Lezersrecensie
postume DFW
Wallace, David Foster
De bleke koning; een onvoltooide roman.- Vertaald door Iannis Goerlandt en Daniël Rovers.- Amsterdam, Meulenhoff, cop. 2013.- 607 p.
Oorspronkelijke uitg: The pale king.- David Foster Wallace Literary Trust, cop. 2011.
ISBN 9789087643
David Foster Wallace heeft door zijn vroege dood deze roman niet kunnen voltooien. Toch, met dat wat er is, krijg je wel een beeld van een aanzet, verhaallijnen, opzet van de roman en het onderwerp.
De vele wisselende personages en de verhalen binnen het verhaal maken het niet een gemakkelijk te doorgronden geheel, doch, wie flink haar best doet en doorknaagt, die wordt beloond.
De roman speelt in het milieu van de Belastingdienst in Amerika. De centrale plek is een bepaalde afdeling, een gebouwencomplex waar het alter ego David Wallace aankomt om zijn eerste werkdag te gaan vervullen. De hitte, de lelijkheid en de onlogische indeling van het gebouw, de files en het oponthoud onderweg, het hotsebotsende bedrijfsbusje, de urenlang durende administratieve afhandelingen, het moeten wachten, het is allemaal van een immense treurigheid, frustratie veroorzakende en onzeker makende hoedanigheid. Dat niveau van het verhaal speelt in de jaren ’80. Veel werkzaamheden waren nog niet zo geautomatiseerd en gedigitaliseerd.
Subplots en geschiedenissen c.q. achtergronden van andere personages vormen hoofdstukken met ineens heel andere invalshoeken. Later blijken juist die personages ook ingegaan te zijn op het aanbod van een baantje bij De Dienst tijdens een grote wervingscampagne. We ontmoetten ze op de werkvloer, in de rij tijdens het wachten, met hun eigen angsten. Er is sprake van een man die heftige zweetaanvallen moet doorstaan en wiens functioneren wordt beheerst door het afwenden van een aanval. Er is sprake van een man van wie de hersenen overspoeld worden met informatie over irrelevante details uit het leven van de mensen die hij ontmoet, zoals binnen De Dienst. Er is sprake van een door haar belaste verleden getraumatiseerde vrouw, van wie de ogen voortdurend bevochtigd moeten worden dmv waterstraaltjes uit een speciale bril. Het zijn bizarre verhaallijnen, zoals over de jongen die zich oefende om elke centimeter van zijn eigen lichaam met zijn lippen te kunnen aanraken, die maken dat je gebiologeerd blijft doorlezen. Wellicht heeft DFW willen aantonen dat, hoe saai en geestdodend het werk ook is, iedere werknemer een eigen verhaal heeft en een interessante achtergrond. Zoals de auteur in zijn lezing, het commencement address ’Water’ ook voor pas afgestudeerden betoogde. Laat je niet kisten door de verveling en de frustratie uit het werkzame leven, maar bedenk dat iedereen die je ontmoet een eigen leven heeft.
Wellicht, als DFW was blijven leven en in staat was geweest de roman af te maken, dat er hoofdstukken gesneuveld waren. Nu krijgen we het allemaal, onversneden, zoals het bij hem opkwam en genoteerd werd, te lezen/ voor de kiezen. De roman is immers ook de uitkomst van het werk dat redacteuren deden op basis van het materiaal dat DFW had achtergelaten. Het woord vooraf van Michael Pietsch is de verantwoording daarvan. Een verantwoording die blijk geeft van een grote liefde voor het werk van de auteur en de wens dat voor het nageslacht te bewaren.
De roman valt op door het grote aantal noten onderaan de bladzijden. Soms overtreft het aantal woorden uit de noot die van de hoofdtekst en moet je eerst doorbladeren en later weer terug.
Het idee van de menselijke conditie en opgave om onder extreem vervelende omstandigheden geconcentreerd te blijven op de taak is een centraal idee.
Het motto van Frank Bidart: We vullen voorgegeven vormen en als we ze vullen veranderen we ze en worden veranderd achten de vertalers ook centraal.
Buitengewone roman, door vorm en inhoud. Niet in een keer lezen te doorgronden voor mij.
De bleke koning; een onvoltooide roman.- Vertaald door Iannis Goerlandt en Daniël Rovers.- Amsterdam, Meulenhoff, cop. 2013.- 607 p.
Oorspronkelijke uitg: The pale king.- David Foster Wallace Literary Trust, cop. 2011.
ISBN 9789087643
David Foster Wallace heeft door zijn vroege dood deze roman niet kunnen voltooien. Toch, met dat wat er is, krijg je wel een beeld van een aanzet, verhaallijnen, opzet van de roman en het onderwerp.
De vele wisselende personages en de verhalen binnen het verhaal maken het niet een gemakkelijk te doorgronden geheel, doch, wie flink haar best doet en doorknaagt, die wordt beloond.
De roman speelt in het milieu van de Belastingdienst in Amerika. De centrale plek is een bepaalde afdeling, een gebouwencomplex waar het alter ego David Wallace aankomt om zijn eerste werkdag te gaan vervullen. De hitte, de lelijkheid en de onlogische indeling van het gebouw, de files en het oponthoud onderweg, het hotsebotsende bedrijfsbusje, de urenlang durende administratieve afhandelingen, het moeten wachten, het is allemaal van een immense treurigheid, frustratie veroorzakende en onzeker makende hoedanigheid. Dat niveau van het verhaal speelt in de jaren ’80. Veel werkzaamheden waren nog niet zo geautomatiseerd en gedigitaliseerd.
Subplots en geschiedenissen c.q. achtergronden van andere personages vormen hoofdstukken met ineens heel andere invalshoeken. Later blijken juist die personages ook ingegaan te zijn op het aanbod van een baantje bij De Dienst tijdens een grote wervingscampagne. We ontmoetten ze op de werkvloer, in de rij tijdens het wachten, met hun eigen angsten. Er is sprake van een man die heftige zweetaanvallen moet doorstaan en wiens functioneren wordt beheerst door het afwenden van een aanval. Er is sprake van een man van wie de hersenen overspoeld worden met informatie over irrelevante details uit het leven van de mensen die hij ontmoet, zoals binnen De Dienst. Er is sprake van een door haar belaste verleden getraumatiseerde vrouw, van wie de ogen voortdurend bevochtigd moeten worden dmv waterstraaltjes uit een speciale bril. Het zijn bizarre verhaallijnen, zoals over de jongen die zich oefende om elke centimeter van zijn eigen lichaam met zijn lippen te kunnen aanraken, die maken dat je gebiologeerd blijft doorlezen. Wellicht heeft DFW willen aantonen dat, hoe saai en geestdodend het werk ook is, iedere werknemer een eigen verhaal heeft en een interessante achtergrond. Zoals de auteur in zijn lezing, het commencement address ’Water’ ook voor pas afgestudeerden betoogde. Laat je niet kisten door de verveling en de frustratie uit het werkzame leven, maar bedenk dat iedereen die je ontmoet een eigen leven heeft.
Wellicht, als DFW was blijven leven en in staat was geweest de roman af te maken, dat er hoofdstukken gesneuveld waren. Nu krijgen we het allemaal, onversneden, zoals het bij hem opkwam en genoteerd werd, te lezen/ voor de kiezen. De roman is immers ook de uitkomst van het werk dat redacteuren deden op basis van het materiaal dat DFW had achtergelaten. Het woord vooraf van Michael Pietsch is de verantwoording daarvan. Een verantwoording die blijk geeft van een grote liefde voor het werk van de auteur en de wens dat voor het nageslacht te bewaren.
De roman valt op door het grote aantal noten onderaan de bladzijden. Soms overtreft het aantal woorden uit de noot die van de hoofdtekst en moet je eerst doorbladeren en later weer terug.
Het idee van de menselijke conditie en opgave om onder extreem vervelende omstandigheden geconcentreerd te blijven op de taak is een centraal idee.
Het motto van Frank Bidart: We vullen voorgegeven vormen en als we ze vullen veranderen we ze en worden veranderd achten de vertalers ook centraal.
Buitengewone roman, door vorm en inhoud. Niet in een keer lezen te doorgronden voor mij.
1
Reageer op deze recensie
