Advertentie
    Jan Stoel Hebban Recensent

Ruim een week geleden nam Wibo Kosters (1978) na twee jaar afscheid als stadsdichter van Deventer. Dat gebeurde onder meer met de presentatie van ‘Wegenkaart’, een lp (weer ouderwets vinyl) met stadsgedichten op muziek. In die twee jaar zagen ook de roman ‘Radio Transzoeloe’ en de dichtbundel ‘inwoner’ het licht. In die beide werken speelt de stad ook een rol. Niet voor niets is Kosters zo verknocht aan de stad.

Zowel roman als bundel tonen parallellen. Ogenschijnlijk hebben inwoners niets met elkaar te maken, maar langzamerhand ontstaat er een band. De grens tussen droom en werkelijkheid, hulpvaardigheid, oog hebben voor elkaar, naar elkaar toegroeien, respect voor elkaar hebben, de houding ten opzichte van het gezag, onzekerheid maar ook ironie en muziek spelen een rol. Kosters is ook gitarist zanger en de bluesrock is nooit ver weg bij hem. In ‘inwoner’ staat ‘ambulance blues’, een zeer vrije vertaling van het gelijknamige nummer van Neil Young. En dan zijn er ook nog de illustraties, gemaakt door zijn broer en modeontwerper/kunstenaar Bas.

De bundel ‘inwoner’ (er staan nergens in de bundel leestekens of hoofdletters, behalve één komma) bestaat uit vijf onderdelen: woonachtig – hoe de dingen werken – eropuit – in het centrum – hulp is onderweg. ‘inwoner’ is de zoektocht van iemand (Kosters zelf, want nogal wat gedichten staan in de ik-vorm) die nieuw in een stad komt tot aan het moment dat hij er geworteld is. Je thuisvoelen is het hoofdthema van deze bundel.

Kosters laat je kennis maken met de pluriformiteit van de stad zoals hij die ervaart. De stad is voor hem een metafoor voor het leven. Hij schrijft in een losse toegankelijk taal. Als een rode draad duiken steeds de illustraties van Bas op, waarbij het hoofd bijna overal de vorm heeft van een huis. Logisch want het gaat om een stad en het je er (t)huis voelen is belangrijk.

De bundel vertoont een mooie eenheid. In het openingsgedicht betreedt de ik-persoon als nieuweling een fictieve stad, die zomaar Deventer zou kunnen zijn. Het lijkt of hij er een nieuw leven wil beginnen, afscheid wil nemen van een pijnlijke periode in zijn leven, van een teleurstelling in de liefde wellicht, als je de openingsstrofe leest:
‘ik kwam hier om alleen te zijn
voor pijnloze dagen
in witte kamers
en liefde die slecht
vederlicht aanwezig is’

In het ontroerende slotgedicht ‘een koninkrijk op de groei’, opgedragen aan zijn dochter komt de veelkleurigheid van de stad naar voren. De dichter is er geworteld en de dochter zal de stad ‘tot haar verhaal maken’:
‘ik zal met haar lopen haar alles tonen
de tover van deze plaats uit de stenen slaan

zo wacht de stad de schone taak
haar koninkrijk te zijn’

Tussen deze twee gedichten ontwikkelt zich ‘het verhaal’ van de stad. De dichter laat als het ware de stad in taal zingen, heeft over ieder woord en de plaats ervan in de zin goed nagedacht. Hij biedt openingen, zodat de lezer zijn eigen verbeelding aan het werk kan zetten. De gedichten zijn toegankelijk en doorspekt met humor, melancholie en ironie. De stad geeft langzamerhand, op een heel natuurlijke manier, zijn ‘geheimen’ steeds meer prijs.

Al je nieuw bent, moet je een plekje vinden/veroveren, je maakt kennis met de buren en zorgt dat alles op orde is. In die beginfase zijn observeren en oriënteren twee belangrijke aspecten:
‘we horen niks en zien niks zwijgen
tot we elkaar bij de heg treffen
en onze observaties uitwisselen
we beschuldigen niemand
stellen slechts hypothesen op’

Vanuit de beschutting van het huis kijkt Kosters op originele wijze verder in de stad. Hij vergelijkt de leidingen, de verwarmingsbuizen met (gordiaanse) knopen die zijn huis verbinden met andere plekken in de stad:
‘een knoop is een ruimtelijke weergave
van een onderliggend gegeven
iemand ordent in zijn hoofd informatie
komt tot een conclusie en
er verdwijnt een knoop uit de wereld’

De dichter gaat op pad in de stad ziet van alles en associeert daar op: inbreiding, bewakingscamera’s, planologie, een vinex-wijk. Hij raakt steeds meer betrokken bij de stad. Met kleine prikjes geeft hij aan wat hij ervan vindt. Hij begint dus kritischer te kijken. Dat levert een regel op als ‘planologie is geen hogere wiskunde / maar rijtjesgeest’ en een gedicht over de bebording waarin een man met een wagentje de verkeersborden poetst:
‘krabt stickers deze man en
leest elke dag de tijdelijkheid
van de schilfers
weet dat alleen de regels duurzaam zijn’

Soms wil je eropuit, de stad ontvluchten, ontspannen. In een restaurant ‘vreet je dan lieve hertjes’, ‘vrijheid is drie euro’ als je aan het strand wilt parkeren en ‘de meeuwen pikken / plastic buiken vol’. Gedichten over het nachtleven, zwervers, directieleden die in een wolkenkrabber zitten te vergaderen, een plein. In deze reeks gedichten, gegroepeerd in de afdeling ‘in het centrum’ vinden we de echte pareltjes met prachtige metaforen. Straatvegers ‘verzamelen pijn onder oude bezems’; de feestverlichting op het plein: ‘de lampjes in de bomen branden / als offerkaarsen aan een ondernemende god’; instituut voor daklozen: ‘waar mensen net zo lang tegen muren lopen/ tot ze onbemiddelbaar worden’. Kosters bedenkt ook een nieuw woord voor een kledingwinkel: dermaterie: ‘ze doet haar huid af / de huiden hangen op hangers /ze doet ook / alsof ze iemand anders speelt/de verkoopster doet mee.’ De dichter constateert vervolgens: ‘ik ben mezelf niet meer / maar talloze onbekenden.’

Echte poëzie wordt het als de tas van de thuisloze in het park gepersonifieerd wordt:
‘de tas heet dirk en droeg bier
van de supermarkt
Naar de bank in het park’

Kosters is ook een ‘poetryslammer’. Het lijkt me fantastisch om hem zijn werk te horen voordragen en dat af te wisselen met muziek. Dan kan hij de opdracht van de bundel ‘I am a lonely visitor /I came to late to cause a stir’ van Neil Young kracht bijzetten. En hoe zou dan ‘Ambulance blues’ klinken?


Reacties op: Ambulance blues van de stad

2
Inwoner - Wibo Kosters
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Bestel dit boek bij Libris.nl Bestel het boek vanaf € 17,50
E-book prijsvergelijker