Lezersrecensie
Grandioze roman over de gave van het dichterlijk en explorerend bewustzijn
"De gave" is de laatste roman die Nabokov in het Russisch schreef, en volgens velen de beste van zijn Russische romans. Sommige Nabokov- fans, met name uit Rusland, vinden het zelfs zijn beste boek ooit. Zelf vind ik "Lolita" en "Pale Fire" nog steeds Nabokovs meesterstukken, maar veel bladzijden in "De gave" zijn voor mij net zo netvliesscheurend prachtig als de allerbeste bladzijden in Nabokovs allerbeste romans. Ik genoot kortom zeer, nog meer zelfs dan toen ik het jaren geleden voor het eerst las.
Hoofdpersoon is Fjodor, een dichterlijke ziel die de hele roman lang ontwaakt als dichter en als romancier. Ook is hij een verbannen ziel, want hij is een voor het Leninisme gevluchte Rus die leeft en droomt en dicht in het Russische emigranten-milieu in het Berlijn van rond 1925. Veel passages in "De gave" staan dan ook bol van verbeeldingskracht, nostalgie, snakkend terugverlangen naar het verloren paradijs van de Russische kindertijd. Soms volgen we Fjodors nostalgische dromen vanuit een hij- perspectief, dan ineens weer vanuit ik- perspectief, en vaak worden we helemaal ondergedompeld in een schitterend tafereel dat ineens een drogbeeld blijkt te zijn: de schittering van een half- verbeeld, half- herinnerd overweldigend prachtig Russisch landschap, waar Fjodor zich - net als de lezer- helemaal middenin waant.... om ineens te beseffen dat hij midden in Berlijn is en dat "iets" op associatieve wijze dat Russische landschap in hem deed ontstaan. Dat brute ontwaken uit zijn droom in de werkelijkheid is natuurlijk pure desillusie. Tegelijk is dromen zijn gave: dat is zijn vermogen om op associatieve wijze vervoerd te raken van werelden voorbij de alledaagse werkelijkheid, en om zich niet neer te leggen bij de beperkingen van die werkelijkheid. Precies dat maakt hem tot dichter, romancier, kunstenaar.
Zelf denkt hij dat hij als enige in staat is tot "dat geheimzinnige, delicate iets" wat hij, bij benadering, aanduidt als "het multipele denken". En dat is een soort pluralistisch denken en waarnemen vol verbeeldingskracht, dat zich niet aan conventies en rationele begrenzingen stoort: "je kijkt naar iemand, en ziet hem zo helder alsof hij van glas is en jij de glasblazer, en tegelijkertijd, zonder dat het die helderheid in het minst verstoort, valt je oog op een klein visueel detail ergens terzijde - zoals het feit dat de schaduw van een telefoonhoorn op een reusachtige, ietwat verkreukelde mier lijkt- terwijl er onderhand (alles op één en hetzelfde moment) op dit kruispunt nog een derde gedachte arriveert - de herinnering aan een zonnige avond op een klein spoorwegstation ergens in Rusland; en geen van die beelden staat in enig redelijk verband met het gesprek dat je voert, waarbij je voortdurend in gedachten de buitenomtrek van je eigen woorden en de binnenomtrek van de woorden van je gesprekspartner aftast". "De gave" staat vol met prachtige voorbeelden van dit multipele denken. Bijvoorbeeld de al genoemde passages waarin Fjodor midden in Berlijn ook in een half- verbeeld, half- herinnerd Rusland is. Of passages waarin personages, nadat we hen lang in gesprek hebben gezien met Fjodor, ineens een fantoom blijken te zijn: ze bestaan in de werkelijkheid niet maar in de dimensies van de verbeelding tegelijk wel, en precies dat brengt Nabokov prachtig over.
Maar ook zijn er passages waarin Fjodor allerlei onverwachte esthetiek ziet middenin de alledaagse werkelijkheid: "Overstekend naar de drogist op de hoek wendde hij onwillekeurig zijn hoofd om vanwege een lichtflits die was afgeketst op zijn slaap, en zag, met die snelle glimlach waarmee we een regenboog of een roos begroeten, hoe een verblindend wit parallellogram van lucht uit de verhuiswagen werd geladen- een toilettafel met spiegel, waarover, als over een filmdoek, een smetteloos heldere weerkaatsing voortgleed van takken die zwierden en zwaaiden, niet op boomeigen wijze, maar met een menselijke schommelbeweging, voortkomend uit de aard van degenen die deze lucht, deze takken en deze glijdende gevel met zich meedroegen". Waar een normaal mens alleen verhuizers ziet met een toilettafel met spiegel, ziet Fjodor dus een hele wereld vol beweeglijke schoonheid in die spiegel. En ook uit het raam kijkend ziet hij wat grofstoffelijke mensen als u of ik niet zien: "In de wrongel- en weikleurige hemel vormde zich nu en dan een opalen holte, waar de blinde zon haar baan ging, en in antwoord daarop haastten zich dan op het grijze bollende dak van de verhuiswagen de slanke schaduwen van lindetakken hals over kop naar verstoffelijking, maar vervaagden weer zonder zich te hebben gematerialiseerd".
"De gave" is, misschien, vooral de roman over de voortgaande ontwikkeling van de esthetische sensibiliteit, van vervoering, van vreugde om de rijkgeschakeerde pracht van de werkelijkheid, en van de verbeeldingskracht die ons de ogen opent voor die pracht. Het is in ieder geval de roman van een ontwakend en ontwikkelend dichterschap, van een fysieke en mentale ontdekkingsreis, en van een zich ontwikkelende liefde. Het tweede hoofdstuk bijvoorbeeld is een soort reconstructie van de adembenemende ontdekkingsreizen van Fjodors verdwenen en overleden vader: een reconstructie vol smart vanwege het gemis van die vader met zijn zo immens rijke en hooggeleerde geest, maar ook vol jubel vanwege de ongehoorde pracht die de vader in zijn ontdekkingsreizen heeft geëxploreerd. Die pracht is ook weer vol smart, omdat Fjodor niet weet wat zijn vader zag en dat allemaal zelf moet verzinnen, maar tegelijk ook vol jubel omdat Fjodor met zijn verbeeldingskracht ons en zichzelf de meest ongehoord onconventionele beelden voor ogen tovert. Zoals: "De bomen leken voortgebracht door het delirium van een plantkundige: een witte lijsterbes met albasten bessen of een berk met rode schors!". En dat wordt nog versterkt door verwijzingen naar Poesjkin. Fjodor is, als zich ontwikkelend dichter, helemaal idolaat van Poesjkin. Maar die idolatrie is ook een extra verbinding met zijn vader, die minstens zo idolaat was van deze dichter. Fjodor zegt over de exploratiedrift van zijn vader onder andere: "Omdat er dingen waren die hij wilde kunnen uitdrukken, even natuurlijk en onbevangen als de longen zich willen uitzetten, moesten er ook woorden bestaan waarmee men kon ademen". En juist Poesjkin leert zijn lezers ademen, want eerder werd over Fjodor zelf het volgende gezegd: "Het hele voorjaar zette hij zijn trainingsprogramma voort, voedde hij zich met Poesjkin, ademde Poesjkin (de lezer van Poesjkin krijgt een grotere longcapaciteit)". De onbevangen taal van Poesjkin, die de dingen benoemt alsof ze voor de eerste keer worden gezien zodat de dingen bevrijd worden van alle clichés.... DAT is de taal die Fjodor zelf zoekt, en DAT - zo denkt Fjodor- is de taal die Fjodors vader zocht. "Poesjkin voer hem in het bloed. Poesjkins stem en die van zijn vader vloeiden ineen", zo ervaart Fjodor dan ook: de ontdekkingsreiziger en de dichter zoeken beiden woorden die de dingen opnieuw laten ademen. Want beiden kijken met "wijdgesperde oogrokken- om Poesjkin te parafraseren".
Ontroerend, hoe Fjodor zijn verloren vader met Poesjkin verbindt en Poesjkin met zijn verloren vader. Maar nog mooier vind ik hoe hij zijn vaders exploratieve oog associeert met Poesjkins dichterlijk oog - Poesjkins "wijdgesperde oogrokken"- , en hoe hij dus de ontdekkingsreiziger en de dichter met elkaar versmeedt. Poesjkin is voor Fjodor dus vooral zo inspirerend omdat hij in zijn dichtkunst en zijn proza ook een ontdekkingsreiziger was, die nieuwe werelden exploreerde. Nieuwe werelden die kunnen ademen doordat ze zijn ontdaan van de conventies, de clichés, de blik van de burgerman die de dingen al te snel definieert en daarmee versimpelt.
Vooral hoofdstuk 2 van "De gave" is dan ook een waanzinnig inspirerend eerbetoon aan Poesjkin en aan het explorerende reizen in onbekende werelden en dimensies. Zoals het fraaie hoofdstuk 3 vol staat met toespelingen op de door Nabokov bewonderde Gogol. Voor mij bovendien des te aanstekelijker, omdat ik van Gogol houd en sinds kort ook van Poesjkin. Hoofdstuk 4 is dan weer een satire in de stijl van Saltikow, een schrijver die ik niet ken. Dus dat hoofdstuk zei mij minder. De satire op een vrij simplistisch naar de wereld kijkende Russische intellectueel sprak mij echter toch wel aan, omdat daarin Nabokovs haat tegen de versimpelende en verarmende blik op de wereld mooi voelbaar wordt. Bovendien is dit een boek ingebed in een boek: de satire, zo beseffen we geleidelijk aan, is het eerste boek dat Fjodor geschreven heeft en dat in hoofdstuk 3 al even werd aangekondigd. Hoofdstuk 4 van dit boek is dus een boek in een boek, met een andere hoofdpersoon dan in de andere hoofdstukken, en ook geheel anders van toon .... Ook weer een voorbeeld van het "multipele denken" waar Fjodor van houdt: we krijgen niet één boek, maar twee.
Maar pas daarna volgt voor mij de climax: hoofdstuk 5, waarin Fjodor zijn liefde voluit voelt voor de geadoreerde Zina Merz en tegelijk de contouren ziet van zijn eerste roman. Wie weet is dat "De gave" zelf, zodat de roman eindigt met een hoofdstuk dat gaat over de geboorte van diezelfde roman. Een roman dus die in zijn staart bijt, die eindigt bij zijn begin? Een roman als een cirkel? Het is hoe dan ook een roman die weigert conventioneel te eindigen: "Maar als ik einde schrijf, klinkt er voor wie doordenkt, geen slotakkoord: mijn wereld werpt haar schaduw ver voorbij de einder van het woord, die blauw is als de ochtendmist- en ook daarmee is niets beslist". Eerder werd al geopperd dat Fjodors "creatie niet de gedaante van een boek zou hebben, een die in zijn eindigheid strijdig is met de cirkelvormigheid van al het bestaande, maar integendeel die van een continu gekromde en dus oneindige zin". Alsof "De gave" zich niet wil neerleggen bij de eindigheid en begrenzingen van de alledaagse werkelijkheid. Alsof de roman weigert te eindigen, en weigert zich neer te leggen bij een gedefinieerde begrensde vorm.
"De gave" was voor mij een prachtige ontdekkingsreis, die ik met wijdgesperde oogrokken heb gelezen. Ik ken maar weinig romans die zo dichterlijk het ontwakend bewustzijn bezingen van een dichter. Ik ken ook weinig van zulke aanstekelijke lofzangen op de Russische literatuur, op het multipele denken, en op het vermogen om alles met wijdgesperde oogrokken te bekijken alsof je het voor het eerst ziet. Zonder herkenning, zonder je neer te leggen bij de gangbare definities, zonder ooit op te houden met kijken, want zonder het ooit te herleiden tot iets bekends. Jammer dat het boek nu uit is. Maar wat is het mooi dat ik het weer heb gelezen.