gedurende een half uur lang, besprak door de telefoon. Zij ging er bij zitten, zoo vermoeide het haar niet (…) zij maakte hare visite’s door de telefoon. Zij bestelde hare boodschappen door de telefoon.”
Couperus’ ingewikkelde, weelderige, meanderende, verfijnde maar ook verouderde schrijfstijl met een (voor het Nederlands) eigenaardige woordvolgorde draagt sterk bij aan de sfeer. Om van deze krachtige roman te kunnen genieten moet je wel van die stijl houden en bereid zijn sommige lange zinnen twee keer te lezen. Hiervan zijn legio voorbeelden te geven.
De sensualiteit die bij de echtgenote van de resident wordt opgeroepen als de grote Verleider nadert:
“Het vlamde haar alles tegen, zodat zij de ogen knipte.”
Het moment dat de weerloosheid van de resident wordt blootgelegd:
“Maar omdat hij had zooveel teederheid, onbewust, ongeanalyzeerd en alleen diep gevoeld, en omdat hij niet geloofde aan de stille kracht, aan het leven in het leven, aan wat er krioelde en woelde als vulkaanvuren onder de bergen van majesteit, als troebelen onder een troon, omdat hij niet geloofde aan de mystiek der zichtbare dingen, kon het leven hem vinden, onvoorbereid en zwak, als het afweek – godenrustig en sterker dan menschen – van wat hém logisch dacht.”
Het wekt verbazing hoe tijdloos de aanklacht tegen overheersing en uitbuiting na 126 jaar nog is. Ook toen werd er al geklaagd over de maatschappelijke gevolgen van het almaar toenemend huiselijk gebruik van de telefoon:
“Men zag elkaar alleen op de receptie’s, en verder besprak men elkaar door de telefoon. Het misbruik van de telefoon voor huiselijk gebruik doodde alle gezelligheid tusschen kennissen. Men zag elkaar niet meer, men hoefde zich niet meer te kleeden en het rijtuig – de wagen – te laten inspannen, want men cauzeerde door de telefoon, in sarong en kabaai, in nachtbroek en kabaai, en zonder zich bijna te bewegen. De telefoon was vlak bij de hand en door de achtergalerij tjingelde telkens het belletje. Men belde elkaar op om niets, alleen om het pleizier te bellen. De jonge mevrouw De Harteman had een intieme vriendin, die zij nooit zag en iederen dag, gedurende een half uur lang, besprak door de telefoon. Zij ging er bij zitten, zoo vermoeide het haar niet (…) zij maakte hare visite’s door de telefoon. Zij bestelde hare boodschappen door de telefoon.”
1
Reageer op deze recensie
