Lezersrecensie

Een veelvormige roman over de niet repareerbare wereld


Nico van der Sijde Nico van der Sijde
20 mrt 2021

Met bewondering en verbazing las ik "De reparatie van de wereld", van de mij volkomen onbekende Kroaat Slobodan Snajder, fraai vertaald en helder geannoteerd door meestervertaler Roel Schuyt. Een roman die mij vaak verraste door zijn meanderende en grillige plot en zijn veelheid van verschillende stijlen. En bovendien een verbluffend veelvormige roman. Deel één van deze driedelige roman is een bijna mythisch verhaal over hoe arme Duitsers, eeuwenlang geleden, door een mensachtige rat of ratachtige mens werden verlokt om het onbekende en verlokkende Transsylvanië te gaan ontginnen. Deel twee is dan, verrassend genoeg, een met magisch- realistische elementen gelardeerd verhaal over de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. En het boek als geheel is meerdere boeken tegelijk: een tastende "Vatersuche" van een zich over zijn vader verwonderende zoon, een opmerkelijk originele oorlogsroman vol bizarre taferelen, een poëtische beschouwing over de even onontbeerlijke als ontoereikende troost van schoonheid in barre tijden van oorlog, een meeslepend-droevige mijmering over de eeuwige cirkelgang van de met oorlogsverschrikkingen en waanbeelden en charlataneske rattenvangers doordesemde geschiedenis , en een even montere als wanhopige meditatie over de fragiliteit van het leven en de onontkoombaarheid van de dood. Bovendien is het een grimmige en bizarre schelmenroman, een allegorische Odyssee vol omzwervingen en zonder thuiskomst, een schrijnende liefdesroman vol verrassingen, een filosofische roman vol existentialistische overpeinzingen en surrealistische dromen, een vertwijfelde meditatie over het ondoorgrondelijk zwijgen van de misschien niet eens bestaande God, en meer. Onmogelijk samen te vatten dus, dit veelvormige boek, en soms ongrijpbaar. Maar juist daardoor ook onderhoudend, veelzijdig en rijk.

Hoofdpersoon in de laatste twee delen is Georg -of: Duro- Kempf, een in 1919 geboren Kroatische "Volksduitser" die, vanwege zijn allang vergeten Duitse roots, min of meer gedwongen wordt om zogenaamd vrijwillig aan te sluiten bij de Waffen SS. Wat hij met een bijna onbegrijpelijke gelatenheid ondergaat, en vooral vol vervreemding: "Er is Kempf tijdens zijn leven niets gelukt, behalve een vreemde blijven". In de SS is hij inderdaad een vreemde, omdat hij geen echte Duitser is en geen overtuigde Nazi: dat hij niettemin toch SS-er is maakt hem (ook na de oorlog) tot een vreemde voor iedereen, ook voor zichzelf. Na de oorlog neemt dat alleen maar toe, door zijn mislopende huwelijk met een partizanenstrijdster (een bizarre relatie tussen twee antagonistische mensen, die elkaar tijdens de wereldoorlog direct zouden hebben vermoord), maar ook door de groeiende politieke desintegratie in Joegoslavië waar hij hij als verbaasde buitenstaander niet- begrijpend tegenaan kijkt. Bovendien verandert hij al tijdens de Tweede Wereldoorlog, door een grillige reeks van bizarre toevalligheden en wendingen, geregeld van rol: hij deserteert - of loopt hij toevallig weg?- uit de SS, hij poogt vergeefs over te lopen naar een onduidelijke en onvindbare Poolse verzetsgroep, hij doolt doelloos door oneindige wouden en onderaardse holen, wordt slaaf van iemand die hem doorverkoopt voor een big, sluit zich aan bij Stalinistische troepen, voert ondoorgrondelijke theologisch- filosofische discussies met een bijna mythische Wandelende Jood, iets nadat hij droomachtig- groteske verschrikkingen bij een van de vele concentratiekampen heeft gezien..... En steeds blijft Kempf een vreemde, over wie wonderlijk afstandelijk en dus vervreemdend wordt verteld. Alsof ook de verteller hem niet kan doorgronden. En dat terwijl die verteller zijn eigen zoon is, die het even bizarre en veelvormige als onbekende verleden van zijn vader reconstrueert met zijn verbeelding. Althans, dat poogt hij. Maar vergeefs, dus.

Uiterst origineel is dat die zoon in deel twee van dit driedelige boek, in de oorlogsjaren en dus nog voor zijn geboorte, zich toch als ik- figuur en personage meldt. Maar dan als ongeborene, vol angst dat hij nooit verwekt en geboren zal worden. "Wij ongeborenen zijn bang, want er is geen grotere angst dan dat je niet geboren zult worden. [...] Wij zijn zo bang dat we voor theologische speculaties geen tijd hebben." En ook: "Wij ongeborenen leven louter van medelijden. Dat is voor ons water en brood, dat is de ether die we inademen en ons enige voedsel. In dat opzicht lijken we op God, alleen is Hij almachtig en zijn wij machteloos". In veel andere passages gebruikt de ongeboren zoon een heel andere toon: soms monter, soms cynisch, soms bijna babbelachtig. Maar zelf vond ik toch die onmacht het meest indringend. Omdat dit tevens de onmacht is van de zoon om te begrijpen wie of wat zijn vader was. Want uiteindelijk blijft Kempf voor zijn zoon alleen een veelvormig raadsel, "Ongeveer als een mozaïek uit de oudheid dat in zee is verzonken en waarvan de voorstelling door het golvende water wordt vertroebeld.". Bovendien, volgens Kempf en zijn zoon is de hele wereld niks meer dan een heterogeen, versplinterd en onbegrijpelijk mozaïek. En uiterst fragiel bovendien. Niet voor niets zegt een van de personages tegen Kempf: "Is het bij jou wel eens opgekomen, beste vriend, dat de hele wereld binnen een paar seconden kan verdwijnen? Niemand weet precies waardoor die bijeengehouden wordt! Het zou dus heel goed kunnen dat de wereld ineens verdwijnt en dan weer opnieuw ontstaat. Alles is zo volkomen onzeker....".

Kempf voert ook andere gesprekken, met andere conclusies. Bijvoorbeeld een lang, prachtig en bijna hallucinant gesprek met de Wandelende Jood Mordechai, die zegt: "Als de eeuwen verstrijken en alle eeuwige lichtjes zich weer tot het Ene en Enige Licht verenigen, zal de wereld worden gered. Wij noemen dat Tikkun olam, het herstel van de schepping, of de reparatie van de wereld". En soms heeft Kempf, te midden van alle angst en verschrikking en oorlogsgeweld, ook overweldigende en prachtig beschreven schoonheidservaringen, waarin de wereld voor even helemaal gerepareerd lijkt. Zoals: "Op dat ogenblik kwam de zon boven de donkere bosrand uit: wat een schitterend moment van licht! Wat een schoonheid die nergens toe diende! Alles wat een concrete vorm, een eigen kleur, eigen afmetingen en een vast silhouet had, loste op in een spel van blauw en goud. Onder het wit van de bevroren sneeuw zag zelfs de smerigste mestvaalt er prachtig uit, dacht Kempf. Om je nu aan slechte gedachten over te geven, was op zich al slecht. Alles tezamen, dit hele schouwspel, had geen enkele zin of betekenis en juist daarom was het zo mooi". Ook in diverse andere scènes in "De reparatie van de wereld" is er dit soort overweldigende schoonheid, waarin alle treurige heterogeniteit en gebrokenheid en verschrikking van de wereld voor even overwonnen wordt. En die scènes laten naar mijn idee zonder meer zien dat kunst de wereld soms wel degelijk repareert. Of in elk geval hoe groot en overweldigend het verlangen kan zijn naar kunstzinnige en poëtische schoonheidservaringen waarin de gebrokenheid wordt geheeld en genezen. Maar het blijft bij geïsoleerde scènes, die uiteindelijk overstemd worden door weemoed, vergeefsheid en dood. Dus wat Kempf ervaart, en ook zijn zoon, is volgens mij uiteindelijk vooral de niet repareerbare gebrokenheid van de wereld. En de onophefbare fragiliteit en heterogeniteit ervan.

"De reparatie van de wereld" is kortom een opvallend gefragmenteerd boek over een zeer fragiele en gefragmenteerde wereld. De veelvormigheid van het boek doet mooi recht aan de veelvormigheid van het beschreven raadselachtige leven. Dat leven is ook gebroken, niet te repareren, onbegrijpelijk en ondoorgrondelijk. Net als ons eigen leven. Maar het is door zijn veelvormigheid ook heel rijk en vol verrassingen, mede door de scenes over schoonheid en kunst en door de krachtige en fraaie stijl van Slobodan Snajder. En het slot, waarin Georg Kempf ontvangen wordt door de vele doden in zijn leven, is overweldigend. Ik ben kortom blij dat ik Slobodan Snajder nu heb leren kennen, en ik ben benieuwd naar nieuwe vertalingen van zijn werk.

Reacties

Meer recensies van Nico van der Sijde

Boeken van dezelfde auteur