Lezersrecensie
Het leven van de geest
Arendt, Hannah
Denken: het leven van de geest/Hannah Arendt; vert. door Dirk de Schutter en Remi Peeters.- Zoetermeer: Klement: Kalmthout: Pelckmans, cop. 2012.- 303 p; 22 cm.
Vert. van: Thinking.- uit: The life of the mind..- met. Reg.
ISBN 978 90 8687 101 8
Denken is postuum uitgegeven. Mary McCarthy onderstreept in het nawoord van deze uitgave nog eens het belang dat Arendt in haar laatste jaren hechtte aan dit werk, dat onderdeel moest gaan uitmaken van The life of the mind. In tegenstelling tot het grote politieke werk over arbeiden, werken en handelen, de vita activa, waar Arendt vooral mee geȉdentificeerd werd, is The life of the mind een werk dat over geestelijke activiteiten gaat, de vita contemplativa. Het zou behalve over denken, ook over willen en oordelen hebben moeten gaan. In Denken wijst Arendt meerdere keren zelf vooruit naar Willen en Oordelen, waarbij duidelijk wordt dat die twee laatste minder omvangrijk zullen zijn dan Denken. Ze vloeien als het ware voort uit Denken. Over het willen is een gedegen studie uitgegeven. Over het oordelen zijn de gebundelde colleges over de politieke filosofie van Kant, die de basis zouden vormen voor Arendts boek, gepubliceerd. Arendt stierf aan een hartaanval voordat ze het werk kon voltooien.
Denken is een degelijk filosofisch onderzoek. Arendts verwijzingen strekken zich uit vanaf de Oudheid, via de Middeleeuwen en Descartes naar de meer hedendaagse literatuur. Het valt me op dat ze vooral Plato vaak citeert. In Plato's tweewereldenfilosofie, de wereld van de fysieke werkelijkheid en die van de ideeën, ziet ze aanleiding de lijn door te trekken naar haar eigen theorie over het verschil tussen wat denken is en wat het gezonde verstand. Als voorbeeld noemt ze de anekdote over Thales van Milete die in een kuil viel terwijl hij de sterren bestudeerde. Het gezonde verstand, in de vorm van een passerend dienstmeisje, lachte hem daarom uit. Thales zou niet eens de werkelijkheid die voor zijn voeten lag, hebben kunnen ontwaren, omdat hij zo druk was met aan andere dingen te denken.
Hannah Arendt onderscheidt denken van het gezonde verstand. Dat laatste is praktisch van aard. Denken behelst een activiteit waarbij de denker in een soort niemandsland verkeert, in een eeuwig nu. Het nunc stans volgens de Middeleeuwers. Wanneer wij denken bevinden we ons als het ware buiten ruimte en tijd. Dat wij toch kunnen overleven wanneer wij ons niet met praktische zaken bezighouden is te danken aan het feit dat denken tijdelijk van aard is.
Het praktische denken heeft te maken met de wereld van de verschijnselen. Door het onmiddellijke verschijnen van de fenomenen om ons heen, echter, manifesteert zich een werkelijkheid die wij later met ons geestesoog kunnen oproepen. De denkactiviteiten van het je iets herinneren of het vooruitzien op een situatie in de toekomst wijzen al op een losgemaakt kunnen zijn uit de onmiddellijkheid van wat voorhanden is.
Zoals Kant een onderscheid maakt tussen Verstand en Vernunft, waarbij Vernunft staat voor het wetenschappelijke denken en Verstand voor inzicht, zo betoogt Arendt dat het reflecteren, het even weg zijn van het hier en nu, heilzaam is voor de mens die zijn geluk nastreeft. Immers, reflectie als niet aan een situatie gebonden activiteit bevordert wellicht het inzicht. Dat maakt denken als blijvende activiteit waardevol voor degene die denkt, c.q. degene die aan filosofie doet. Het is een activiteit die niet is gericht op bepaalde, praktische doelen, zoals het wetenschappelijke denken voorstaat. Denken is in zichzelf, als levenshouding, juist waardevol, omdat inzicht en wijsheid buiten de wetenschappelijke categorieën staan.
Arendt onderzoekt ook het onderscheid tussen het zelf als handelend in de werkelijkheid en het zelf als toeschouwer. Beide zelven, verenigd in een twee-in-één tijdens het denken, veronderstelt een innerlijke dialoog, een vrienden zijn met jezelf.
Plato noemt dit in de Theatetus en De Sofist het eme emauto. Wanneer je op die manier vrienden bent met jezelf, zul je je niet verlaten voelen. Ofschoon denken iets is wat je in eenzaamheid beoefent, is die eenzaamheid existentieel gesproken een gave om jezelf gezelschap te houden.
Heel rijk boek, vol literatuurverwijzingen. Om steeds opnieuw na te slaan.
Ik zie ook in de teksten van Cornelis Verhoeven, die ik nu lees, veel terug uit Denken. Verhoeven is immers, net als Arendt, een door Heidegger geïnspireerd denker.