Lezersrecensie
Eigengereide , slimme tante
Tokarcsuk, Olga
Jaag je ploeg over de botten van de doden; uit het Pools vertaald door Charlotte Pothuizen en Dirk Zijlstra.- Amsterdam: De Geus, cop. 2020.- 301 pagina's.
Oorspronkelijke titel: Prowadz swoj plug przez kosci umarlych.- Wydawnictwo Literackie, cop 2009.
ISBN 978 90 445 4280 6
Tokarcsuk won voor 2018 de Nobelprijs voor de literatuur en in 2011 de Man Booker Prize Internationaal voor haar roman De rustelozen. Ook ontving ze tweemaal de Nike-prize, de belangrijkste literaire prijs in Polen. Ik had haar nog niet eerder opgemerkt, helaas.
Maar, deze roman gaat daar verandering in aanbrengen.
De titel: Jaag je ploeg over de botten van de doden is een citaat van William Blake (Londen 1757-1827), zowel dichter als graficus als beeldend kunstenaar in bredere zin, mysticus en visionair.
In het boek vertaalt de ik-figuur, een oudere vrouw, de gedichten van Blake, samen met een vroegere leerling van haar. De motto's boven de hoofdstukken zijn citaten van deze gedichten. En tevens de opmaat tot wat er te gebeuren staat in T's tekst.
De roman begint als het relaas van een vrouw die sterk gekant is tegen de heersende opvattingen over de omgang met dieren. Zo wordt de buitensporige jacht oogluikend toegestaan in het gebied waar ze woont, Zuidoost- Sileziƫ. Ze voelt zich alleen staan tegenover de gemeente, maar schrijft met volharding protestbrieven. Was ze ooit civiel ingenieur, nu werkt ze als onderwijzeres en als huisbewaarder van ook de andere, in de winter verlaten, woningen op het plateau waar ze woont. Op een nacht wordt ze gewekt door haar naaste buurman. Ze moeten naar het huis van de andere buurman. Die ligt er dood en verwrongen bij.
Op verhaalniveau wordt deze dood gevolgd door nog drie andere door moord. Hoofdpersoon is er zeker van dat de dieren wraak genomen hebben en draagt deze gedachte ook uit richting onderzoeksteam. Op filosofisch, persoonlijker en kleiner niveau zitten we in het hoofd van de eigenwijze, eigengereide, maar o. zo oorspronkelijke mevrouw, die een aantal vrienden heeft, waaronder buurman 1, die zich, na aanvankelijk stug op het pad van zijn eigen ordelijk ingerichte bestaan blijft richten, ontpopt als medestander. Ook is er sprake van een oudere, landlopende hippie/bioloog, die een zeldzame keversoort zoekt in de regio en onderdak vindt bij haar.
De laconieke, besliste overdenkingen van de vrouw, die afgewisseld met praktische adviezen over hoe bijvoorbeeld mosterdsoep te bereiden, worden afgewisseld met haar bezigheden als astroloog. Ze verzamelt de geboortedata van de bewoners om hun hoogstwaarschijnlijke sterfdatum te kunnen achterhalen. Dat alles maakte dat ik met mededogen en ook wel ontzag meeleefde met haar.
En, net op het moment dat je doorkrijgt hoe het nou echt zit met die moorden, zijn de medestanders daar ook van op de hoogte. Het einde is wens vervullend..
Jaag je ploeg over de botten van de doden; uit het Pools vertaald door Charlotte Pothuizen en Dirk Zijlstra.- Amsterdam: De Geus, cop. 2020.- 301 pagina's.
Oorspronkelijke titel: Prowadz swoj plug przez kosci umarlych.- Wydawnictwo Literackie, cop 2009.
ISBN 978 90 445 4280 6
Tokarcsuk won voor 2018 de Nobelprijs voor de literatuur en in 2011 de Man Booker Prize Internationaal voor haar roman De rustelozen. Ook ontving ze tweemaal de Nike-prize, de belangrijkste literaire prijs in Polen. Ik had haar nog niet eerder opgemerkt, helaas.
Maar, deze roman gaat daar verandering in aanbrengen.
De titel: Jaag je ploeg over de botten van de doden is een citaat van William Blake (Londen 1757-1827), zowel dichter als graficus als beeldend kunstenaar in bredere zin, mysticus en visionair.
In het boek vertaalt de ik-figuur, een oudere vrouw, de gedichten van Blake, samen met een vroegere leerling van haar. De motto's boven de hoofdstukken zijn citaten van deze gedichten. En tevens de opmaat tot wat er te gebeuren staat in T's tekst.
De roman begint als het relaas van een vrouw die sterk gekant is tegen de heersende opvattingen over de omgang met dieren. Zo wordt de buitensporige jacht oogluikend toegestaan in het gebied waar ze woont, Zuidoost- Sileziƫ. Ze voelt zich alleen staan tegenover de gemeente, maar schrijft met volharding protestbrieven. Was ze ooit civiel ingenieur, nu werkt ze als onderwijzeres en als huisbewaarder van ook de andere, in de winter verlaten, woningen op het plateau waar ze woont. Op een nacht wordt ze gewekt door haar naaste buurman. Ze moeten naar het huis van de andere buurman. Die ligt er dood en verwrongen bij.
Op verhaalniveau wordt deze dood gevolgd door nog drie andere door moord. Hoofdpersoon is er zeker van dat de dieren wraak genomen hebben en draagt deze gedachte ook uit richting onderzoeksteam. Op filosofisch, persoonlijker en kleiner niveau zitten we in het hoofd van de eigenwijze, eigengereide, maar o. zo oorspronkelijke mevrouw, die een aantal vrienden heeft, waaronder buurman 1, die zich, na aanvankelijk stug op het pad van zijn eigen ordelijk ingerichte bestaan blijft richten, ontpopt als medestander. Ook is er sprake van een oudere, landlopende hippie/bioloog, die een zeldzame keversoort zoekt in de regio en onderdak vindt bij haar.
De laconieke, besliste overdenkingen van de vrouw, die afgewisseld met praktische adviezen over hoe bijvoorbeeld mosterdsoep te bereiden, worden afgewisseld met haar bezigheden als astroloog. Ze verzamelt de geboortedata van de bewoners om hun hoogstwaarschijnlijke sterfdatum te kunnen achterhalen. Dat alles maakte dat ik met mededogen en ook wel ontzag meeleefde met haar.
En, net op het moment dat je doorkrijgt hoe het nou echt zit met die moorden, zijn de medestanders daar ook van op de hoogte. Het einde is wens vervullend..
1
Reageer op deze recensie
