Lezersrecensie

Impressionistische schilderijtjes


Lammert Dijkema Lammert Dijkema
7 mrt 2021

Zestien korte verhalen, of impressies, of overpeinzingen, of waarnemingen. Gedichten? Proza?
Het is Vesaas gelukt. Ik kan dit boekje niet in een hokje duwen.
Vond ik het een mooi boekje? Ik weet het niet. Sommige verhalen vond ik indrukwekkend, andere nietszeggend.
Vaststaat dat hij een taalvirtuoos was. Was, want Vesaas is gestorven in 1970.
Hij was een man die schreef in de eerste helft van de vorige eeuw. Hij is geboren in Vinje, een dorpje in het binnenland van Zuid-Noorwegen. Elke gemeente in Noorwegen heeft gekozen voor één van de taalvormen die beschikbaar zijn: nynorsk, bokmål of neutraal. De officiële taal in Vinje was en is nynorsk, de ouderwetse en wat archaïsch aandoende variant van het Noors. Vesaas schreef dan ook in het Nynorsk.
Als ik zijn taal, zijn geboortestreek en de tijd waarin hij leefde bij elkaar optel dan is volgens mij de uitkomst dat Vesaas nog veel wist van trollen en elfen, dat hij opgroeide in een arme landbouwstreek met veel bos en koude, sneeuwrijke winters.
Deze ingrediënten leidden tot een bijna animistische kijk op de omgeving: voorwerpen werden bezield, overal was magie en mystiek.
Op de achterkant van het boek staat oa dat deze verhalenbundel een soort levensverhaal is. Als dat waar is dan zou de schrijver wellicht overwogen hebben om zich van het leven te beroven? Men leze verhaal 8, Brand diep van binnen.
Zou hij bijna zijn verdronken? Men leze het onnavolgbaar prachtige De drenkeling en de spiegels.
Het eerste verhaal zou kunnen verhalen over de werkzaamheden van vader en zoon.

Eigenlijk doet het er helemaal niet toe. Eigenlijk doet reconstructieve arbeid afbreuk aan de verhalen en de betoverende schoonheid.
Ik noem enkele titels van verhalen om aan te tonen hoe lyrisch het taalgebruik van de schrijver is:
De verspilde dag verdwijnt kruipend op zijn buik.
De stenen droom
Het hart ligt naakt bij de grote weg in het donker

Het is geen boek dat je achterelkaar uitleest. Ik wisselde af met het boek van Edvard Hoem, een mooie combinatie. De verhalen moesten als het ware eerst bezinken voordat ik verder kon lezen.
De vertaling van het boek door Marin Mars moet een flinke klus en puzzel zijn geweest. Het Nederlands laat hier en daar grammaticaal wat te wensen over, wat ik dan meteen storend vind, maar over het algemeen is het resultaat heel bevredigend.
Tarjei Vesaas schreef de verhalen vòòr 1968, het eerste jaar van uitgave. Pas in 2020 verscheen de Nederlandse vertaling en ik ben blij dat dat gedaan is.
Wie ooit in Noorwegen is geweest, bij voorkeur in elk van de vier jaargetijden, en veel heeft rondgezworven door de verschillende landschappen, wordt onmiddellijk meegenomen door dit kleinood. De kracht van zijn taal zorgt voor directe teleportatie.

Reacties

Meer recensies van Lammert Dijkema

Boeken van dezelfde auteur