Lezersrecensie
Laconieke lichtvoetigheid en zinloze tragiek
Ik ben een fan van Echenoz, want ik bewonder de manier waarop hij in dunne boekjes vol quasi-laconieke, vederlichte en ironische zinnetjes hele werelden oproept vol vergeefsheid en ongrijpbare leegte. Ook jarenlange levens vol spanning en tragiek brengt hij als een zinloze korte mistige flard waar je alleen met verbazing naar kijken kunt, als iets wat zich aan alle grote woorden en heroïek onttrekt. Door die quasi-laconieke lichtvoetigheid wordt elke grandeur vermeden, en juist DAT onderstreept de zinloosheid en de tragiek. Die dan weer niet handenwringend wordt gebracht, maar met een weemoedige glimlach en een berustend 'tja......'.
Zo ook bij dit boek, over de eerste wereldoorlog: een immens gebeuren zoals we allemaal weten, maar door Echenoz gevat in een boekje van 120 bladzijden met ultrakorte titel. Een omvang dus die bijna een statement is, een openlijke en bewuste keuze tegen het grote dramatische epos of het grote tragische woord. Niet dat Echenoz de beschrijving van oorlogsgruwelen vermijdt, maar even wezenlijk bij hem zijn de scenes waarin soldaten in verdwazing rondrennen en met hun bajonetten zinloos prikken in de koude lucht. De desolate sfeer van het verlaten thuisfront krijgt ook de aandacht van Echenoz, maar wordt gevat in het vrij onverwachte beeld van een eenzame hond, met een vergeefse erectie omdat het object van zijn lusten zomaar in het niets lijkt verdampt. Ook heeft Echenoz oog voor de opstand van soldaten tegen hun zinloze lot, en zijn hoofdpersoon Anthime voelt zich solidair met deze opstandigen, maar die solidariteit uit hij dan met gebalde rechtervuist, terwijl hij geen rechterarm meer heeft: met een gebaar dus dat alleen in zijn hoofd bestaat en dat niemand ziet. Een fantoomgebaar, zoals hij ook fantoompijn heeft nadat hij zijn arm heeft verloren. De tragiek en machteloosheid van dat fantoomgebaar wordt door Echenoz volstrekt onnadrukkelijk gebracht, en precies die onnadrukkelijkheid onderstreept dan de machteloosheid. Niet alleen die van Anthime zelf, maar ook die van de soldaten die een wisse dood tegemoet gaan.
Prachtig hoe Echenoz het grote leed van WO I in dat soort kleine taferelen vat. Grandioos hoe hij juist met die laconieke terloopsheid ontroering oproept. Schitterend hoe hij ook WOI met weemoedige glimlach bekijkt zonder voorbij te gaan aan de gruwelen. Een heel mooi boekje kortom, ik ben blij dat ik het gelezen heb.