Lezersrecensie

Geen meesterwerk, maar soms wel meesterlijk


Nico van der Sijde Nico van der Sijde
14 mrt 2016

Hoewel dit boek de Man Booker prijs 2014 gewonnen heeft zijn de meningen verdeeld: sommigen vinden het een meesterwerk, terwijl bijvoorbeeld de New York Times sprak van een "deeply flawed novel". Zelf baalde ik als een stekker dat dit boek won terwijl prachtboeken van andere giganten (Mitchell, Powers, Amis) niet eens waren genomineerd. Maar ik las het toch, simpelweg om het met eigen ogen te zien, en omdat ik mooie herinneringen heb aan een eerder boek van Flanagan, "Goulds Book of Fish". Welnu, een meesterwerk vond ik dit boek niet. Er staan naar mijn smaak toch wel veel stukken in die bezwijken aan gruwelijke kitsch die de hele boeketreeks doet verbleken, of aan zinnen vol grote woorden die alles doodslaan. Vaak legt Flanagan bovendien iets wat hij - tussen de regels door- al prima invoelbaar had gemaakt, toch nog eens expliciet en afplattend uit. En nog eens, en nog eens, met de subtiliteit van een dronken nijlpaard in barensnood. Tegelijk echter werd ik soms bladzijden lang helemaal meegezogen in werkelijk A-DEM-BE-NE-MEND proza: hallucinerende scenes die zo geniaal intens opgeschreven waren dat ik bijna niet geloofde wat ik las. Bij vlagen vond ik het echt meesterlijk geschreven, en werd ik bijna euforisch van de stijl. Veel stukken hoorden echt bij het allerprachtigste dat ik de laatste paar jaar las. Dus uiteindelijk genoot ik toch zeer: het boek is geen meesterwerk en bevat naar mijn smaak vrij veel bagger, maar er staat ook veel prachtigs in en meerdere passages vind ik ronduit meesterlijk.

Het verhaal draait om de verschrikkingen van de Birma-Siam spoorlijn: een onmogelijk aan te leggen spoorlijn die volgens Japanners in WO II toch aangelegd moest worden, zodat vele duizenden dwangarbeiders (waaronder krijgsgevangen soldaten) gedoemd waren tot een ongehoord ellendige dood. Hoofdpersoon is Dorrigo Evans, arts en bevelhebber van Australische 'prisoners of war'. Een werkelijk ongehoord veelkantige persoon vol innerlijke tegenstrijdigheden, die geconfronteerd wordt met onmogelijke dilemma's: hij voelt zich een toneelfiguur die alleen maar leugens opvoert maar denkt tegelijk dat zijn mannen die leugens nodig hebben en dat hij die toneelrol MOET volhouden; hij is een held die tegelijk veel doodzieke manschappen de dood injaagt om anderen te kunnen redden (wat dan helaas niet lukt); en in een werkelijk ijzingwekkende scene in het hart van dit boek moet hij twee reddeloze manschappen tegelijk redden en faalt hij spectaculair. De innerlijke tegenstrijdigheden en onmogelijke dilemma's van Dorrigo Evans worden echt uitzonderlijk meeslepend beschreven. Zo ook de verschrikkingen waaraan hij en zijn manschappen zijn blootgesteld. Zie bijvoorbeeld de volgende scene in een wrak hutje vol cholera-patienten: "The slimy red flame of a kerosene lantern seemed to Dorrigo Evans to make the blackness leap and twist in a strange, vaporous dance, as if the cholera bacillus was a creature within whose bowels they lived and moved. At the far end of the shelter, a particularly wretched-looking skeleton sat up and smiled". Met dat soort m.i. ijzersterke beelden sleepte Flanagan MIJ in elk geval helemaal mee. En door die beelden wordt ook maar al te begrijpelijk dat hij tot de volgende conclusie komt: “Horror can be contained within a book, given form and meaning. But in life horror has no more form than it does have meaning. Horror just is.”

Mooi is ook de manier waarop Flanagan werkt met flash-backs en flash-forwards. Het verhaal is daardoor niet lineair met duidelijke kop en staart, maar eerder circulair of heen-en-weer bewegend. En dat past beter bij de ervaring van Dorrigo en zijn manschappen dat het leven 'just is', zonder waarom, zonder reden, en dus niet de logica heeft van een lineair te vertellen verhaal. Ook wordt zo goed invoelbaar gemaakt hoezeer zij na hun krijgsgevangenschap nog te lijden hebben van hun verleden, en hoe onontkoombaar dat voor hen voelt: heden, verleden en toekomst is voor deze mensen een onontwarbare kluwen, en dat wordt onderstreept doordat heden en verleden in dit boek vaak dwars door elkaar heen lopen. IJzersterk is ook dat Flanagan dit verhaal vanuit meerdere perspectieven vertelt: we volgen niet alleen Dorrigo, maar ook via allerlei onverwachtse terzijdes de levensloop tijdens en na de oorlog van zijn manschappen, en zelfs de levensloop van de Japanse commandant en de vrij monsterachtige Koreaanse bewaker. Al die personages hebben te maken met de verschrikking die 'just is' tijdens WO II, maar ook met het leven dat 'just is' erna. Een leven dat volkomen onwerkelijk aanvoelt, deels omdat alles in vergelijking met wat ze meegemaakt hebben peanuts lijkt, maar ook omdat wat ze hebben meegemaakt zo onvertelbaar en onverklaarbaar irrationeel en zinloos was. Daar hebben al die personages dus mee te kampen, maar wel allemaal op een verschillende manier, en juist die verschillen zijn erg rijk en fascinerend. En wat verteld wordt over de Koreaan en de Japanners treft soms als een literaire mokerslag, vooral door de manier waarop ze hun misdadigheid verdringen en soms later ineens alsnog beseffen, of de wijze waarop sommigen tot hun eigen verbazing metamorfoseren in hele goedaardige mensen die letterlijk geen vlieg kwaad doen. Alsof ze geen duidelijk kernachtig 'zelf' hebben, maar eerder een verzameling zijn van vele verschillende veranderlijke eigenschappen en allerlei schakeringen tussen goed en kwaad. Wat weer uitnodigt tot fascinerende vergelijkingen met o.a. Dorrigo Evans: iemand die aan 'de goede kant' stond en daarom als oorlogsheld geldt, maar ook iemand die soms grotesk heeft gefaald en mensen kwaad heeft gedaan. Ook iemand zonder duidelijk 'zelf', die eveneens meerdere soms heel tegenstrijdige eigenschappen of potenties in zich verenigt.

Het boek gaat over de verschrikkingen van de Birma-spoorlijn, maar over meer dan dat alleen: het is ook een meditatie over horror die 'just is' en zelfs het leven dat 'just is'. Het leven is redeloos, in de beleving van de personages: niet alleen omdat redeloos oorlogsgeweld niet uit ons bestaan is weg te denken, maar ook omdat het alledaagse bestaan buiten oorlogstijd ook al geen duidelijke zin heeft. Dus is dit boek ook een boek over de leegte van het leven. Maar ook een boek over schoonheid en liefde, als weermiddel tegen die leegte. Dorrigo ontleent momenten van diepe troost aan de vele literatuur die hij leest: alleen momenten weliswaar, geen blijvende troost of zingeving, maar toch veel meer dan niets. "In the midst of overwhelming darkness, a crimson flower": dat soort glimpen, een soort schoonheid die de duisternis niet doet vergeten maar toch een "small miracle" wordt genoemd. Die zwartheid staat centraal bij Flanagan, maar tegelijk vraagt hij ook aandacht voor het kleine mirakel dat soms die zwartheid even doorbreekt. Zoals dus die bloem in de duisternis en modder. Of gevoelens van liefde, hoe vergeefs of totaal mislukt die liefde in dit boek vaak ook is. Of de brokstukken van gedichten die Dorrigo zich in desolate toestand herinnert. En niet te vergeten de diverse haiku's die door Japanse oorlogsmisdadigers worden geciteerd, en die voor even tegenwicht geven aan hun misdadigheid. De openingszin van het boek luidt: "Why at the beginning of things is there always light?" Al snel wordt duidelijk (ook door expliciete contrasten met deze zin verderop in het boek) dat dit licht er inderdaad in het begin is, en dat alle dingen uitmonden in zwartheid en modder. Maar temidden van die zwartheid is er soms het kleine wonder (het 'lichtpuntje') van een bloem, een halfvergeten dichtregel, een goed uitgevoerde 'last post' op een halfvergane trompet.

Ik zei eerder al dat ik dit boek geen meesterwerk vind. Soms sleept Flanagan je echt pagina's mee met een volkomen hallucinerende evocatie van de horror of het leven die 'just is', om dan ineens een alinea van dikke woorden naar je hoofd te gooien die alles op veel te platte en versimpelende wijze nog eens 'uitlegt'. Ook vond ik veel van de passages over Dorrigo's verloren geliefde Amy moeilijk te pruimen: zo kitscherig dat het glazuur je van de tanden breekt, zo onwaarschijnlijk qua plot dat het soms bijna een draak wordt. Maar ik heb zelden zulke indringende passages gezien over zulke horror, en over het leven dat gewoon "is" (just is) zonder reden. En ook de glimpen van schoonheid temidden van alle horror vond ik vaak mooi beschreven. Ik vond het kortom een uitzonderlijk boek, ondanks alle gebreken, en ik heb er veel plezier aan beleefd.

Reacties

Meer recensies van Nico van der Sijde

Boeken van dezelfde auteur