Lezersrecensie
Van Wittgenstein naar Dros
Dros, Imme
Taal is alles wat het geval is/ Imme Dros.- Amsterdam; Prometheus, 2021.- 91 pagina's; 19 cm( Nieuw Licht).Omslagtitel is in wiskundige- en cijfertekens weergegeven..- bevat tevens een fragment uit: Tractatus Logico Philosophicus/ Ludwig Wittgenstein; vertaald door W.F. Hermans.- Amsterdam: Atheneum- Polak & Van Gennip, 1973.
ISBN 978 90 446 4957 4
Leuk deeltje uit de serie Nieuw Licht, waarin hedendaagse denkers hun licht laten schijnen over een oudere, filosofische, tekst. In dit geval gaat het om Imme Dros, die als vertaler en hertaler van Homerus haar sporen ruimschoots heeft verdiend. Ze heeft dus iets te beweren over Wittgensteins meest beroemde boek waarin hij in zeven hoofd stellingen + vele afgeleide stellingen, betoogt dat De wereld alles is wat het geval is. Dat er buiten ons denken niet gedacht kan worden en dat alles wat buiten de logica valt eigenlijk onbespreekbaar is. Dros gaat vooral in op het talige aspect, de taalfilosofische implicaties ervan. Zij geeft hier een heel eigen draai aan, met voorbeelden die niet ingewikkeld zijn. Althans, die zij op een eenvoudige, vanzelfsprekende manier brengt. Zoals het begin van taal bij baby's, de taalverwerving om vat te krijgen op de wereld, nl door de objecten daarin te benoemen. Specifiek gaat ze in op het raadselachtige dat heel kleine kinderen klank, beeld, woord en begrip met elkaar combineren. Ze verbindt dit met de stellingen 2 tot 4 van de Tractatus. Het gaat over leenwoorden uit andere talen, over modewoorden of in bepaalde kringen gebruikte zinsconstructies die op onverwachte plekken binnen de literatuur bewaard blijven. (Zie: AMG Schmid/De spin Sebastiaan en daaruit de constructie Zeiden alle and're spinnen, dus met de persoonsvorm voorafgaand aan het onderwerp. Een verkeerde, afwijkende constructie die bewaard is gebleven in het gedicht De spin Sebastiaan, dat integraal is opgenomen. Dros benadrukt hiermee en-passant het belang van kinder- en jeugdliteratuur).
Over De ironie schrijft Dros, en ze parafraseert Wittgenstein wanneer hij daar niet over kan praten,over de ironie van de schoonheid, dus waar over gezwegen moet worden, door schoonheid te definiƫren als: mooi is goed, bruikbaar is beter en over smaak valt niet te twisten. Dit alles volgens het woordenboek.
Enfin, bij de behandeling van de ironie noemt ze de pun, de woordspeling uit het testament van Shakespeare waarin hij het second best bed aan zijn vrouw achterlaat. Zie hiervoor ook mijn bespreking van de roman van Dros over Anne Hatheway. En de gebruikte ironie uit de slotfrase van Homeros' Odysseia, wanneer Penelopeia de vrijers op ironische wijze toespreekt over het spannen van de boog door de als bedelaar vermomde Odysseus. 'Jullie denken toch niet dat die bedelaar de boog zelfs maar kan spannen?'
Kortom, Imme Dros gebruikt haar kennis en kunde op het gebied van taal en vertalen om de Tractatus een beetje naar zich toe te halen en naar haar eigen expertise. Het zij haar van harte gegund. Het is onderhoudende lectuur geworden..
Taal is alles wat het geval is/ Imme Dros.- Amsterdam; Prometheus, 2021.- 91 pagina's; 19 cm( Nieuw Licht).Omslagtitel is in wiskundige- en cijfertekens weergegeven..- bevat tevens een fragment uit: Tractatus Logico Philosophicus/ Ludwig Wittgenstein; vertaald door W.F. Hermans.- Amsterdam: Atheneum- Polak & Van Gennip, 1973.
ISBN 978 90 446 4957 4
Leuk deeltje uit de serie Nieuw Licht, waarin hedendaagse denkers hun licht laten schijnen over een oudere, filosofische, tekst. In dit geval gaat het om Imme Dros, die als vertaler en hertaler van Homerus haar sporen ruimschoots heeft verdiend. Ze heeft dus iets te beweren over Wittgensteins meest beroemde boek waarin hij in zeven hoofd stellingen + vele afgeleide stellingen, betoogt dat De wereld alles is wat het geval is. Dat er buiten ons denken niet gedacht kan worden en dat alles wat buiten de logica valt eigenlijk onbespreekbaar is. Dros gaat vooral in op het talige aspect, de taalfilosofische implicaties ervan. Zij geeft hier een heel eigen draai aan, met voorbeelden die niet ingewikkeld zijn. Althans, die zij op een eenvoudige, vanzelfsprekende manier brengt. Zoals het begin van taal bij baby's, de taalverwerving om vat te krijgen op de wereld, nl door de objecten daarin te benoemen. Specifiek gaat ze in op het raadselachtige dat heel kleine kinderen klank, beeld, woord en begrip met elkaar combineren. Ze verbindt dit met de stellingen 2 tot 4 van de Tractatus. Het gaat over leenwoorden uit andere talen, over modewoorden of in bepaalde kringen gebruikte zinsconstructies die op onverwachte plekken binnen de literatuur bewaard blijven. (Zie: AMG Schmid/De spin Sebastiaan en daaruit de constructie Zeiden alle and're spinnen, dus met de persoonsvorm voorafgaand aan het onderwerp. Een verkeerde, afwijkende constructie die bewaard is gebleven in het gedicht De spin Sebastiaan, dat integraal is opgenomen. Dros benadrukt hiermee en-passant het belang van kinder- en jeugdliteratuur).
Over De ironie schrijft Dros, en ze parafraseert Wittgenstein wanneer hij daar niet over kan praten,over de ironie van de schoonheid, dus waar over gezwegen moet worden, door schoonheid te definiƫren als: mooi is goed, bruikbaar is beter en over smaak valt niet te twisten. Dit alles volgens het woordenboek.
Enfin, bij de behandeling van de ironie noemt ze de pun, de woordspeling uit het testament van Shakespeare waarin hij het second best bed aan zijn vrouw achterlaat. Zie hiervoor ook mijn bespreking van de roman van Dros over Anne Hatheway. En de gebruikte ironie uit de slotfrase van Homeros' Odysseia, wanneer Penelopeia de vrijers op ironische wijze toespreekt over het spannen van de boog door de als bedelaar vermomde Odysseus. 'Jullie denken toch niet dat die bedelaar de boog zelfs maar kan spannen?'
Kortom, Imme Dros gebruikt haar kennis en kunde op het gebied van taal en vertalen om de Tractatus een beetje naar zich toe te halen en naar haar eigen expertise. Het zij haar van harte gegund. Het is onderhoudende lectuur geworden..
1
Reageer op deze recensie
