Lezersrecensie
Een originele verbeelding van wat er allemaal leeft in een door obsessies geteisterd hoofd
Dit is de tweede roman van Alasdair Gray, een volslagen excentrieke Schot die prettig gestoorde boeken schrijft, door o.a. Will Self bejubeld als misschien wel de grootste levende Britse schrijver, maar door anderen verguisd, en door de meesten gewoon straal genegeerd. Prowisorio en ik waren erg enthousiast over het maffe meesterwerk Lanark, maar Gray zelf vindt 1982 Janine nog beter. Nou, ik niet dus, want Lanark is m.i. toch rijker van inhoud en stijl en heeft ook minder inzinkingen. Maar ik vind 1982 Janine wel weer een mooi en volkomen origineel boek, vol fantasie, onopgeloste raadsels en kromme wendingen.
Bovendien is het ook een intrigerend (zij het niet altijd aangenaam) spel met onze taboes en weerstanden. Hoofdpersoon en verteller is namelijk de wanhopig gefrustreerde Jock McLeish, die een stortvloed van bizarre seksuele fantasieën over ons uitbraakt. Die fantasieën zijn nogal sadomasochistisch getint: allerlei bloemrijk beschreven dames in smakelijke kledij worden in de boeien geslagen, en vervolgens in allerlei ingewikkelde erotische tableaus betrokken. Deze gefantaseerde dames hebben daar vaak nogal complexe en tegenstrijdige gevoelens bij: ‘Janine feels the delicious exotic helplessness of being gripped and carried along by my imagination. She also feels great dread’. De fantasieën zelf riepen bij mij ook nogal dubbele gevoelens op. Afkeer omdat het op of over de rand van de ranzige porno zit, en ook verveling want porno is gewoon saai. Maar ook (zo geef ik schoorvoetend toe ) fascinatie, en soms zelfs bewondering voor de verbeeldingskracht achter die fantasieën en de soms weer prachtige zinnen.
En spannend is vooral dat het nooit rechttoe-rechtaan porno wordt. Daar zijn ten eerste die fantasieën te gelaagd, vernuftig en gekunsteld voor: soms gaat het bijvoorbeeld om een gefantaseerde vrouw die een verhaal leest over een vrouw die een rol in een film speelt van een vrouw die in de boeien wordt geslagen. Dus fantasie in fantasie in fantasie. En wat dan in die laatste fantasie gebeuren moet is vaak zo bizar dat het behalve stuitend ook komisch wordt. Bovendien worden de meeste gefantaseerde seksscenes gecombineerd met snikken van wurgende eenzaamheid. Nee, ‘lekker opgewonden’ word je er niet van. Bovendien wordt McLeish al fantaserend steeds gestoord door allerlei elkaar tegensprekende stemmen en kwellende herinneringen in zijn hoofd, die de erotische scènes steeds overschreeuwen of onderbreken net voordat het tot 'de daad' komt.
Zo discussieert hij opgewonden met zijn geweten, en zelfs met God, ook een fantasiebeeld maar wel eentje waarmee McLeish in gesprek wil. Daardoor draait het eigenlijk niet primair om die erotiek en seks, maar vooral om de ranzige chaos in McLeish geobsedeerde hoofd. ‘My head is a windy cave, a narrow but bottomless pit where true and false memories, hopes, dreams and information blow up and down like dust in a draught. Vertigo’. Alles wat hij zegt en denkt is bovendien totaal verward en tegenstrijdig, mede doordat zijn blik door frustratie, woede, drank en pillen omfloerst wordt. Hij combineert lyrische bewondering voor vrouwen ( ‘The female body is THE LANDSCAPE OF HOME’) met totale vrouwenhaat. Hij is gefascineerd door fantasiebeelden van in boeien gevangen vrouwen; tegelijk heeft hij ook een solidaire deernis omdat iedereen in onze kapitalistische wereld een gevangene is, hijzelf incluis. Woedende (soms te lange) monologen over die gevangenschap en de knellende banden van onze zo onrechtvaardige wereld worden dan ineens weer afgewisseld met een bijna sarcastische lofzang op kapitalistische onderdrukking. En die worden weer afgewisseld met (overigens prachtig geschreven) utopische dromen over werelden met onbegrensde mogelijkheden, dankzij de grenzeloze inventiviteit van wetenschap en kunst. Het ene moment is McLeish een rabiate conservatief, het andere moment een wanhopige kankeraar, weer het andere moment een socialistische dromer.
Een en ander culmineert in een hoofdstuk waarin vier stemmen in McLeish hoofd worden beschreven in vier naast elkaar staande kolommen, elk met een totaal uit de bochtvliegende lay-out en verschillende lettertypes. Niet iedereen houdt van dit soort typografische grappen, maar ik vind het heel aardig hoe op deze manier de chaos in McLeish hoofd zichtbaar wordt gemaakt, tot in de bladspiegel aan toe. Ook het grillige karakter van de zinnen en van de diverse scènes maken die chaos goed duidelijk. Niettemin zorgt Gray tegelijk ook , verrassend genoeg, voor ontroering en verstilling. Met name in de herinneringen van McLeish aan een knuffelige, weinig seksuele liefde voor een simpel en pretentieloos mopje. Die herinnering is een heel originele en ontroerende novelle over verloren liefde, die ook een intrigerend contrast oplevert met de buitenissige seksuele fantasieën elders in het boek.
Veel critici vinden dit boek vreselijk, want al te somber en pornografisch. Andere vinden het geweldig, en zeggen dat het geen porno is maar een protest tegen onderdrukking (waarbij McLeish dan de onderdrukker en de onderdrukte personifieert). Nog weer andere critici bewonderen het als een postmodern stijlexperiment. Maar ik lees en waardeer het boek vooral als een originele, rijke, gevarieerde en ook confronterende verbeelding van wat er allemaal leven kan in een van obsessies doordrenkt hoofd.