Lezersrecensie
Sprankelende en tegendraadse roman over de onbepaalde veelvormigheid van onze identiteit
Max Frisch was een grootheid, die volgens veel mensen de Nobelprijs had moeten krijgen, en in 2013 las ik met veel plezier zijn prachtboeken "Stiller", "Homo Faber" en "Dagboek 1946-1949" (zie recensies). Nu heb ik dan "Gantenbein" gelezen, ook met veel plezier, ondanks de wat houterige vertaling. Wat een heerlijk sprankelende en tegendraadse schrijver was die Frisch toch! En hoe origineel en stimulerend!
In het prachtige "Stiller" roept de hoofdpersoon ons toe "Ik ben Stiller niet", en schotelt ons vervolgens een zooi meeslepende grillige verzinsels naar het hoofd die ons op prachtige wijze duidelijk maken dat het personage Stiller aan elk label ontsnapt door zijn veelvormigheid en ongrijpbaarheid. In "Gantenbein" gaat Frisch nog wat verder: daarin trakteert een naamloze verteller, soms vanuit ik- perspectief en soms vanuit hij- perspectief, ons op nog grilliger verzinsels dan in "Stiller", waarin hij soms de rol speelt van ene Gantenbein (of van iemand anders die zegt "noem mij maar Gantenbein"), soms van ene Elderlin, en soms ook van ene Svoboda die zijn (al dan niet verzonnen) geliefde kwijt is geraakt aan Elderlin of misschien toch aan Gantenbein. Maar soms neemt die verteller dan weer de positie in van iemand die kijkt naar een personage dat misschien Gantebein heet, of dat wellicht Elderlin is. De ene keer denk je daardoor dat de ik-figuur en Gantenbein dezelfde persoon zijn, en dat Elderlin nog weer iemand anders is, terwijl je in andere passages denkt dat het om drie verschillende personages gaat, terwijl je in nog andere personages denkt dat "Gantenbein" draait om een enkel naamloos personage dat zichzelf fragmenteert in meerdere personages, die elk op zich alleen maar uit gefragmenteerde verzinsels bestaan. Wat nog verder wordt opgevoerd in passages waarin de verhalen van en over Gantenbein, Elderlin en Svoboda worden versmolten met eigentijdse versies van de oude verhalen over Philemon en Baucis. En dan lijken de verschillende personages soms ook nog eens verzinsels van elkaar: bijvoorbeeld omdat Svoboda en en zijn geliefde Lila verzinsels lijken van Gantenbein, terwijl Gantenbein weer een verzinsel lijkt van "iemand" (wie!?) die zich in nevelen hult. In "Stiller" hadden we te maken met een personage dat zichzelf veelvormig, gefragmenteerd en ongrijpbaar maakt door een veelheid van verhalen en verzinsels; in "Gantenbein" is die fragmentatie en ongrijpbaarheid echter nog verder doorgedreven. Temeer omdat veel van de gefragmenteerde verhalen bol staan van maskerade en spel. Bijvoorbeeld in het verhaal waarin iemand, die zegt "noem mij maar Gantenbein", ons vertelt dat hij speelt dat hij blind is: een rol waarmee hij veel mensen op het verkeerde been zet en die hem op een heel andere wijze naar de wereld laat kijken, al was het maar door de nieuwe kleuren die zijn blindenbril oplevert. Een rol ook die hem een nieuwe identiteit geeft. Totaal verzonnen weliswaar, maar zulke verhalen zijn volgens de verteller als kleren die men kan aantrekken of uittrekken, en onze identiteit is volgens die verteller niks meer dan de optelsom van die totaal verschillende en steeds wisselende kleren.
Je kunt hier volgens mij een postmodernistisch statement in herkennen: wij brave burgermannen denken allemaal dat onze identiteit definieerbaar en uit een stuk is, maar postmodernisten roepen steeds dat ons ik niets meer is dan een bonte optelling van ongegronde verzinsels. Zo ook Frisch, volgens mij. In sommige passages wordt dit zo te zien ook betreurd: het besef dat alles fictief is leidt dan tot (wellicht deels geveinsd?) verlangen naar echt gevoel, zelfs naar echte pijn of smart, die weliswaar pijnlijk zou zijn maar ook werkelijk en authentiek. In sommige verhalen lijkt de verteller gebukt te gaan onder het gevoel dat hij niks meer is dan de veranderlijke rol die hij op dat moment speelt. Tegelijk echter is dat laatste ook heel bevrijdend, en juist dat bevrijdende staat naar mijn gevoel sterk voorop in "Gantenbein". Geen enkel levensverhaal in dit boek heeft immers de sleetsheid van het normale afgeronde levensverhaal met kop, staart en middenstuk. Geen enkel personage zit vast aan een enkel verleden dat nooit meer verandert. Een bekende grap als "mijn vrouw is een mooi boek, maar ik heb het al uit" gaat in "Gantenbein" niet op, want geen enkel personage in "Gantenbein" is een uit te lezen boek. Integendeel, elk personage is een doorlopende stroom van nieuwe verhalen. Niemand zit vast aan een enkele rol. Ieder leven bestaat op DIT moment uit DIT verhaal, en even later uit een ander verhaal dat heel anders kan zijn. Het bestaan is pluriform, veranderlijk, voortdurend in wording: niet te knechten in een homogene geschiedenis. En precies DIE pluriformiteit laat Frisch ons in "Gantenbein" op sprankelende en inspirerende wijze zien.
Heerlijk, dat gevoel van vrijheid dat "Gantenbein" uitademt. Geweldig hoe verhalen daarin als kleren worden gepast en afgewisseld. Prachtig hoe elk verhaal daarbij de kracht heeft van een puur nu-moment dat niet is gedetermineerd door de grijze conventies en de doodsheid van een vast liggend verleden. Goede schrijver, die Frisch. Blij dat ik nu ook "Gantenbein" van hem heb gelezen.