Lezersrecensie
Rusteloze beweging in schilderijen, muziek en meanderend proza
Ik ben een enorme fan van Laszlo Krasznahorkai, vooral dankzij "De melancholie van het verzet' en "Seiobo there below". Dus kon ik ook niet afblijven van de novelle "Chasing Homer" van slechts 91 pagina's. Te meer niet omdat dit een intrigerend totaalkunstwerk is: de zoals altijd ademloos voortdenderende lange prachtzinnen van Krasznahorkai worden gecombineerd met intrigerende percussiemuziek van de beroemde jazzmusicus Miklos Szilveszter, en met fascinerend raadselachtige schilderijen van de beroemde schilder Max Neumann. Meerdere kunstvormen dus in één boek, en die kunstvormen versterken elkaar in hun raadselachtigheid. Want de percussiemuziek (toegankelijk via QR- codes in het boek) versterkt de rusteloze sfeer van de ademloze, van paranoia en tegenspraken doordrenkte zinnen, terwijl door die zinnen de percussiemuziek weer extra rusteloos klinkt. Dat was althans mijn ervaring, omdat ik naar die muziek luisterde terwijl ik tegelijk het proza las. En de merkwaardig droomachtige schilderijen van Neumann, waarin menselijke gezichten zijn teruggebracht tot contouren zonder ogen of met alleen gaten op de plek van hun ogen, passen op de een of andere manier geweldig bij Krasznahorkais zinnen. Al was het maar omdat de vluchtende ik- figuur daarin naamloos en gezichtloos blijft, een oningevuld raadsel, net als zijn gezichtloze en anonieme achtervolgers. En ook omdat ik uren kan kijken naar de ondefinieerbare expressie op Neumanns tot contouren gereduceerde portretten, net als naar de raadselachtige emoties en gedachten van Krasznahorkais ik- figuur.
Op de linkerbladzij zie ik bijvoorbeeld staan: "nothing has any purpose, it is always just one particle of existence that is itself nothing but a process, wandering from process to process, or more exactly, tumbling from one process to another, to thrash about until tumbling into the next process, so that instead of a purpose it has a consequence, and what they - mistakenly! mistakenly!- call purpose is the result of the raging of particles carried along by processes determined by chance, but it is nothing except mere consequence, that the particle, the process, must constantly suffer, and that this suffering - more precisely: this enduring- is life itself [...]". En rechts zie ik een vage door Neumann getekende contour, de vage lijnen van een wellicht menselijk, wellicht dierlijk gezicht. Ook een gezicht dat beroofd is van "purpose", zou je kunnen zeggen, en in dat opzicht past het helemaal bij de sfeer van Krasznahorkais zinnen ernaast. Maar toch verklaren Krasznahorkais taal en Neumanns beeldende kunst elkaar niet, en drukken ze ook niet precies hetzelfde uit: ze staan als van verschillende raadsels naast elkaar, en door die nevenschikking worden de raadsels nog vergroot. Terwijl daarbij ook nog de vreemde muziek van Szilveszter naklinkt in mijn oren.......
Als Krasznahorkai- fan heb ik niettemin vooral op de zinnen gelet. Wat een arbitraire keuze is - anderen zouden zich juist hebben vergaapt aan Neumannn, of aan Szilvezster- , maar wel een die bij mij past. En ik genoot weer van zijn ellenlange, ademloze, meanderende, zichzelf voortdurend corrigerende en bijstellende en vaak toch in tegenspraak en onbeslistheid uitmondende zinnen. Die zinnen passen prima bij de paranoia van de naamloze ik- figuur, die om onduidelijke reden op de vlucht is voor onduidelijke achtervolgers met onbekende motieven. Soms nemen die zinnen het karakter aan van een "permanent dialogue with myself", waarbij de "I" in gesprek is met een "you". Wat de raadselachtigheid van die "I" nog versterkt, te meer omdat geopperd wordt dat "you're merely a phantasm, a fabrication brought into existence by a totally different kind of insanity". Eerder in dezelfde zin is bovendien al overwogen dat het leven van een vluchteling om bijna waanzinnige aandacht en focus vraagt, wat niet zonder risico is: "an existence concentrated in such a frantic manner, with your attention focused so exclusively upon a single point, and since the subject of the pursuit ( namely you) can never know whether you're transgressing the borderline beyond which the life you're leading could be declared insane, when you might become uncertain and begin to doubt the reality of your surroundings, question the truth of having been on the run for years, possibly decades, certainly for months, weaks, days, hours, minutes, or moments now, and you might ask if this persecution is taking place in reality, or somewhere else [...]". En later in diezelfde zin wordt opgeworpen: "your relation to your own insanity is best characterizd by a perpetual ambiguity, wherein you yourself, as well as your insanity, exist in a permanent, billowing state of potentiality, exactly as you yourself, willingly bearing it and embodying it, do question it, because your insanity has not yet emerged from its haziness, well, in a word, you say to yourself to make it brief, insanity is a question suspended in limbo, the answer to which must exist, but it would be like a mute person saying something to a deaf person".
Aldus ontsporen de labyrintische zinnen van Kraszanahorkai in een steeds grotere raadselachtigheid, in steeds ingewikkelder vragen "suspended in limbo" en zonder hoorbaar antwoord. Elk hoofdstuk ontvouwt weer nieuwe van die vragen, die ook nog eens zichzelf ter discussie stellen en de "billowing state of potentiality" nog verder vergroten en verdiepen. Of wellicht zelfs niet eens de potentialiteit, maar eerder de totaal onontwarbare chaos en verknoping. Op enig moment lijkt de toon en het tempo te veranderen: de ik- figuur is minder in gesprek met zichzelf, en meer verwikkeld in actieve handeling. Hij beleeft zelfs prachtig beschreven momenten van totale lichtheid, omdat hij al rondreizend het gevoel heeft te ontsnappen aan zijn achtervolgers. Wat dan, opmerkelijk genoeg, hem zou lukken op het eiland waar ooit Odysseus de gevangene was van Calypso. Maar ook die nieuwe route in de vlucht- of in die Odyssee- mondt niet uit in een ontsnapping of rustpunt. Dus ook deze vlucht mondt uit in een volgende vlucht. Zodat vluchten kennelijk het eeuwige lot is van de naamloze ik- figuur. Wat tot uiting komt in zinnen als "as long as I keep going, going, going ever onward, on this island that obviously has no end, and never will have an end, where my light feet just keep going and going". Of het hoofdstuk dat, anders dan de andere, uit alleen maar een heel korte zin bestaat: "No, I was never giving up". In zinnen dus die je als vrij somber kunt zien, omdat de ik- figuur alleen maar kan gaan, en gaan, en gaan, zoals ook de protagonisten van Beckett. Maar mij valt daarnaast toch ook de volharding op, het niet- willen- opgeven, de amor fati wellicht zelfs, de overgave dus aan de eigen voortdurende vlucht en aan het voortdurende vluchtelingschap. Maar ja, zeker weten doe ik dat laatste niet, want als lezer van zo'n raadselachtig verhaal weet je helemaal niets zeker.
Zo begint en eindigt dit boekje dus met fascinerende raadsels en "questions suspended in limbo". Vragen waarover ik lang zal blijven namijmeren. Intrigerend vind ik bijvoorbeeld de vraag waarom de titel eigenlijk "Chasing Homer" luidt. Het boekje bevat enkele lange passages uit de Odyssee, die worden voorgelezen door een gepensioneerde reisleider aan een vrij lachwekkende groep van toeristen. En voor die reisleider is het eiland van Calypso een toeristische attractie geworden. Het lijkt dus wel alsof de verwijzing naar Homerus vooral een parodie op Homerus is. Zoals de vlucht van de ik- figuur misschien een parodie is op de Odyssee: een eindeloze vlucht zonder reden, zonder Ithaka, zonder thuiskomst. Duidt "Chasing Homer" dus misschien op het najagen van een echte Homerische Odyssee, dus op het verlangen naar een reis mét thuiskomst? Of van een wereld waarin Homerus nog wel wat betekent, en waarin de door hem geschetste werelden meer zijn dan een toeristische attractie? Of wil Krasznahorkai ons meenemen in een wereld die totaal anti- rationeel is, zich niet verhoudt tot de rationele wetmatigheden zoals de filosofie sinds Plato deze zag? Dus naar een voor- Platoonse ervaring van een nog ongestructureerde werkelijkheid? Zodat "Chasing Homer" kan worden gelezen als "op jacht naar werelden voor Plato"? Sommige recensenten denken dit, sommige ironische passages over de westerse filosofie sinds Plato wijzen erop. Er zijn zelfs passages waarin de ik- figuur suggereert dat hij aan zijn achtervolgers denkt te kunnen ontsnappen door aan de (Platoonse) ratio te ontsnappen, en zich onder de dompelen in (pre- Platoonse?) sferen van toeval en chaos. En in "The world goes on" toonde Krasznahorkai zich ook al gefascineerd door de pre- Platoonse werkelijkheidsopvattingen van Heraclitus. Dus tja, wellicht duidt de titel "Chasing Homer" inderdaad op vergelijkbare fascinaties. Maar zeker weten doe ik het niet. Zodat ook de titel mij laat verwijlen in een resem van vragen zonder antwoord. Net als het boekje in zijn geheel.
Ik heb mij kortom prima vermaakt met "Chasing Homer". Misschien moet ik eens op zoek naar "Animalinside", een eerder samenwerkingsproject van Krasznahorkai en Neumann. Wellicht moet ik mij ook eens verdiepen in samenwerkingsprojecten die Neumann heeft gedaan met andere schrijvers, zoals Cees Nooteboom. Maar in elk geval blijf ik attent op nieuw werk van de onuitputtelijke Krasznahorkai. Ik hoop dus dat er nog veel nieuw werk van hem blijft komen, en dat er nog veel oud werk van hem vertaald zal worden.