Lezersrecensie
Geniaal door zijn irrationaliteit
Tja, hier stond een lange recensie vol juichkreten. Maar door een vingerfout is die nu weg, en ik ga geen nieuwe lange recensie maken. Daarom heel in het kort, in telegramstijl en uit de uiterst losse pols.
Deze vertaling uit 2012, van Aai Prins, is veel beter dan alle vorige, en alle hier verzamelde verhalen en novellen zijn vooral door hun enorm originele stijl uiterst leesbaar. Elke gewone natuurbeschrijving en elk ontroerend tafereel wordt in Gogols originele handen iets buitengewoons, iets wat je nooit eerder zag en ook elders niet meer ziet. En dat lukt hem in alle verhalen, ook zijn meest folkloristische. Verreweg het beste zijn echter de "Petersburgse vertellingen", zoals "De jas" (in vorige vertalingen: de mantel), "De neus", "Dagboek van een gek" en "Nevski Prospekt". In die verhalen tovert Gogol ons irrationele waanwerelden voor die juist door hun ongerijmdheid en onbekendheid ook van grote schoonheid zijn, en die tegelijk ook iets verontrustend herkenbaars hebben, dus iets lijken te laten zien van de irrationaliteit van onze vertrouwde wereld. Bij Gogol kan iemand zijn neus verliezen, om vervolgens te merken dat deze neus zich los van hem als levende en goedgeklede persoon manifesteert en zich net zo vaardig gedraagt in de mondaine kringen als hijzelf. Iedereen kan dus zomaar desintegreren. En een gewoon mondain figuur is niet veel beter of succesvoller dan een neus in pak. En ook niet minder gefragmenteerd en van elk zingevend verband losgezongen. Wat dan verteld wordt in zinnen die door hun zijpaden en losse einden net zo desintegreren, net zo losgezongen zijn van elk zinvol geheel als die neus dat is van zijn gezicht, en die bovendien vaak ontsporen omdat ze zo bol staan van ongerijmde details. Bovendien, een verhaal over een neus die rondloopt is eigenlijk een wereld die zich manifesteert als een grote mop, en dat wordt nog verder versterkt door de ongerijmdheid van stijl en plot.
Iets soortgelijks is ook in de andere "Petersburgse vertellingen" aan de hand. "De jas" bijvoorbeeld, het tragische verhaal van een arme klerk die zijn jas verliest en door niemand wordt geholpen, is zonder meer ontroerend als protest tegen maatschappelijk onrecht, maar echt geniaal als karikaturale en daardoor helder-overtuigende uitvergroting van onze waanzinnige wereld. Want de klerk is behalve arm ook tragi-komisch futiel in alles, wat nog sterker geldt voor de "belangwekkende persoon" en andere notabelen die nalaten hem te helpen. Bovendien, het verhaal slaat om in een spookgeschiedenis die nog veel absurdistischer is dan een 'normale' spookgeschiedenis. Maar DAT is kennelijk de wereld zoals Gogol die zag: vol van ongerijmde en ongefundeerde futiliteit, en zodanig van fundamenten verstoken dat hij zo maar ineens kan omslaan in een nachtmerrieachtig spooktafereel.
Kortom, prachtig boek, in geweldige vertaling. Dat ik het nu pas lees terwijl het er al in 2012 was is raar, maar mooi dat ik het nu ken. En ik heb wel trek nu in die andere Gogol-vertaling van Aai Prins: van de geniale roman "Dode zielen".