Lezersrecensie
Het einde van de wereld
De ik-persoon van ‘De uitweer’ is een jonge vrouw, opgevoed op Orkney, een eiland voor de kust van Schotland, die in Londen een alcoholverslaving opdoet. Ze gaat zo op in haar nieuwe leven dat ze niet meer kan stoppen met drinken. Dat moet anders. Ze besluit af te kicken en gaat terug naar Orkney en uiteindelijk naar een nog noordelijker gelegen eiland, genaamd Papay. Een vogelvriendelijk eiland waar de bewoners in harmonie leven met de elementen en elkaar. Ze is constant op zoek naar iets om de drang in zichzelf te bevredigen. Zo verliest ze zichzelf in de wereld van de kwartelkoning, natuurzwemmen, sterren kijken en duiken. Haar constante drang naar zichzelf verliezen is herkenbaar.
.
Wat ik grappig vind, is dat ik in de eerste helft, zo tot ongeveer hoofdstuk 7, denk dat dit boek een fictieve roman is; het verhaal neemt me mee in het leven van een jonge vrouw die het spoor steeds meer bijster raakt. Dan ineens verandert er iets in de toon, worden de tijdsprongen groter en snap ik ineens dat de schrijver over zichzelf schrijft. Zíj is de jonge vrouw, de verslaafde. Ik vraag me af welke van de twee verteltonen vooraf bedacht is. Misschien wel allebei. Later denk ik dat het eerste deel onbewust een afstandelijker, meer geromantiseerde toon heeft, omdat de schrijver zich schaamt voor haar verleden waarin ze te veel en te vaak drinkt. Waar ze eerst geconcentreerd is als mens, als romanpersonage bijna, als verslaafde, zo smeert ze zichzelf in de loop van het boek steeds meer uit. Haar persoonlijkheid wordt meer dan alleen de verslaving, meer dan haar jeugd, dan haar ouders; ze wordt steeds meer mens en lijkt steeds meer te begrijpen dat ook zij ertoe doet. Ze wordt transparant en tastbaar tegelijkertijd. Alsof je als lezer, maar eigenlijk doet de schrijver dat zelf, steeds meer uitzoomt; net zolang tot je het grote geheel ziet.
.
Het boek geeft me lucht. Ook ik lijk mee te deinen op de geruststellende beschrijvingen van de natuur en hoe alles gewoon ís. Alles valt uiteindelijk mee. Een mooi boek en een aanrader voor iedereen die houdt van boeken over de natuur en over verhalen waarin mensen zichzelf weer terugvinden.