Lezersrecensie
Interessant boek over Mulisch
Ik ben een gretige Mulisch-lezer, en ook boeken over die man lees ik graag. Dit nieuwe boek interesseerde mij dan ook zeer, te meer omdat ik eerdere stukken van Sander Bax over Mulisch wel heel aardig vond. Dat gold ook voor dit boek. Helaas vond ik veel alinea's nogal slordig geschreven: veel herhalingen, veel parafrases van Mulisch-citaten die naar mijn smaak weinig toevoegden aan dat citaat, vaak info in voetnoten die je in de hoofdtekst zou hebben verwacht, en vaak ook een naar mijn smaak wat warrige en omslachtige betoogtrant. Dat maakt de tekst onnodig taai. Zoiets is voor een wetenschappelijke studie misschien geen bezwaar, maar voor mij als Mulisch-liefhebber wel: ik wil dan ook in boeken OVER Mulisch een beetje worden meegesleept door de stijl, en dat zat er niet in. En ik denk ook dat dit boek voor niet- Mulisch fanaten daardoor te droog is. Maar inhoudelijk vond ik Bax' boek juist wel weer interessant, en ik heb naar mijn gevoel toch weer een paar dingen opgestoken over een van mijn favoriete Nederlandse schrijvers.
Het boek is geen biografie, dus geen levensbeschrijving van Mulisch, maar een onderzoek naar hoe Mulisch zijn schrijverschap vorm gaf in zijn boeken en hoe hij een beeld van zijn schrijverschap creëerde in diverse interviews. Ik vond het intrigerend om te lezen hoe vaak Mulisch zich heeft laten interviewen op radio, tv en in de pers, en om te zien hoe behendig hij daarbij een imago in het leven riep van 'de grote schrijver en intellectueel' en hoe hij daarmee tegelijk ook ironisch liep te spelen. De combinatie van arrogantie en zelfspot vond ik daarbij wel heel treffend: zelf heb ik Mulisch tijden lang gemeden vanwege die arrogantie, en pas later heb ik zijn zelfspot begrepen, en het is aardig om bij Bax terug te zien hoe ook veel anderen op soortgelijke wijze op het verkeerde been zijn gezet. En nog intrigerender vond ik om te lezen hoe Mulisch op het Europese toneel eigenlijk een heel andere rol speelde, die veel meer gericht was op het Europese intellectuele debat op de grote problemen van zijn tijd.
Maar als Mulisch-liefhebber was ik vooral geïnteresseerd in wat Bax schrijft over de spanning in het werk van Mulisch tussen 'mythisch schrijverschap' en 'engagement'. In veel van zijn boeken gebruikt Mulisch mythologische verwijzingen: naar Orpheus en zijn zingende doortocht in het dodenrijk en zijn dichterlijke zoektocht naar de dode geliefde , naar Oedipus die zijn moeder trouwde en daarmee de tijd, de maatschappelijke orde en de wetten met voeten trad, naar Egyptische mythen over het dodenrijk, naar de alchemistische mythen waarin de magiër zichzelf en de wereld transformeert, enzovoort enzovoort. Vaak is dat opgevat als een - volgens sommigen nogal pretentieuze- poging van de - volgens sommigen nogal arrogante - Mulisch om een soort hogere want goddelijke werkelijkheid te scheppen die de alledaagse werkelijkheid oversteeg. En veel mensen begrepen dan ook niet hoe Mulisch daarnaast op allerlei momenten juist zo geëngageerd kan zijn, b.v. door vaak te waarschuwen dat de wereld werd bedreigd door de technologie, door zijn fascinatie voor het provo-protest, en door zijn aandacht voor de holocaust en WO II. Maar Bax laat overtuigend zien dat die mythologische schrijfwijze juist gecombineerd werd met engagement. Immers, met de mythen wilde Mulisch niet een hogere werkelijkheid of helderheid scheppen die alle raadsels oploste, maar wilde hij juist diep doordringen tot de onuitspreekbare kern van die raadsels en die kern ALS totaal onuitspreekbaar laten zien.
In "Het stenen bruidsbed" bijvoorbeeld wordt het massacre van Dresden in Homerische zangen bezongen, en in mythologische en alchemistische termen gevat, op zodanige wijze dat juist de duisterheid en totale onbegrijpelijkheid van dat massacre scherp naar voren komt. In "De ontdekking van de hemel" schrijft Mulisch een fabel vol Faustische elementen die bol staat van verwijzingen naar mythologisch noodlot, en juist dat geeft een extra scherp beeld van de hyperbolische bedreiging van de mensheid die zijn ziel bezig is te verliezen aan de techniek. In "Siegfried" wordt naar allerlei gedachtegoed uit de negatieve theologie verwezen om Hitler te begrijpen, en ook naar Nietzsche, Heidegger, andere onnavolgbare denkers: gevolg is dat Hitler geëvoceerd wordt als het totale Niets, het zwarte gat, de gapende leemte in elke logische wereldbeschouwing. Met al zijn mythologische en alchemistische verwijzingen creëert Mulisch een sfeer van geheim, duisternis, irreële droom, van werelden aan gene zijde van ons begrip. En door in dat soort mythologische termen over de werkelijkheid te schrijven vergroot Mulisch onze aandacht voor de onuitspreekbare raadselachtigheid van die werkelijkheid. Ziedaar zijn engament, dat dus niet haaks staat op zijn mythologisch schrijverschap maar door dit mythologische schrijverschap wordt gevoed. Of liever: juist door die mythologische stijl krijgt dat engagement zijn fascinerende en pregnante vorm.
Die verbinding tussen de mythische en de geëngageerde Mulisch (en de ontwikkeling van die verbinding in zijn verschillende boeken) had ik nooit zo goed voor de bril: daarin heb ik dus echt iets van Bax geleerd. Ook laat hij heel aardig zien hoe veel personages bij Mulisch een soort ironisch of vervormd alter ego van de schrijver zelf zijn, maar ook personificaties van de worstelingen die de schrijver doormaakt, of van Mulisch gedachte dat de schrijver al schrijvend de werkelijkheid EN zichzelf verandert. Waarbij dat schrijven ook een soort onmogelijke zoektocht in het onbekende is, die de schrijver (en ook: de mens) te boven gaat: de zo op Mulisch lijkende hoofdpersoon van "Siegfried" sterft niet voor niets meteen nadat hij Hitler als het grote Niets heeft gemeend te zien, de eveneens op Mulisch lijkende Max Delius wordt niet voor niets door de Engelen verdelgd in "De ontdekking van de hemel". Mulisch voert kortom ook zichzelf vaak als personage op in zijn boeken, als intrigerende personificatie van de raadselachtige dimensies van zijn eigen schrijverschap. En door dit boek van Bax begrijp ik beter waarom Mulisch dat deed en wat daarbij op het spel staat.
Er is over elk boek altijd wel iets te zeuren, ook over dit boek. Ik heb al gezegd dat ik de stijl en opbouw niet zo goed vind. Een gemis vind ik ook dat Bax weinig aandacht heeft voor het aanstekelijke enthousiasme van Mulisch: de wijze waarop de toch gitzwarte waarschuwingen in "De ontdekking van de hemel" samengaan met jongensachtige humor en soms jubelend gebrachte creatieve vondsten, de wijze waarop "De compositie van de wereld" - waarin toch knalhard staat dat de wereld ten onder zal gaan aan de techniek- in enorm aanstekelijke termen het "eureka" bejubelt en de enorme vreugde van ontdekkingen in kunst en wetenschap, de combinatie in "De procedure" van bijna apocalyptisch vermaan tegen de wetenschap en bijna jongensachtige vervoering over de prachtige vondsten die de wetenschapper doet. Bax geeft een citaat waarin Mulisch zelf dat enthousiasme wezenlijk zegt te vinden, hij zegt in een interview met Brands zelfs dat hij vanwege dat enthousiasme en ook de humor zo verzot is op Mulisch, en doet er dan niks mee in dit boek.
Maar ondanks al deze bezwaren ben ik toch lang niet ontevreden: ik heb weer wat geleerd over hoe Mulisch zichzelf vormgaf in de publieke media, en ik heb weer wat geleerd over de boeken die ik zo bewonder. Bax boek is inhoudelijk gezien ook leerzamer dan veel andere boeken die ik over Mulisch gelezen heb. Kortom, het is goed dat dit nieuwe boek er nu is.