Lezersrecensie

De stem van een slaaf die nog altijd wordt gehoord


Pirayaani Pirayaani
28 mrt 2023

In 1789 wordt de autobiografie van Olaudah Equiano gepubliceerd. Deze Afrikaan weet zich door educatie aan slavernij te ontworstelen en strijdt vervolgens in Londen voor de afschaffing ervan.

Olaudah Equiano wordt 44 jaar voor de publicatie in het toenmalige Koninkrijk Benin – nu Zuid-Nigeria – geboren. Zijn vader bezit enkele slaven en mogelijk twee vrouwen. Als kind wordt hij ontvoerd, tot slaaf gemaakt en verkocht. Hij wordt naar het Caribisch gebied gebracht en reist daarna door naar Londen. Door middel van handel weet hij wat geld te sparen en daarmee zichzelf vrij te kopen en zakenman te worden. Zijn hart ligt in Londen, waar hij strijdt voor de afschaffing van de slavernij, wat uitmondt in een petitie aan de Koningin.

De memoires geven een angstaanjagend beeld van de slavernij en de maatschappelijke status van zwarten in het Caribisch gebied in de tweede helft van de 18e eeuw vanuit het perspectief van een zwarte man. Dit perspectief maakt de autobiografie essentieel leesmateriaal voor iedereen die het slavernijverleden beter wil begrijpen.

In de inleiding wordt beschreven dat slavernij in Benin alomtegenwoordig was. Krijgsgevangenen werden vaak tot slaaf gemaakt. Ook daders van overspel werden soms bestraft door ze tot slaaf te maken. Daarnaast vonden vaak ontvoeringen plaats waarna de ontvoerde werd verkocht als slaaf. De omgang met slaven in Afrika was echter onvergelijkbaar met de barbarij door Europeanen in het Caribisch gebied. In Afrika deden de slaven niet meer werk dan de andere leden van de samenleving, zelfs niet meer dan hun meesters. Voeding, kleding en onderdak waren nagenoeg hetzelfde voor iedereen. Sommige slaven hadden zelfs slaven onder zich als hun eigendom en voor eigen gebruik. De plantage-eigenaren op de Caribische eilanden hadden een voorkeur voor slaven uit Benin omdat die bekend stonden als ijverig, volhardend en intelligent. Olaudah Equiano voegt hieraan de eigenschappen kracht en elegantie toe. Mogelijk werd de strijd tegen naburige districten opgehitst door handelaren die Europese goederen meebrachten. Naast ontvoeringen was dit volgens Olaudah Equiano de belangrijkste manier om aan slaven te komen.

Olaudah Equiano wordt samen met zijn zus ontvoerd, tot slaaf gemaakt en herhaaldelijk verkocht. Aan boord van een Caribisch schip maken de kapitein en zijn bemanning grappen dat ze hem zullen opeten. Olaudah Equiano is doodsbang en is verheugd als ze een grote haai vangen, omdat ze hem dan niet zullen doden en opeten. Groot is de consternatie als ze alleen de vin afsnijden en de rest van het beest overboord kieperen. Uit angst om verkocht te worden aan een meester die zijn slaven slecht behandelt, zet Olaudah Equiano zich goed in voor zijn meesters, die hem menselijk behandelen. Hij is een intelligente man die al snel Engels leert en later lessen in navigatie volgt.

Olaudah Equiano geeft verschillende voorbeelden van onderdrukking, knevelarij en wreedheid jegens andere zwarten in het Caribisch gebied. Zwarten worden ook vaak lastig gevallen en beledigd. De ontmenselijking gaat op sommige eilanden zo ver dat slaven worden gewogen en per kilogram verkocht. Olaudah Equiano verwoordt het als volgt: “Als je mensen tot slaaf maakt beroof je hen van de helft van hun deugden, dwing je hen om met je op voet van oorlog te leven. Je denkt dat het nodig is om ze onwetend te houden, je beweert dat ze niet in staat zijn om te leren, dat cultuur aan ze verspild zou zijn. Dat zij uit een omgeving komen waar de natuur, kwistig met haar giften die je onbekend is, de mens karig en onvoltooid heeft achtergelaten, en niet in staat zich de schatten te laten smaken die zij aan hem heeft uitgestort.”

Alle plekken in Afrika en Europa waar hij op eerdere reizen als slaaf was geweest lijken Olaudah Equiano een paradijs vergeleken met het Caribisch gebied. Zijn geest wordt voortdurend gevuld met gedachten om bevrijd te worden. De bevrijding komt als hij zich op 21-jarige leeftijd weet vrij te kopen. Het gevoel van gelukzaligheid is maar van korte duur. De status van een vrije zwarte blijkt al snel even schrikbarend als die van een slaaf, en in sommige opzichten zelfs slechter, omdat vrije mensen in voortdurende angst leven om hun vrijheid te verliezen; en omdat zij op dezelfde manier worden beledigd en bestolen als slaven, zonder de mogelijkheid om ergens verhaal te halen. De ‘billijkheid’ van de wetgeving in het Caribisch gebied is dat een vrije zwarte niet kan getuigen tegen een witte in een rechtbank. Een slaaf kon tenminste nog op enige bescherming van zijn meester rekenen. Op een terugreis naar Jamaica ervaart hij als vrij man deze onrechtvaardigheid en hulpeloosheid als de eigenaar van het schip hem de hele nacht aan een touw hangt en hem wil verkopen.

Lang niet alle plantage-eigenaren waren wit. Olaudah Equiano noemt een zwarte vrije vrouw die land en slaven in Montserrat had. Als vrij man koopt hij een plantage in de Mosquito Shore en slaven om er te werken – als hun hoeder behandelt hij ze met genegenheid.

Olaudah Equiano’s aanklacht is dan ook vooral gericht op de onderdrukking en onrechtvaardigheid als uitvloeisel van het openlijke racisme van veel meesters en dat in de wetgeving is verankerd. Hij beschouwt schoonheid als betrekkelijk: enkele kinderen in Afrika werden beschouwd als misvormd omdat ze geel of wit waren. Als vrij man heeft hij drie doelen: een succesvol zakenman worden, afschaffing van de slavernij bewerkstelligen en een toegangsbewijs tot de hemel bemachtigen. Voor het eerste moet hij meedoen in het koloniale systeem. Voor het tweede schrijft hij zijn autobiografie en stuurt deze met een petitie aan Hare Majesteit de Koningin, waarin hij voorstelt de economische neergang als gevolg van de afschaffing van slavernij te compenseren door Britse goederen te exporteren naar Afrika. Het derde doel poogt hij te bereiken door te leven als een diepgelovig protestant en als zendeling in Afrika te gaan werken.

Behalve een verhaal over slavernij en racisme vertelt de autobiografie ook over het avontuur van zeereizen naar onbekende streken in de 18e eeuw. Olaudah Equiano bezoekt diverse Caribische eilanden, de kusten van Centraal- en Noord-Amerika, het noordpoolgebied, West- en Zuid-Europa tot aan Turkije. Hij vecht tegen Franse oorlogsschepen, ziet de Vesuvius uitbarsten en krijgt te maken met de Portugese inquisitie. Het noordpoolgebied wordt aangedaan om een noordelijke toegang tot India te vinden. Tijdens deze reis maakt hij gebruik van een apparaat waarmee zeewater tot drinkwater kan worden ontzilt. In het Caribisch gebied wordt schipbreuk geleden. In de Mosquito Shore – het huidige Nicaragua – ontmoet hij indianen. Naar verluidt kunnen ze hier gerust in de open lucht slapen, als je dat in Europa zou proberen zou je keel terstond worden doorgesneden.

Het taalgebruik is soms wat archaïsch en de vele bijzinnen zorgen ervoor dat het boek soms niet zo vlot leest. Olaudah Equiano’s levensverhaal is wat afstandelijk door het beschrijvende karakter, het is immers geen historische roman. Als non-fictie is het nochtans een boek dat je leert dat er nog zoveel te ontdekken valt en aanzet tot nieuwe gedachten. Het viel me op dat vrouwen grotendeels afwezig zijn en dat is ook wel te begrijpen. Bekend is dat Olaudah Equiano enkele jaren na de publicatie met een Britse vrouw trouwt, ze krijgen twee dochters. De autobiografie is in 1790 in het Nederlands vertaald (bron: www. equianosworld.org, waar ook kaarten van zijn reizen zijn te raadplegen).

Reacties

Meer recensies van Pirayaani

Boeken van dezelfde auteur