Lezersrecensie
Bedrieglijk laconiek en licht
Een opmerkelijke schrijver, die Echenoz: bedrieglijk laconiek en onnadrukkelijk, even ironisch als weemoedig, en vooral vederlicht. Dat laatste is ook de kritiek van Echenoz-haters: zijn stijl zou TE licht zijn, en zijn boeken zouden gaan over niets. Maar ik vind dat onzin.
In Hardlopen wordt in 122 bladzijden het leven van Zatopek beschreven: de legendarische hardloper uit Tsjechoslowakije, onverslaanbaar ondanks - of: dankzij- zijn met alle wetten spottende hardloopstijl, die roemloos eindigt omdat hij in ongenade valt bij het communistische regime. Een leven vol sportieve glorie dus, maar ook met de nodige tragiek. En dat beschrijft Echenoz dan in 122 vederlichte en laconieke pagina's. Waar anderen vele pagina's zouden besteden aan b.v. de troosteloze WO II-jaren van Zatopeks jeugd, daar komt Echenoz met een paar luttele zinnetjes en de opmerking dat er nauwelijks grapjes konden worden gemaakt. Waar een andere schrijver bij tragische momenten even stevig zou scoren met een climax, volstaat Echenoz met een bijna terloopse treurige zin, ingeleid door 'Tja'. Waar een andere auteur de glorieuze momenten van Zatopek uitgebreid zou hebben bejubeld, volstaat Echenoz met een soort ingetogen verwondering en met de terloopse mededeling dat de zachtmoedige Emil zelf het allemaal niet veel voor vindt stellen. En waar een andere auteur duidelijk beschreven zou hebben waarom hij Zatopek sympathiek vindt, toont Echenoz die sympathie alleen maar door Zatopek consequent 'Emil' te noemen en een paar terloopse opmerkingen over Emils vriendelijkheid.
Je zou Echenoz, gezien zijn lichtheid en onnadrukkelijkheid, maar zo ervan kunnen verdenken geen inhoud of substantie te hebben. Maar ik vind juist dat hij door die lichtheid aan substantie wint. Alleen al de korte omvang van de roman is een statement: het lijkt zo rijk aan toppen en dalen, dat leven van Zatopek, en toch past het in 122 pagina's. Het lijkt veel, dit leven, maar net als het onze is het in een zucht voorbij. Glorie en tragiek, ach, wat stelt het voor? Ook de laconieke zinnen zijn een statement op zich: een statement dat grote woorden er niks toe doen, ook niet op momenten van ogenschijnlijk grote glorie of diepe tragiek. Alles gaat voorbij, ook voor Emil. Maar het helpt niets om daar veel over te zeggen of daar veel over te filosoferen: het is zoals het is. Aldus de zachtmoedige Emil, die op momenten van grote tegenslag zegt 'Best, iets beters heb ik vast niet verdiend'. Aldus ook de weemoedige en vederlichte Echenoz, die Emils tragiek alleen zachtjes aanroert. In zinnen die even terloops zijn als het leven zelf.
Bijna alle boeken - ook Hardlopen- van Echenoz draaien om mislukking, die dan ondanks alle tragiek met een weemoedige glimlach en zonder veel bombarie wordt geaccepteerd. Zijn personages - ook Emil Zatopek- dolen door een wereld zonder zin, lopen onherroepelijk aan tegen de leegte van alles, en zeggen dan glimlachend 'ach ja...'. De stijl van Echenoz is in feite een weemoedige glimlach om de leegte, zonder opsmuk. En ik hou van die glimlach.