Lezersrecensie
Fantasievolle roman over verbeelding, literatuur en kunst
Sinds Possession (vertaald als Obsessie) had ik niets meer van Byatt gelezen, omdat ik ervan overtuigd was dat ze dat m.i. geweldige boek niet meer ging evenaren. Maar The childrens book is volgens mij minstens even goed: ongelofelijk rijk, met enorme diepgang, ondanks de ruim 700 bladzijden heel compact en geserreerd. Byatt combineert daarbij research en kennis (commentaar op de geschiedenis, uitgebreide beschrijvingen van o.a. de wereldtentoonstelling in Parijs) op bewonderenswaardige wijze met fantasie en vertelkunst.
Het verhaal speelt in het Engeland van juni 1895 tot iets na WO I, en focust op allerlei links-progressieve kringen (zoals Fabians, anarchisten, suffragettes) die op een betere wereld zonder armoede en ongelijkheid hoopten en kunst (vaak ook kinderboeken voor volwassenen) combineerden met politiek. Daarbij worden wel twintig personages gevolgd. Geen van de personages is echt ‘de hoofdpersoon’, en de personages maken heel verschillende keuzes. Sommigen zijn progressief (maar vaak op wat naïeve of inconsequente wijze) en kunstzinnig, anderen juist praktisch en erop gericht vooruit te komen in de maatschappij. Veel (vooral de vrouwelijke) personages proberen zich te emanciperen door studie en denken; anderen daarentegen verdoven zich of pogen op andere manieren denken te vermijden, of alleen te dromen van hun Arcadische jeugd. Sommige vrouwen kiezen voor studie boven huwelijk, anderen doen het omgekeerde. Sommige personages blijven dromen van idealen, ook als ze niet te rijmen zijn met de harde realiteit; anderen proberen juist het gevecht met die realiteit aan te gaan, en missen dan soms weer die idealen. Al die verschillende mogelijkheden krijgen evenveel aandacht: geen ervan is ‘beter’ dan de andere, en alle personages, hoe verschillend ook, verdienen ons begrip.
Bijzonder mooi daarbij is hoe Byatt OVER kunst en literatuur vertelt. Een van haar vele personages is b.v. Olive Wellwood, schrijfster van sprookjes en ‘kinderverhalen voor volwassenen’. Sommige van die verhalen (door Byatt verzonnen, en dat kan ze erg goed) worden ook opgenomen, met daarbij toelichting op Olives drijfveren achter die sprookjes. En zo wordt duidelijk dat die verhalen enorm dubbelzinnig zijn. Olive probeert met sprookjesachtige, arcadische droomtaferelen haar eigen naargeestige jeugd (arme familie, veel doden in de mijnen, etc) en haar angsten te bezweren. Dat lukt deels ook omdat het echt heel esthetische, mooie en mysterieuze verhalen zijn. Tegelijk echter kiert het verdrongene er doorheen: het personage Tom zoekt vergeefs naar zijn eigen schaduw (wat herinnert aan het feit dat haar zoon Tom er niet in slaagt een duidelijke vorm voor zijn eigen leven te vinden), dwaalt door duistere kronkelende gangen (die aan de mijnen doen denken, aan richtingloosheid en aan onbekend gevaar), enzovoort. En zo beschrijft Byatt enorm veel tableaux vivants, poppenspelen, verhalen, muziektheaterstukken en andere kunst met exact dit soort dubbelzinnigheid: het geniale aardewerk van de manische Fludd (prachtig, maar met duistere seksuele onderstromen), het op de voorkant afgebeelde juweel van Lalique (een prachtige, sereen ogende vrouw, maar met opvallende borsten en in de vreetgrage bek van een libel). In al die kunstuitingen, die Byatt op m.i. geniale wijze en vol passie beschrijft, is er steeds een intrigerende combi van esthetische vormgeving en duistere onderstroom. Al die kunstuitingen hebben iets onwerkelijks (en charmants) omdat ze we wereld mooier voorstellen dan hij is, en tegelijk laten ze OOK glimpen zien van die vaak gruwelijke werkelijkheid. En misschien is dat ook wel de enige manier om naar die werkelijkheid te kijken: steeds maar denken aan dood en ellende in mijngangen is bijvoorbeeld ondraaglijk, maar in de vorm van een verhaal (de mysterieuze duistere gangen met duistere sprookjesfiguren van Olive Wellwood) wordt er TOCH een indirecte maar indringende vorm voor die ellende gevonden. Zoals het juweel van Lalique misschien een kunstzinnige verbeelding is van een naargeestige (en in dit boek ook benoemde) evolutionaire realiteit: eten en gegeten worden.
Het laatste, kortste deel van dit boek gaat over WO I. Vele levens en dromen worden dan afgebroken, en het lijkt ook een einde te maken aan de daarvoor zo karakteristieke liefde voor kunst. Julian Cain bijvoorbeeld vat de hele wereldoorlog op als aanval op de pastorale, een vertelgenre dat hij liefheeft en onderzoekt. Hij wil dit genre verdedigen, maar verliest uiteindelijk zelf zijn geloof in de pastorale en in de achterliggende idealen van landelijke vredigheid. Het is ook duidelijk dat hij (en ook anderen) niets kan vertellen over zijn ervaringen aan het front: die zijn te extreem om naverteld te kunnen worden) Niettemin geeft hij zijn ervaringen, voor zover mogelijk, wel vorm in drie m.i. prachtige (wederom door Byatt verzonnen) gedichten. En Byatt zelf vindt naar mijn smaak een prima vorm om over deze ervaringen, hoe onvertelbaar ook, te vertellen: kort, zonder opsmuk, ‘tussen de regels door’, zonder te benoemen wat niet te benoemen valt. Kortom: OOK hier heeft literatuur en kunst TOCH een functie.
De vorm van deze roman vind ik uitmuntend: ruim twintig personages die op heel verschillende wijze ‘zoeken’ zonder te vinden en niemand die weet hoe het precies verder moet, zeker niet nadat WO I aan alle illusies een eind gemaakt heeft. Het boek laat voorts heel mooi zien hoe allerlei personages op totaal uiteenlopende wijze (en met wisselend succes) worstelen met de harde wereld die niet met mooie idealen rijmt. Het laat ook heel mooi zien hoe in allerlei vormen van kunst en literatuur wordt geprobeerd toch een vorm te vinden voor die mooie idealen. Ook de schoonheid en het belang van die idealen, hoe vergeefs en naïef soms ook, wordt volgens mij volledig voor het voetlicht gebracht. Maar het meest briljant vind ik toch hoe Byatt over kunst en literatuur vertelt, en daarbij laat zien dat schoonheid samen kan gaan met aandacht voor de duistere kanten van onze mysterieuze wereld, ook na WO I. En vooral daardoor heb ik dit boek, ondanks alle deprimerende kanten, werkelijk jubelend gelezen.