Lezersrecensie
Oproep tot eindeloze receptiviteit: een inspirerende essaybundel van Teju Cole
"Open City" van Teju Cole vond ik een prachtige roman, vooral door de flanerende open geest en de wagenwijd voor alle associatieve indrukken opengesperde zintuigen van de hoofdpersoon. Coles later geschreven essaybundel "Known and strange things" had precies diezelfde zo charmerende openheid van geest, oog, oor en alle andere zintuigen. Net als "Blind Spot", zijn fascinerende bundel vol raadselachtige foto's en al even raadselachtige teksten. En dat geldt misschien nog wel sterker voor zijn net verschenen essaybundel "Black Paper".
Deze essaybundel bestrijkt een wel heel breed scala van onderwerpen: van de kleur zwart in beeldende kunst naar de troost van architectuur en muziek; van suggestieve schaduweffecten in experimentele fotografie tot de epifanie in het werk van Joyce, Woolf, Pamuk, Sebald, Toni Morrison, Bruno Schulz en Teju Cole zelf; van oorlogsfotografie tot misstanden aan de Amerikaans- Mexicaanse grens en de wanhoop daarover; van de duistere ondergrond vol raadselen onder elke zogenaamd heldere betekenis tot het zwart van de dood; van het zwart als rouwkleur naar de zwarte huidskleur van tot slaaf gemaakten; van de schaduw als zone van angstwekkend duister naar de schaduw als zone van koelte en geborgenheid; van het fascinerende late werk van Beethoven naar het voor Cole zo uitzinnig inspirerende werk van Edward Said; van de vele genegeerde misstanden in de huidige duistere tijden naar de bonte veelvormigheid van de films van Fellini; van Caravaggio's onrustige leven en zo imponerend- duistere schilderkunst tot de ontworteling van bootvluchtelingen; van de ongrijpbare sferen van nachtmerries en mistige dromen tot verbazing over de mysterieuze schoonheid van Utoya jaren na de aanslag van Brejvik.... Enzovoort, en zo verder.
Een enorm pluriforme bundel dus, temeer omdat ook in elk essay zelf associatief heen en weer wordt bewogen tussen geheel verschillende onderwerpen en sferen. Maar juist door die associatieve pluriformiteit staat Coles essaybundel, volgens mij, in het teken van "a guesswork that fostered a different way of knowing, one that allowed for ranges rather than insisting on points". Niet voor niets zegt Cole ook: "I love Edward Said's idea, drawn from his comparative study of literature, that difference is not about hierarchies but about the possibility of contrapuntal lines. Difference, at its best, interweaves and creates new harmonies". Ook Coles gevarieerde, associatief heen en weer bewegende essays zijn vol contrapunten, en op zoek naar nieuwe harmonieën, naar nieuwe betekenispatronen die nooit helemaal worden onthuld. "Counterpoint is also related to Said's concept of late style. Tension is sustained, stubbornness is unaccommodated, and difficulty is permitted. [...] The rest is music", zo zegt Cole over Edward Said, en naar mijn idee is dat helemaal raak. Maar ook zijn eigen stijl is hiermee heel raak beschreven: alle perspectieven in zijn essays zijn complex, al zijn essays staan vol verschillende perspectieven, en de spanningen tussen die zo verschillende perspectieven maken die essays nog complexer en intrigerender. Zodat alle essays pogingen zijn om de complexiteit van de wereld voelbaar te maken zonder die complexiteit te reduceren. En zonder dus de contrapuntische spanningen ervan te willen oplossen.
Veel van de essays gaan bovendien over duistere en verhulde beelden. Cole, zelf fotograaf, is erg gefascineerd door fotografie, maar dan vooral door foto's die werken met schaduweffecten, vreemde perspectieven en raadselachtige verhullingen. Foto's dus die niet ernaar streven om alles helder af te beelden, maar om zich te verhouden tot werkelijkheden die te tragisch of onbevattelijk zijn om in een beeld te vangen. Zoals bijvoorbeeld de foto's of liever fotogrammen van Takeda, die ons, via een ingewikkeld procedé, een indruk geven van de radioactieve vervuiling rondom Fukushima. "These enigmatic images make visible the otherwise unseen toxicity of the grounds", aldus Cole: we "zien" die toxiciteit op een manier die we via normale foto's helemaal nooit zouden kunnen zien, en precies dat maakt deze foto's zo aangrijpend en raadselachtig. En juist dat raadselachtige is voor Cole uiterst essentieel. "We make images in respons to disaster. Seeing is part of our coming to terms. Oblique responses, like those by Imai, Takeda, and Kawauchi [...] are especially resonant because they are reactions to a tragedy, but they also reach beyond it and give us new language", aldus Cole. Maar die "new language" is dan niet een taal die klip en klaar alles verklaart en verheldert, maar een taal die de complexiteit en de onopgehelderde schaduwzones bewaart. Een taal dus die de duisterheid der dingen respecteert.
En bovendien een taal die de raadselachtige veelvormigheid van de dingen recht doet. Niet voor niets vult Cole een van zijn essays met uitgesponnen voorbeelden van opsommingen uit het werk van veel verschillende schrijvers: opsommingen waarin de veelvormigheid van met name het leven in de grote stad overweldigend naar voren komt. Want deze opsommingen zijn tevens enorme tableaus, die de lezer verbazen door hun wijdsheid, hun veelheid aan details, en ook de verrassende heterogeniteit en ogenschijnlijke onsamenhangendheid: alsof je als lezer iets onder ogen krijgt dat te groot, wijds heterogeen en veelvormig is om bevat te kunnen worden. Maar juist dat dwingt tegelijkertijd wel onze aandacht en gecommitteerde interesse af. Niet voor niets schrijft Cole daarover: "Cities are made of multiplicity, and they invite inventory. To list is, somehow, to love". Zulke opsommingen en tableaus vindt hij dan ook van cruciale waarde voor literatuur, en voor de leeservaring: "But the secret reason I read, the only reason I read, is precisely for those moments in which the story being told is deeply alert to the world, an alertness that sees things as they are or dreams things as they could be. Those moments that are like a dark forest, a wide sky, an umplumbable mystery". In dat verband spreekt hij ook van een epifanie, een ook door James Joyce vaak gebruikt begrip dat duidt op een nieuw licht en nieuw inzicht dat je raakt als een overweldigende openbaring. Maar Cole ziet dit begrip nog breder: "Epiphany is not only relevation or insight, it is also the reassembly of the self through the senses. It is an engagement with the things that quickened the heart, through the faculties of the body, the things that catch the heart of guard and blow it open". En dat begrip wint nog aan kracht door Coles eerdere passages over de rijkdom van onze vijf zintuigen, die alle vijf in verbinding staan met de geest en met elkaar (bijvoorbeeld in de door Cole betoverend beschreven ervaringen van synesthesie), en die bovendien alle vijf heel veel verschillende modaliteiten kennen. Zodat we niet vijf zintuigen hebben, maar wel tientallen. En al die tientallen met elkaar verbonden zintuigen worden wijd en vol ontvankelijkheid opengesperd in de epifanie......
De essays in "Black Paper" staan bol van geëngageerd protest tegen uitsluiting, hypocrisie, discriminatie en de vele andere misstanden in deze wereld. Cole maakte mij daarmee alert op allerlei ongerechtigheden waar ik mij veel te weinig bewust van was. En op vormen van solidariteit en empathie die bij mij veel te weinig zijn ontwikkeld. Maar nog indrukwekkender dan dat vond ik zijn pleidooi voor een maximale openheid van geest en van alle zintuigen, en daarmee voor een "receptivity and indiscriminate attention" die ons toegang geeft tot " an overwhelming pileup of detail that shakes the sensible self to its core". Want bij Cole gaat het om onverdeelde aandacht voor het onbegrijpelijke, het onbevattelijk andere, het peilloos en pijnlijk duistere, het ongrijpbaar pluriforme, en soms ook het angstwekkende en abjecte. In zijn essays laat Cole bovendien heel mooi zien wat voor duistere en pluriforme rijkdom een dergelijke aandacht kan opleveren. En vooral daarom vond ik deze essaybundel enorm inspirerend.