Lezersrecensie
Alles is fictie en schijn
De Amerikaan Jonathan Lethem is vooral bekend van zijn maffe en ook erg sterke detectiveroman Motherless Brooklyn (vertaald als De Minna-mannen). De chronische stad is minstens zo maf: een typisch 'postmoderne' roman vol onwaarschijnlijke (maar intrigerende) verwikkelingen, waarin de personages meer en meer tot de conclusie komen dat alles wat ze zien, horen, denken en voelen pure fictie is. Een roman dus die (vast onder invloed van figuren als De Lillo, Pynchon, Borges, wellicht Auster) de moderne wereld nadrukkelijk als een schijnwereld beschrijft, waar alle werkelijkheid en authenticiteit schuil lijkt te gaan achter de drogbeelden van de media. Alsof je rondloopt in een computersimulatie die iemand anders heeft bedacht. Alsof je (zoals in de film The Truman Show) zonder het te weten de hoofdrol speelt in een soap. Een roman bovendien waarin duidelijk de tekortkomingen worden gedemonstreerd van ons denken en waarnemen: met onze zintuigen en ons brein kunnen we 'de werkelijkheid' niet bevatten, dus leven we(aldus Lethem, aldus andere postmodernisten) altijd in een schijnwereld. En precies dat hamert De chronische stad er goed in.
Dat betekent niet dat het boek saai of somber of droog is: het is door alle plotwendingen juist heel levendig en voortdurend verrassend. De verbale erupties van Perkus Tooth zijn bijvoorbeeld even vermakelijk als meeslepend: duidelijk het geraaskal van iemand die net veel drugs heeft gesnoept, maar toch erg vernuftig en erudiet. Het boek staat ook vol met rake en/of komische zinnen. Bijvoorbeeld: 'Zijn hele lichaam leek een soort vlakgom. Ik stelde mij voor dat hij zou verkruimelen als hij zichzelf te hard wreef'. De vervreemding van de personages wordt door dit soort zinnen mooi voelbaar gemaakt. Ook de manier waarop New York beschreven draagt daaraan bij: deels 'realistisch' en herkenbaar, deels surrealistisch (een tijger -of is het een robot- die vernielingen aanricht, mist die jarenlang blijft hangen en de Twin Towers verbergt, toespelingen op een oorlog). Als lezers maken we kennis met een New York dat net niet helemaal New York is: een soort verschoven of vertekend beeld, vervreemdend, zwevend tussen echt en onecht. Dat doet Lethem knap, en ook daarmee maakt hij de vervreemding goed voelbaar. Bovendien is het boek zonder meer ook ontroerend. Er is bijvoorbeeld de onwaarschijnlijke en met drugs doordesemde vriendschap tussen Chase Insteadman, gewezen kindacteur, met Perkus Tooth, een gewezen cultuurcriticus en pamflettist. Nog onwaarschijnlijker, maar tegelijk misschien nog ontroerender, is de vriendschap van enkele personages met een driepotige maar vriendelijke pittbull. Pakkend beschreven is ook de vervoering voor 'chaldrons', een (blijkt later) vervalst soort vaaswerk, maar de fascinatie voor hun schoonheid is niettemin 'echt'. Zoals ook de vriendschappen in dit boek, ondanks hun onwaarschijnljkheid en ondanks dat ze op allerlei misverstanden en drogbeelden berusten, ergens toch ook 'echt' zijn.
Een echte topper vond ik het boek niet: ik heb inmiddels dit soort 'postmoderne' boeken al veel vaker gelezen, en vond bovendien dat het soms wat langdradig was. Veel mensen zullen dit soort postmoderne boeken sowieso te taai vinden. Maar het is goed geschreven, vaak ook verrassend en grappig, en nog ontroerend ook. Ik heb mij dus prima vermaakt met De chronische stad.