Lezersrecensie

India gefileerd en ontmaskerd


Pirayaani Pirayaani
15 mrt 2023

Een onmogelijke liefde, een spion, een oorlog, een gestolen baby, opkomend nationalisme, intolerantie, een onmenselijk kastensysteem, onderdrukking, vrijheid, macht, corruptie, geweld, kameraadschap, moederschap, materialisme, een land waar ze leven als een dode en de doden blijven leven, met schrijnende armoede en stuitende rijkdom, en vooral veel humor. De Indiase schrijfster Arundhati Roy heeft al deze elementen in haar tweede roman Het ministerie van Opperst Geluk verwerkt tot een duizelingwekkend en soms schokkend verhaal over leven en overleven in het hedendaagse India, met veel ironie en af en toe een traan. Een roman die iedereen die bekend is met de hedendaagse Indiase samenleving, zal aangrijpen. Scherpzinnig fileert Roy de samenleving tot op het bot.

De roman omvat twee hoofdverhaallijnen die aan het einde samenkomen; daarnaast zijn er nog talloze zijpaden die Roy inslaat. De verhalen spelen tegen de achtergrond van het vrijheidsstreven van de Kasjmiri’s en het sinds 2001 opkomende hindoe-nationalisme. Kasjmir is een van de weinige plekken ter wereld waar mensen met een lichte huidskleur worden overheerst door mensen die donkerder zijn.

Het eerste verhaal is dat van Anjum, een islamitische intersekse persoon (hijra) die op een begraafplaats in het oude centrum van Delhi woont en er onbedoeld een pension voor verschoppelingen is begonnen. In haar pension neemt ze allerlei excentrieke verschoppelingen en dieren onder haar hoede. Anjum is de enige die wordt gespaard bij een aanslag op een trein door hindoefundamentalisten vanwege het feit dat zij een hijra is. Het tweede verhaal is dat van studente Tilottama (Tilo), het alter ego van Roy. Zij heeft drie geliefden die haar kennen van de theaterschool: de vrijheidsstrijder Musa, de journalist Nuga en de agent van de geheime dienst Garson Hobart. Beide vrouwen ‘adopteren’ elk een ongewenste baby, en het maakt hun niet uit welk geslacht het heeft, van welke kaste of religie het is, of dat het niet hun eigen bloed is. Beide vrouwen willen de meisjes opvoeden in een omgeving zonder de conflicten die India plagen.

Roy laat zien dat ze weergaloos kan vertellen. De roman bestaat uit gedichten, liedteksten, citaten, brieven, dialogen en vertellingen. Alle elementen zijn vakkundig samengesmolten tot een ‘masala’, het kruidenmengsel waarin alle smaken perfect in balans moeten zijn om het opperst genot te verschaffen – het geheime recept van iedere kok in India. Het meeslepende verhaal met vele kleurrijke personages geeft een heldere inkijk in de hedendaagse politieke en maatschappelijke situatie van India. Zowel Anjum als Tilo staan ver af van de Indiase burgervrouw. Roy brengt ze helemaal tot leven en geeft ze veel kracht. Ze neemt iedereen op de korrel, zelfs Gandhi en Westerse asieladvocaten en psychologen. Het boek blijft boeien door de verrassende wendingen in het verhaal. De roman kent een gesloten einde.

De personages zijn beschadigd door hun omgeving, maar vinden door de liefde steeds weer kracht, hoop en moed. De roman breekt een lans voor hen die zich onderdrukt voelen en de strijd om gerechtigheid blijven voeren in een land waarin iedereen probeert de touwtjes van zijn eigen leven in handen te houden en niemand te vertrouwen is: zelfs niet de geldbeluste dokter die belooft je geslacht te veranderen. Vooral de politici en journalisten krijgen er van langs. Sommige fragmenten zijn schokkend, al speelt geweld zich vooral af in het hoofd van de lezer, de strijd zelf blijft buiten beeld. Tilo denkt dat niemand wil dat de vrijheidsstrijd ophoudt, omdat beide kanten geld verdienen aan de lijken van jonge Kasjmiri’s; dus gooien ze vaak zelf met granaten en richten ze zelf een bloedbad aan. Garson Hobart mijmert: “Wat aan onze handen kleeft is een probleem van de soort. Niemand van ons gaat vrijuit. Mensen dragen hun tragische geschiedenis en hun ellende met zich mee als trofeeën, of als aandelen, die op de vrije markt worden verhandeld.” En Musa betoogt: “Het ergste deel van de bezetting is wat we onszelf erdoor aandoen, ons verlagen.”

De roman kan je verwarren door de vele verhaallijnen, de vele personages en het heen en weer springen in de tijd. Roy wil te veel vertellen: over de rechten van hijras, vrouwenonderdrukking, de laagste kaste van dalits (de onaanraakbaren), de Kasjmiri’s tot aan de maoïstische opstandelingen, en over liefde, moederschap en naar elkaar omkijken. Verder is de maatschappelijke aanklacht van Roy al eerder door vele andere auteurs geuit, waardoor de zeggingskracht zwak is.

Roy waarschuwt ervoor dat het India, de grootste democratie ter wereld, alsnog te gronde gaat. Haar waarschuwing is te vergelijken met de waarschuwing van Ilja Leonard Pfeijffer – in zijn roman Alkibiades – voor een dreigende teloorgang van de democratie in de westerse wereld. De waarschuwing van Roy is echter in het heden gesitueerd en daardoor onontkoombaar. Sommigen zullen haar als hedendaagse Zarathoestra beschouwen.

De vertaling door Tjadine Stheeman en Lidwien Biekmann is uit de kunst. De woordenlijst achterin is behulpzaam maar helaas verre van volledig. Het verhaal gaat pas leven als je een keer in India bent geweest. Als je je bij Maruti, shalwar kameez en Jama Masjid geen voorstelling kunt maken, en als je niet begrijpt waarom het vervoer van het karkas van een koe ’s avonds in het tv-journaal opduikt, kun je dit boek beter overslaan.

Roy past zelfcensuur toe om te voorkomen dat zij doodsbedreigingen krijgt of haar roman in India wordt verboden, zoals is gebeurd met The Satanic Verses van Rushdie. De roman geeft zodoende onbedoeld een inkijkje waar de grens van de vrijheid van meningsuiting in India ligt. De roman is tegen het zere been van de middenklasse en hogere klasse in India: niet omdat ze het oneens zijn met Roy maar omdat het slechte pr voor India is.

Roy is politiek activist in mensenrechten en milieu. Ze is voorstander van afscheiding van Kasjmir van India en sterk gekeerd tegen kapitalisme. De roman balanceert af en toe op het randje van politieke propaganda maar is, omdat iedereen het moet ontgelden, goed verteerbaar, ook als je een andere politieke overtuiging hebt.

Reacties

Meer recensies van Pirayaani

Boeken van dezelfde auteur