Lezersrecensie

Nostalgie, verlangen, en wonen in thuisloosheid: de alibi's van Andre Aciman


Nico van der Sijde Nico van der Sijde
28 mrt 2018

Begin dit jaar las ik met veel plezier "Call me by your name" en "Enigma variations": twee fraaie romans over de pluriformiteit en intensiteit van liefde en verlangen, waarin het verlangen juist des te heviger wordt - en des te meer de beleving van de liefde verrijkt- naarmate het NIET wordt vervuld. Smartelijke romans, omdat het niet vervullen van het verlangen ook onstilbare pijn oplevert, maar ook inspirerende romans omdat juist dat onbevredigde verlangen zo veel extra kleur aan het leven geeft. Meer kleur dan het normale, routineuze leven van alledag heeft, met zijn min of meer gerealiseerde doelen en genoegens.

En nu las ik dan "Alibi's", een bundel persoonlijke essays van dezelfde Andre Aciman, die allemaal gaan over de smart en het genot van nostalgie en verlangen. Of, anders gezegd, van een geest die nooit helemaal in het hier en nu vertoeft omdat hij droomt van een (grotendeels gefantaseerd) verleden of verlangt naar een (grotendeels onmogelijke) toekomst. De geest van een schrijver die niet zozeer de "dingen zelf" wil afbeelden maar de weerslag van die dingen in zijn altijd dolende geest, niet zozeer de "werkelijkheid zelf" of "de realiteit" maar de al dan niet illusoire associatieve patronen die de schrijver meent te ontwaren in de realiteit. Waarbij die patronen en associaties minstens zo veel zeggen over de schrijver zelf als over de realiteit. Zonder overigens ooit een duidelijk beeld van die schrijver op te leveren, want ook die is een raadsel, een veranderlijke en ondoorgrondelijke verzameling van door nostalgie en verlangen vertekende perspectieven en beelden.

"Alibi's" is een verzameling van persoonlijke, essayistische stukken, die over de meest uiteenlopende onderwerpen gaan: een prachtig stuk over de vele vluchtige en vervlogen werelden die worden opgeroepen door de geur van lavendel; een eveneens prachtig stuk over Proust; mijmeringen over de pluriformiteit van Acimans eigen identiteit en verleden; mijmeringen over aard en waarde van zijn schrijverschap; mijmeringen naar aanleiding van allerlei voor hem belangrijke streken en steden, zoals New York, Venetië, Toscane, Barcelona, Rome, Parijs, Alexandrië. De stukken over steden zijn wel wat wisselend van kwaliteit: sommige zijn wat kort en oppervlakkig, en er sluipen hier en daar ook wat m.i. onnodige herhalingen in. Toch heb ik ook die stukken meestal met plezier gelezen, omdat ze niet op de geijkt-toeristische wijze gingen over de stad of het landschap zelf, maar over de vorm die zij aannemen in Acimans van nostalgie en verlangen doordesemde brein. Of, beter gezegd, de vorm die zij krijgen door Acimans onderzoekende en kunstzinnige schrijversblik. Zo zegt hij: "And perhaps it is the film I go in search of each time I'm back in Rome - not Rome. We seldom see, or read, or love things as they themselves really are, nor, for that matter, do we even know our impressions of them as they really are. What matters is knowing what we see when we see other than what lies before us. It is the film we see, the film that breathes essence into otherwise lifeless objects, the film we crave to share with others. What we reach for and what ultimately touches us is the radiance we've projected on things, not the things themselves - the envelope, not the letter, the wrapping, not the gift". Ook zegt hij: "Lucretius says that all objects release films, or "peeled skins" of themselves. These intimations travel from the objects and beings around us and eventually reach our senses. But the opposite is also true: we radiate films of what we have within us and project them onto everything we see - which is how we become aware of the world and, ultimately, why we come to love it. Without these films, these fictions, which are both our alibis and the archive of our innermost life, we have no way to connect or touch anything".

Wij zien de dingen altijd door het betekenisraster van ons persoonlijke referentiekader: alles wat wij zien is minstens ten dele ook de projectie van ons eigen perspectief, ons eigen ik, ons eigen innerlijk leven, onze nostalgie en ons verlangen. Dat zegt Aciman feitelijk in deze citaten, en daarmee zegt hij niks nieuws. Maar hij zegt en beargumenteert het wel veel eleganter dan ik het ooit zou kunnen, zoals hopelijk uit de citaten blijkt. Bovendien volstaat hij niet met de droge constatering dat "Rome" voor hem alleen het "Rome" is dat bestaat in de film in zijn hoofd. Nee, hij onderzoekt alle facetten van die film, alle elementen van nostalgie en verlangen die Rome in deze film heeft, en zet zijn volle verbeeldingskracht in om associatieve patronen en betekenislagen te ontdekken die deze film nog rijker maken. Ook voor ons is Rome niks meer dan een beeld in de film die wij afdraaien in ons hoofd, maar die film is volgens mij in de regel flink wat saaier dan die van Aciman. Ook voor ons zijn de dingen zelf alleen in onze waarneming gegeven, maar die waarneming is minder met verbeeldingskracht gevoed dan die van Aciman. Wat Aciman dus zegt is niet: ga naar Rome en geniet. Wat hij zegt is: ontplooi ten volle je verbeeldingskracht, doorleef daarbij zonder terughoudendheid alle in jezelf verborgen facetten van verlangen en nostalgie, verrijk op die manier je blik, en kijk met DEZE blik naar Rome of willekeurig welke andere stad. En verwonder je vervolgens over de film, ook lang nadat je hem gezien hebt.

De essaybundel van Aciman lees ik kortom als een mooie en bij vlagen inspirerende exploratie van onze door nostalgie en verlangen getekende geest. Net als zijn romans, zij het op andere wijze en met andere middelen. De essays en romans vertellen geen halleluja-verhaal voor positivo's, want nostalgie en verlangen zijn ook pijnlijk omdat ze gepaard gaan met het besef dat je de dingen zelf nooit helemaal bezit of doorgrondt. Bovendien leiden ze tot het pijnlijke besef dat je ook je eigen stad en land niet kent, evenmin als je eigen ik: dat je zelf nooit meer bent dan een raadselachtige nomade in een onbekend land, temeer omdat je altijd verlangt of terugverlangt naar je eigen thuis maar daar nooit definitief woont. Je bent nooit echt thuis, leeft nooit echt in het moment. En dat pijnlijke besef krijgt bij Aciman alle aandacht. Maar nog meer aandacht krijgt voor mij het raadselachtige genot dat verlangen en nostalgie opleveren, omdat intens verlangen naar en diep nostalgisch terugkijken op een ervaring verrijkend zijn voor die ervaring, vooral voor iemand met de verbeeldingskracht en de elegante pen van Aciman.

Reacties

Meer recensies van Nico van der Sijde

Boeken van dezelfde auteur