Lezersrecensie

Fietsend door de taal.


Janka-1947 Janka-1947
10 mrt 2026

Essen, Rob van
Miniapolis: roman?/ Rob van Essen.- Amsterdam:Uitgeverij Atlas Contact,.- 218 pagina's; 22 cm.
ISBN 978 90 254 7203 0

Rob van Essen werd geïnterviewd over deze roman bij Brommer op Zee. Ofschoon dit tv programma over boeken een snelle afwisseling van onderwerpen/boeken inhoudt, zijn de presentatoren toch ook in staat tot echte inkijkjes in iemands drive. Krijg je als kijker toch een indruk van auteur en boek. Daarom en ook omdat ik, de met de Libris Literatuurprijs bekroonde De goede zoon een intrigerend uitgewerkte roman vond, ben in Miniapolis gaan lezen. En allerminst tot mijn teleurstelling.
Van Essen schrijft over twee mannen die op het bijkantoor werken. De een gaat uit fietsen om zijn dag te beginnen. De ander rijdt achter hem aan om uit te vinden waarheen hij gaat. We bevinden ons óf in het hoofd van de een, óf van de ander. Daarnaast zijn er nog intermezzi in het hoofd van een cliënt, waar beiden mee te maken hebben. Het bijkantoor is dus een sociale dienst of iets dergelijks.
Dit alles zonder een zweem van ongerijmdheid, ook al gelooft de ander, Scherpenzeel, in voortekenen, Jonathan, de cliënt, in het teruggevonden hebben van zijn moeder. In complete zelfgenoegzaamheid en vertrouwen bevinden wij ons in die verschillende psychische werkelijkheden, die hun weerslag vinden in de materiële werkelijkheid. En, van Essen laat het allemaal uitkomen op een samenkomst, van personages, tekenen die in de werkelijkheid zichtbaar zijn. Hij voert een deus ex machina op in de vorm van een reuzegrote vrouw die alle zoektochten tot een einde gaat laten komen. Ware het niet dat...
Een Van Esseniaanse apotheose en wervelende slotscène laat alles, die zogenaamde harde materiële wereld, weer uiteenvallen.
Duidelijk werd mij wel dat de innerlijke wereld, het verlangen van de personages naar iets/iemand uit het verloren gegane verleden, het belangrijkst is. Ook bij de zo stevig in de werkelijkheid verankerde Wildervanck, de nummer een van het kantoor, die uit fietsen gaat. Die met mededogen zijn ondergeschikte becommentarieert, inwendig, ook als zij later gezamenlijk op een tandem door de wijde regio fietsen.
Wat mij verder opviel, was de nadruk op de ínner speech van de personages, niet alleen in de beoordeling van de ander of de situatie, maar ook in de persoonlijke omgang met de werkelijkheid. De babbelbox die voortdurend aan staat. Dat innerlijke taalgebruik waarmee zij/wij voortdurend de werkelijkheid bezweren. Daardoor leer je de drijfveren en de verlangens van Van Essens personages van binnenuit kennen. Ook al is dat dan via de taal.
Maar waarmee anders?

Reacties

Meer recensies van Janka-1947

Boeken van dezelfde auteur