Lezersrecensie
Krachtige novellen
Een imponerend boek, dat stevig in de prijzen is gevallen: het won o.a. de Prix Concourt 2009. De schrijfster is van Senegalees-Franse afkomst, en de 'drie sterke vrouwen' uit dit boek zijn allemaal Afrikaansen, die opvallen door hun meeslepend beschreven innerlijke kracht en waardigheid. Het boek wordt een 'roman' genoemd, maar eigenlijk is het een bundeling van drie novellen met een steeds verschillende hoofdpersoon.
Die novellen zijn ijzersterk, door hun steeds verrassende plot en hun stijl, en hebben onderling meerdere raakpunten: een tamelijk indrukwekkende bijfiguur in novelle een staat centraal in novelle drie, en in alle novellen worden de hoofdpersonen met schrijndende vernedering, tegenslag, desillusie en geweld geconfronteerd. In alle novellen weet een vrouwelijke hoofdpersoon toch, ongelofelijk genoeg, bij dat alles haar sereniteit en innerlijke rust te bewaren. De mannen (met name Rudy, die in novelle twee op de voet wordt gevolgd) zijn juist veel minder tegen vernedering en teleurstelling bestand, al komen ook zij uiteindelijk soms tot een gedeeltelijke acceptatie van hun lot. Ook hebben alle novellen een enigszins magisch-realistisch element: een van de vrouwen denkt dat haar vader zich soms als vogel vermomt en haar vanaf een tak observeert, in andere verhalen treden vogels op als een soort wrekende gerechtigheid, of als de geest van een verloren geliefde. Veel personages kunnen nauwelijks denken door de verzengende hitte, die soms een vriend is maar meestal een vijand die al hun redelijk denken versmoort, en weten in hun woede en frustratie soms ook niet het exacte onderscheid te maken tussen realiteit en koortsdroom.
Dat laatste vind ik overigens erg sterk: de Afrikaanse realiteit die NDiaye schetst is uiterst extreem, en dat extreme karakter komt dan mooi naar voren in de suggestieve beschrijvingen van de allesverzengende hitte en in het vervagen van het onderscheid tussen werkelijkheid en koortsdroom. Ook de magisch-realistische elementen passen goed bij de extreme realiteit die NDiaye verbeeldt: de innerlijke verscheurdheid en wroeging van Rudy bijvoorbeeld sluit door zijn heftigheid naadloos aan bij de buizerd die hem als een soort Nemesis belaagt, de angst en vrees van Nora voor haar ongrijpbare vader sluit naadloos aan bij haar overtuiging dat die vader zich soms als vogel schuilhoudt in een boom. De stijl van NDiaye is bovendien meeslepend en zeer indringend. Ziehier een volgens mij moeilijk te overtreffen passage over het verlies van onbezorgde tijden: 'Om hem heen zwierven de klankvolle babbelschimmen van de gesprekken die ze vroeger zo opgeruimd plachten te voeren. Hij kon ze gedempt horen kwetteren, en dat wekte in hem eenzelfde soort weemoed op, dacht hij met zijn gloeiende schedel, terwijl zijn haren in de verstikkende warmte van de telefooncel tegen zijn voorhoofd plakten, als de weemoed die hij zou hebben ervaren wanneer hij toevallig een opname had gehoord van de stem van een gestorven vriend, van een oude, dierbare, lieve vriend'. En ziehier hoe iemand terugkijkt op een periode waar ze intens maar vergeefs naar iets verlangde: 'Maar in die tijd zag ze zichzelf als een krachtige, tot het uiterste gespannen snaar, die trilde in de begrensde, gloeiende ruimte van dat wachten'.
NDiaye schrijft ijzersterk over het geweld en de vernederingen die de personages ondergaan (en elkaar aandoen), en over de extreme gemoedsbewegingen die dat oproept. Het is dan ook bijna niet te bevatten dat mensen in zulke omstandigheden innerlijke rust en waardigheid weten te vinden, maar op de een of andere manier overtuigt NDiaye haar lezers ervan dat dit toch mogelijk is. Haar personages lukt het in elk geval: de lezers noch de personages begrijpen weliswaar nauwelijks hoe dit lukt, want het gaat hun verstand behoorlijk teboven en een verklaring voor deze geestkracht wordt niet gegeven, maar NDiaye laat (vooral in novelle drie) overtuigend zien dat het lukt. En zo laat zij ons geloven in het ongelofelijke. Wat een schrijfster!