Lezersrecensie
Dun denken of dik doen?
Als het verkiezingstijd is doen politici de meest ‘dwaze’ dingen: skateborden, optreden in programma’s waar ze zelf nooit naar zullen kijken, het afgaan van radiozenders, de markt bezoeken om ‘in gesprek met kiezers’ te gaan, zich suf twitteren en facebooken, ‘belangrijke’ boeken schrijven.
Aloïs Hartman is zo iemand. Hij wil dolgraag plaatsnemen op het pluche in Den Haag en speelt de hoofdrol in een soap over zijn pogingen af te vallen. Een politicus die dik is verkoopt niet, wordt niet serieus genomen, is dus gedoemd te falen. De soap is een succes en Aloïs verliest in een moordend tempo gewicht. Hij wordt gekozen in de Tweede Kamer en wordt staatssecretaris van Onderwijs. Maar al tijdens de formatie begint hij aan te komen en uiteindelijk krijgt de vraatzucht van Aloïs de overhand. En dat heeft verstrekkende gevolgen.
Dit gegeven vormt de basis van de ‘short novel’ van Frank Norbert Rieter (1973), bekroond met de Coffeecompany Short Novel Award 2017. Het is een uiterst vermakelijke, goedgeschreven korte debuutroman, die je op twee niveaus kunt lezen: als een recht-toe-recht-aan-verhaal én als een allegorie.
Gaat het in de politiek ook vaak niet om scoringsdrift, in de media in de spotlight staan, opvallen, je staande houden in het Haagse wereldje? Kortom vooral ‘dik doen’. Zou het niet beter zijn om ‘dun te denken’ en je te richten op de dingen die echt van belang zijn? Wie kun je echt vertrouwen en is er voor je als het er om gaat? Als je het boek als een allegorie leest kijk je opeens op een heel andere manier naar het verhaal. Dan krijgen de vraatzuchtigheid van Aloïs en ook de andere gebeurtenissen in het boek ineens een heel andere betekenis.
Het boek begint, zoals wel meer boeken van politici die afscheid genomen hebben, met een soort van verantwoording. Aloïs geeft openheid van zaken over wat de oorzaak van zijn ondergang als politicus is geweest. Zijn moment suprême moest de verdediging van het wetsvoorstel zijn voor permanente educatie voor politici. Is het niet zo dat veel politici allemaal iets van ‘betekenis’ willen achterlaten? Dit past weer perfect bij het allegorische karakter van het boek.
Maar Hartman faalt. Hij haalt de behandeling van zijn wetsvoorstel in Tweede Kamer niet. Hij constateert dat hij op de dag van het wetsontwerp weer aangekomen is. Hij gooit uit frustratie zijn weegschaal uit het raam. Dat wordt gefilmd en aangezien hij in Adamskostuum staat gaat het You Tube-filmpje viral.
Vanaf dat moment gaat alles verkeerd. Het leidt tot komische verwikkelingen: hij spoedt zich naar de Tweede Kamer, wil nog gauw een reep butterscotch-chocolade scoren, scheurt uit zijn broek, vlucht het toilet in, laat zijn telefoon in de wc-pot vallen, wordt gered door een schoonmaakster en besluit vervolgens uit schaamte te vluchten, onder te duiken en ook dat leidt weer tot soms slapstickachtige situaties.
Al zijn afspraken worden afgezegd, behalve één: de heropening van zijn oude verbouwde basisschool. Daar wil hij bij zijn, omdat Marieke zijn oud-klasgenote waar hij heel goed bevriend mee was en vertrouwde, het gevraagd heeft.
In een beeldende stijl, vol humor, weet Rieter een vlot lezend verhaal neer te zetten. Aloïs reflecteert op wat hij allemaal gedaan heeft. Zijn drang om in de politiek iets te bereiken vindt zijn grond in angst, eenzaamheid, de drang om toch ergens goed in te zijn, zelfvertrouwen te krijgen, zijn wanhoop over zijn lichamelijkheid, zijn homoseksualiteit. Nergens zet Rieter het te ‘zwaar’ aan, hij blijft lichtvoetig vertellen. Maar je leert wel de mens achter de ‘dikdoener’ kennen en diens verlangen om ‘dun te denken’ om bezig te zijn met de dingen die er echt toe doen. Aloïs vindt uiteindelijk in het dorp van zijn jeugd zijn roots weer terug, voelt er zich thuis. Hij schranst niet van het rijk gevulde buffet dat klaar staat op het openingsfeest. Hij houdt zich in. Hij wordt er omarmd en het gênante You Tube-filmpje speelt geen enkele rol meer.
In het slotwoord valt alles mooi op zijn plek.