Lezersrecensie
Een zeldzame ervaringsintensiteit
Dit boek is in Amerika juichend besproken: Philip Roth en vele anderen vonden het een ‘dazzling masterpiece’. Ook in Nederland was er veel lof. En terecht, vind ik.
The plague of doves is een wonderlijk rijke en meerstemmige roman, opgebouwd uit verschillende in elkaar grijpende verhalen van meerdere intrigerende personages. Die verhalen waaieren vele kanten uit, en bestrijken allerlei soms heel onverwachte onderwerpen uit heden en verleden, maar ze gaan wel bijna steeds over heftige passie. “His name held for me the sacred resonance of those Old Testament words written in fire by an invisible hand” zegt iemand over haar jeugdliefde. En een bejaarde man herbeleeft jaren later als volgt de ontmoeting met zijn grote liefde: “clearly seeing even now the vision of the Holy Spirit, which appeared to him not in the form of a white bird among the brown doves, but in the earthly body of a girl.” Dat soort passie dus, van een bijna religieuze heftigheid. Soms worden de personages dan ook meegesleept door onbeheersbare innerlijke en uiterlijke krachten, als ware het een Griekse tragedie.
En toch is er naast alle tragiek vaak ook een fikse scheut humor. Bovendien zijn de verhalen goed gevuld met verrassende wendingen, en vooral met prachtige zinnen waar de poëzie van afspat. Alle verhalen zijn dus op zichzelf al bijzonder kleurrijk en geschakeerd, en vaak erg vernuftig opgebouwd. Maar intrigerend is vooral hoe die verhalen elkaar aanvullen, en daardoor een echt fascinerende mozaïek opleveren. Geen sluitende puzzel, dat juist totaal niet, maar een veelvormig en rijk tableau waar je oneindig naar kunt en wilt kijken omdat je er steeds nieuwe dingen in kunt zien. Bepalend in deze mozaïek is hoe een kleine gemeenschap van Indianen en blanken worstelt met een verdrongen trauma van enkele generaties terug: een beestachtige en onopgeloste meervoudige moord op een blank gezin, direct gevolgd door een lynchpartij op enkele ten onrechte verdachte Indianen, die dus zonder reden worden opgehangen. Racistische motieven spelen hierbij zeker een rol.
Extra gecompliceerd is dat daders en slachtoffers van die lynchpartij bloedbanden met elkaar hebben, die in de navolgende generaties nog verder worden vermengd. "Now that some of us have mixed in the spring of our existence both guilt and victim," zo zegt iemand, "there is no unraveling the rope." Iedereen in deze gemeenschap heeft dus een niet te delgen schuld in zijn genen, en tegelijk ook verdriet of boosheid over aangedaan onrecht: een onontwarbare kluwen, dus. En inderdaad, die onontwarbare verknoping van overgeleverde schuld en overgeleverd aangedaan onrecht wordt niet ontward. Wel komt aan het eind een verteller aan het woord die ik niet had verwacht, die de voor mij eveneens verrassende identiteit van de moordenaar onthult. Dat werpt op diverse eerdere verhalen meteen een ander licht. Maar dat licht voegt eerder facetten aan het rijke raadsel toe dan dat het een sluitende oplossing biedt. De moord is en blijft namelijk redeloos en onverklaarbaar. Bovendien is het pijnlijke onrecht van de lynchpartij niet opgelost, ook daar blijft de vraag naar het waarom onbeantwoord. Het leven van veel personages zal dus gekleurd blijven door de verknoping van schuld en aangedaan onrecht, hoe indirect soms ook. Ook worden de personages door hun grillige passies vaak voor onoplosbare problemen gesteld.
Toch eindigt het boek met een voor mij erg ontroerende acceptatie en berusting, een melancholiek maar ook bitterzoet en mooi slotakkoord. Bovendien vind ik dat Erdrich prachtig en poëtisch schrijft, juist over vaak pijnlijke passies . Zie de volgende passage over pijn en liefdesverdriet: “And there is pain, gray curtains I can’t push aside. I breathe pain in, out, and the stuff sticks inside me like tar and nicotine from cigarettes, making each breath just a little more difficult. [….] I fear losing my observer, the self that tells me what to do. My consciousness is fragile ground, shaky as forming ice” . Zo sterk en desintegrerend kan passie zijn bij Erdrich: hij gaat vaak tot over de grenzen van het zelfbehoud en van het ‘ik’. En toch willen de personages die passie, want die is rijker dan onze normale, meer huiselijke en gevoelens. Een ouder personage zegt het, na eindelijk zijn geliefde gehuwd te hebben, zo: “Old love, middle love, the kind of love that knows itself and knows that nothing lasts, is a desperate shared wildness.” Toch is juist die “shared wildness” ook zijn geluk. De liefde is gekleurd door besef van eindigheid, maar daardoor ook intenser. Die intensiteit gaat vaak ons normale gezonde verstand te boven, en ook ons begrip: dat maakt het beangstigend. Het is een soort toonhoogte waarop we niet elk moment van de dag kunnen leven. Maar het is wel een toonhoogte die de personages bij Erdrich opzoeken, omdat het ook een zeldzame rijkdom van ervaring biedt, een even zeldzame scherpte van gewaarwording, en een ongedachte diepte. Ziehier een passage over vioolmuziek: “The music was more than music – at least what we are used to hearing. The music was feeling itself. The sound connected instantly with something deep and joyous. Those powerful moments of rue knowledge that we have to paper over with daily life. The music tapped the back of our terrors, too. Things we’d live through and didn’t want to ever repeat. Shredded imaginings, unadmitted longings, fear and also surprising pleasures. No, we can’t live at that pitch. But every so often something shatters like ice and we are in the river of our existence. We are aware.”.
‘We are aware’. Precies dat wil Erdrich, voor even, bereiken bij haar lezers. En bij mij is ze daar met vlag en wimpel in geslaagd.