Lezersrecensie
Vol verwondering door de ooghoeken kijken, naar mysterieuze schakeringen van ondefinieerbaar licht
De Australische schrijver Gerald Murnane is een vreemd fenomeen: een klein groepje bewonderaars kraait dat hij minstens de Nobelprijs verdient, terwijl een enorme groep nooit van hem heeft gehoord. Veel mensen zouden volgens mij bovendien direct afhaken als ze hem zouden leren kennen, want zijn proza is wel ongelofelijk vreemd, plotloos en ongrijpbaar. Samenvatten kun je zijn zinnen nooit, laat staan zijn boeken. En zelfs het genre is nauwelijks te bepalen, ook bij "Border Districts". Dat is het laatste boek van de op dat moment 79- jarige Murnane, dat weten we. Een afsluiting dus van een oeuvre. Maar is het nou een meanderende roman? Een verzameling abstracte memoires van de oude schrijver op zijn schrijversleven? Een bundel van essayistische prozagedichten over de mysteries van het mentale beeld? Of nog wat anders? Geen idee. En juist dat charmeert mij bijzonder, net als de enorme poëtische schoonheid en het rijke suggestieve mysterie van Murnanes ongelofelijk rare zinnen.
"Border Districts" is in elk geval opgetrokken uit meanderende mijmeringen van een naamloze ik- figuur, die ons op associatieve wijze meeneemt langs verschillende scenes in zijn herinneringen of fantasieën. Die ik- figuur heeft duidelijk overeenkomsten met Gerald Murnane, maar tegelijk is wat hij ons vertelt veel te vreemd om autobiografisch te zijn. Hij karakteriseert zijn vertelling bovendien vaak als "fiction", en soms ook als "report" van feitelijkheden die alleen in de verbeelding bestaan. De "border districts" in de titel zijn zowel fysiek als mentaal: steeds worden ondefinieerbare grensgebieden opgezocht, schaduwzones, mysterieuze effecten van klank of kleur op de rand van het waarneembare. En die grensgebieden worden niet rechtstreeks bekeken, maar alleen zijdelings en vanuit de ooghoeken. Dus vanuit de "border districts" van oog, oor en geest. "In all my adult life, I had merely glanced or looked sideways at such things, partly from my belief […] that a glance or a sideways look reveals more than a direct gaze", aldus de ik- figuur. En dat is omdat de indirecte blik, en het geschaduwde licht, veel meer bewaart van het zo rijke mysterie der dingen. Vandaar ook zijn overtuiging "that a coloured pane better reveals itself to a viewer on its darker side, so to call it; that the colours and designs in glass windows are truly apparent only to an observer shut off from what most of us would consider true light - the light best able to do away with mystery and uncertainty".
Vaak mijmert de ik- figuur over de meerduidige beelden in zijn hoofd, die veel ongrijpbaarder zijn dan concrete zinnen of definities, maar daardoor ook veel suggestiever en rijker. Soms lijken die beelden een glimp te bieden op een wereld naast de onze, of op een verborgen essentie der dingen, of op een soort Platoons idee. Maar dan zonder de definieerbare contouren die een Platoons Idee nog min of meer heeft. Niet voor niets is de ik- figuur erg geïntrigeerd door de beelden die mediterende mystici of biddende priesters al biddend denken te zien. Maar anders dan veel priesters wil hij het mysterie niet doorgronden, maar juist in al zijn ondoorgrondelijkheid ervaren. Net als veel religieuze mensen zoekt hij "het licht", maar dan niet het Licht der Waarheid dat alles opheldert, maar een onkenbaar licht dat alle zijnden in al hun onkenbare kleurschakeringen laat oplichten. Dat komt naar mijn smaak mooi naar voren in de volgende passage: "Once, when I happened to pass the church in the late afternoon, and when I looked over my shoulder at a window on the shaded, south- eastern side of the building, I saw the glass there coloured not directly by the setting sun but by a light that I was prevented from seeing: the glow within the locked church where the rays from the west had already been modified by the three windows on the side further from me. Even if I could have devised a name for the wavering richness that I saw then in that simple pane, I would have had to set about devising soon afterwards a different name for the subtly different tint in each of its two neighbouring panes, where the already muted light from one and the same sunset had been separately refracted". Veel later in het boek zegt hij over zulk licht bovendien het volgende: "And yet, I seemed to have been at pains to keep in mind the precise appearance of a certain shaft of light, which was the only evidence for the existence of a certain invisible window of invisible colours in the invisible world whence arises the subject matter of illustrations".
Zelfs een gewone illustratie in een gewoon boek of een gewoon kerkraam biedt, volgens de ik- figuur, dus glimpen door een onzichtbaar raam op onzichtbare kleuren in een onzichtbare wereld. En de mysterieuze beelden in zijn eigen hoofd, of in de hoofden van de personages die hij zich herinnert of die hij fantaseert, zijn al helemaal doordesemd van deze onzichtbare en ondefinieerbare kleuren. Een van de door de ik- figuur verzonnen of herinnerde mysterieuze vrouwen benadrukt daarom het onbewuste, droomachtige karakter van onze innerlijke beelden. Om vervolgens te benadrukken dat ook de term "het onbewuste" nog te weinig recht doet aan dit zo vreemde gebeuren: "She claims not to understand how the term unconscious can be applied to any part of the mind, which she says she more readily conceives of as a luminance or glow than as any sort of organ or faculty".
Er zijn veel schrijvers en denkers die ons vertellen dat elke waarneming en elk fenomeen in de buitenwereld en de binnenwereld vol van onbepaaldheid is. En ook dat de realiteit die wij waarnemen niet de enig mogelijke is. Die boom in mijn tuin zie ik alleen omdat mijn oog op vrij onnauwkeurige wijze allerlei visuele stimuli registreert, die ergens in mijn brein op voor mij onnavolgbare wijze tot een visueel beeld worden gecombineerd, en dat beeld snap ik dan alleen omdat ik ooit het concept "boom" heb geleerd op school. En dat is mooi, maar tegelijk weet ik niet hoe die boom er uit zou kunnen zien als mijn ogen anders werkten of als ik heel andere concepten zou hebben aangeleerd. Over alles wat ik waarneem zou ik mij dus kunnen verwonderen, net als over het hele proces van waarnemen zelf. Ook zou ik vol verwondering kunnen mijmeren over de vele mogelijke werelden die ik niet kan zien, over de vele mij onbekende realiteiten naast of binnen de mij bekende realiteit. Bovendien kan een mens zich voortdurend verbazen over de veranderlijke en vervagende wereld van zijn herinneringen, of over de merkwaardige bewegingen van zijn fantasieën en zijn dromen. Als brave burgerman doe ik dat echter weinig, want ik dompel mij meestal gewoon onder in de routineuze wereld van alledag. Maar ik hou van schrijvers die dat soms doorbreken en mij weer vol verwondering laten kijken om mij heen en in mijzelf. Ik hou dus ook van schrijvers die schrijven over de verwonderde blik naar binnen en naar buiten. En ik ken weinig schrijvers die dat laatste in zo sterke mate doen als Gerald Murnane.