Lezersrecensie

Dystopische roman vol esthetische vervoering


Nico van der Sijde Nico van der Sijde
30 mrt 2020

“For me a work of fiction exists only insofar as it affords me what I shall bluntly call aesthetic bliss, that is a sense of being somehow, somewhere, connected with other states of being where art (curiosity, tenderness, kindness, ecstasy) is the norm”. Aldus Vladimir Nabokov, in het fraaie nawoord van zijn meesterwerk "Lolita". Dat boek is mijn favoriete Nabokov, samen met "Pale Fire", en zelfs een van mijn meest favoriete boeken aller tijden. En ook veel van zijn andere romans vond ik schitterend. Net als zijn verhalen, zijn essays over Westerse en Russische literatuur, en zijn wonderschone autobiografie "Speak, memory". Want ik ken maar weinig schrijvers die zo meeslepend en stijlvol zoeken naar deze esthetische vervoering; naar deze even onmogelijke als onontbeerlijke gefantaseerde werelden van schoonheid die in de platte alledaagse werkelijkheid niet kunnen bestaan, maar die in onze verbeelding en ons verlangen wel MOETEN bestaan. Want zonder die gedroomde schoonheid zijn wij volgens Nabokov verloren.

Kortom: ik ben een rabiate Nabokov- fan. Toch heb ik nog lang niet alles van hem gelezen. Daarom trok ik "Bend Sinister" maar eens uit de boekenkast: Nabokovs tweede Engelstalige roman, en de eerste die hij in Amerika schreef. Veel minder bekend dan "Lolita", en naar mijn smaak ook zeker niet zo duizelingwekkend meesterlijk. Maar nog altijd wel fabuleus goed. Of, zoals Martin Amis zei: "ferociously accomplished". Veel zinnen zijn adembenemend prachtig. Meerdere van die zinnen zijn tevens erg ontroerend. De plot en structuur zijn bovendien ongelofelijk ingenieus, zoals alleen meester- constructeur Nabokov dat volgens mij kan, en die ingenieuze plot maakt het boek voor mij zelfs nog mooier en ontroerender.

"Bend Sinister" is een dystopische roman, waarin met even zwarte als hilarische en satirische humor de tranenverwekkende belachelijkheid wordt beschreven van een fictieve politiestaat. Nabokov liet mij keihard lachen om de idiote mechanismen die eigen zijn aan zo'n dictatuur, en tegelijk liet hij mij diep treuren om de zwarte en moordlustige kanten daarvan. En tegelijk is "Bend Sinister" één langgerekte lofzang op de esthetische vervoering: op gevoeligheid voor schoonheid en verlangen naar schoonheid in een banale werkelijkheid die alle schoonheid versmoort. Veel zinnen in "Bend Sinister" sprankelen van pracht, en precies die sprankeling is een stil maar effectief protest tegen de dystopische grauwsluier van de politiestaat. Die grauwsluier wordt door Nabokov met geniaal spottende pen beschreven, en die spot is op zich al heel aanstekelijk. Maar nog veel aanstekelijker zijn de glimpen van onwereldse schoonheid die Nabokov oproept: glimpen op een andere, niet door dictatoriale gelijkschakeling geregeerde wereld. In deze dictatuur triomfeert het "Ekwilism": de these dat alles en iedereen ondergeschikt is aan de staat en dat individualisme niet langer bestaat. Maar in Nabokovs zinnen triomfeert de schoonheid van het unieke detail, de nieuwsgierigheid naar alles wat afwijkt van de norm, de tederheid die opgewekt wordt door de fragiele schoonheid van een mot, de vervoering bij het denken aan een toevallige glinstering in een zee van appelstroop die alleen bestaat in de droom van een kind.

Lees bijvoorbeeld maar eens de volgende scene, waarin hoofdpersoon Adam Krug staart naar een gewone plas. Hij ziet dan niet een plasje water en verder niks, maar: "An oblong puddle inset in the coarse asphalt; like a fancy footprint filled to the brim with quicksilver; like a spatulate hole through which you can see the nether sky. Surrounded, I note, by a diffuse tentacled black dampness where some dull dun dead leaves have stuck. Drowned, I should say, before the puddle had shrunk to its present size. It lies in shadow but contains a sample of the brightness beyond, where there are trees and two houses. Look closer. Yes, it reflects a portion of pale blue sky- mild infantile shade of blue- taste of milk in my mouth because I had a mug of that colour thirty- five years ago." Onduidelijk of de ik- figuur Adam Krug is of de vertellerfiguur die meekijkt en meeleeft met Adam Krug. Maar in beide gevallen is het opmerkelijk wat er te zien valt in dat plasje water. Hele werelden van schoonheid, openingen naar taferelen van licht en lucht, en zelfs een "sample of a brightness beyond". Dat laatste lees ik als: een glimp van schoonheid "aan gene zijde", dat alleen zichtbaar is in de ogen van de schoonheidsgevoelige en detailgevoelige kijker. En daarnaast reflecteert het plasje associatieve beelden die de kijker herinneren aan de kindertijd. Je weet als lezer op dit moment nog niet vanuit welk perspectief dit waterplasje wordt bekeken. Maar via terloopse latere zinnen dringt dat een tijdje later als een mokerslag tot je door: Adam Krug ziet dit door een ziekenhuisraam, en hij heeft net gehoord dat zijn echtgenote is overleden. Die blik op dat plasje water, dat is een blik die snakt naar schoonheid, naar onwerkelijk mooie werelden waarop de dood geen vat heeft. En die daardoor ook ontsnapt aan de averechtse dictatoriale wereld die hem omringt. Al is het maar voor even, en al is het alleen maar via de omwegen van fantasie, verlangen en droom.

"Bend Sinister" is een fraaie bespotting van elke dictatuur en van elke ideologie die het unieke en individuele verdringt. Maar het is naar mijn smaak vooral een lofzang op de esthetische vervoering, waarin de schoonheid wordt gevierd van elk ogenschijnlijk niet ter zake doend detail. De plot is niet na te vertellen zo grillig, vernuftig, onvoorspelbaar en vol verrassingen en dubbele bodems: het tegendeel dus van de voorspelbaarheid waar elke dictatuur naar streeft. Ook eindigt de roman met een virtuoos slot: een slot dat naar realistische normen onmogelijk is, maar dat precies daardoor de weg vrij maakt voor schoonheid en tederheid. Wat, gek genoeg, ook geldt voor allerlei heel onverwachte veranderingen in het vertelperspectief: ineens kijk je gefascineerd mee met de treurige ogen van een van Krugs vrijgezelle vrienden, ineens grijpt de ik- verteller als een soort deus ex machina in en interrumpeert hij zijn verhaal. Dat laatste zou bij andere schrijvers al snel overkomen als een geforceerde truc, en het illustreert wel heel nadrukkelijk - voor sommige lezers misschien te nadrukkelijk- dat dit verhaal een kunstmatig verzinsel is. Maar ja, die kunstmatigheid past wel bij de "aesthetic bliss" : Nabokov wil ons niet meenemen in een realistisch verhaal, maar vervoeren met de schoonheid van fictie en fantasie. Bovendien, bij Nabokov is die ingreep van de verteller ook nog eens een mooie demonstratie van de tederheid en deernis die de ik- verteller voelt voor de arme Krug. En trouwens, over tederheid gesproken: de even geleerde als wereldvreemde Adam Krug is een van de meest ontroerende personages die ik de laatste paar jaar heb gezien.

Kortom: ik ben blij dat ik nu ook deze wat minder bekende Nabokov heb gelezen. En er liggen nog andere minder bekende Nabokovjes op mij te wachten. Soms is het leven best aangenaam.

Reacties

Meer recensies van Nico van der Sijde

Boeken van dezelfde auteur