Lezersrecensie

Weer een fraaie roman van Siegfried Lenz.


Nico van der Sijde Nico van der Sijde
9 apr 2017

Ik hou wel van de romans en novellen van Siegfried Lenz. Naar mijn smaak is zijn geweldige roman "Duitse Les" wel zijn absolute hoogtepunt, en ook veel beter dan de rest, maar ook die rest is nog steeds heel genietbaar. Zo ook "Het lichtschip", uit 1960, vertaald in 1961, en in stevig herziene vertaling uitgegeven in 2011. Een mooie, gecondenseerde en korte roman, die in een kleine 160 bladzijden ons allerlei gedachten biedt over moeilijke keuzes tussen actie en afzien van actie of tussen plicht en avontuur,.

Het verhaal speelt op een lichtschip, een schip dat is verankerd als een soort vuurtoren midden op zee. Zelf vaart het niet, maar als lichtbaken maakt het wel andere schepen mogelijk om te varen, zonder tegen verraderlijke zandbanken aan te lopen en zonder op mijnen te stoten. Maar het is de laatste dienst van het lichtschip: het baken wordt binnenkort uit dienst genomen, evenals zijn kapitein, de zwijgzame Freytag. De symboliek van dit alles, die bij andere schrijvers al gauw in kitsch zou ontaarden, wordt door Lenz juist sereen, bondig, en in aangenaam traag tempo uitgewerkt: een baken, een kapitein en een idealistische mentaliteit om anderen tot baken te dienen, lopen allemaal ten einde. Niet alleen omdat het lichtschip zijn functie verloren heeft, maar ook omdat de mentaliteit van kapitein Freytag bij zijn bemanning en zijn zoon onder kritiek staat. Die mentaliteit is: in situaties van groot gevaar niet onbezonnen handelen, geweld niet beantwoorden met tegengeweld, de schade beperkt houden door af te zien van al te drieste pogingen om die schade met krachtdadige actie te voorkomen. Voor Freytag zijn dit kernwaarden, die hij naar mijn smaak ook in fraaie en bijzonder bondige zinnen verwoordt, maar voor zijn zoon en Freytags bemanning zijn het loze frasen waaronder pure lafheid schuilt. Prachtige figuur, die Freytag, erg ontroerend als oneigentijdse en niet begrepen anti-held, zoals zo veel personages bij Lenz.

Dit alles krijgt vorm en pregnante inhoud doordat het lichtschip, juist in zijn laatste dienst, drie schipbreukelingen oppikt die gewapende criminelen blijken te zijn. De bemanning wil deze criminelen inrekenen en overmeesteren, Freytag niet. De criminelen willen het lichtschip als schip gebruiken, maar dat wil Freytag ook niet: hij houdt vast aan de functie van het schip als onbeweeglijk baken, en ook aan zijn eigen mentaliteit om juist geen harde heroïsche actie in te zetten. En om beide standpunten wordt hij bespot. Niet in de laatste plaats door een van de criminelen, de ongelofelijk welbespraakte dokter Caspary, in alles het tegendeel van Freytag. Want Caspary is de avonturier die alle wetten overtreedt en die zijn leven vormgeeft als dubbelzinnig en voor alle conventionele geesten ongrijpbaar spel. Een verankerd schip dat als vuurtoren dient is voor Caspary iets volkomen belachelijks: wilde vaart moet men zoeken, avontuur, het feest van de onbestendigheid!

Het mooie van deze bondige roman vind ik vooral dat beide kanten van die tegenstelling tussen Freytag en Caspary sterk worden uitgewerkt, en dat die tegenstelling nergens wordt opgelost. Beide personages en hun standpunten zijn fraai uitgewerkt, daardoor krijgt geen van beiden eenduidig gelijk, en juist dat maakt dit boek voor mij interessant. Want ja, Caspary is een schurk, en tamelijk gewetenloos bovendien, maar zijn gedachten over het leven als ongewis avontuur zijn met meeslepende smaak opgeschreven. Bovendien heeft hij heel misschien ook wel gelijk als hij Freytag verwijt dat die te onavontuurlijk is, zichzelf en zijn schip te veel tot onbeweeglijk baken wil maken, en daardoor te weinig heeft meebewogen op de woeste en grillige stroom die het leven in wezen is. Tegelijk is juist die anti-heroïsche vasthoudendheid van Freytag, hoe oneigentijds en onbegrepen en deels zelfs discutabel ook, voor mij even ontroerend als bewonderenswaardig. Zeker aan het voor mij verrassende slot van de roman, waarin in elk geval wel zonneklaar duidelijk wordt dat Freytags afzien van radicale actie niet uit lafheid voortkomt.

Een mooie roman dus, met intrigerende tegenstellingen die op mooie wijze niet worden opgelost. Ik waardeerde de bondigheid en de sfeer. Ik waardeerde ook de spanning, die opgewekt wordt door geregelde verrassingen in de plot, door de continue dreiging van geweld, en door de claustrofobische setting van al die mensen die met elkaar gevangen zitten op een onbeweeglijk schip midden op zee. Ook de intrigerende gedachtewereld van de schurk Caspary amuseerde mij het hele boek door. Maar ik bewonder toch vooral de onnadrukkelijke manier waarop Lenz ons mededogen en ons respect oproept voor Freytag, de antiheld die vasthoudt aan de onbeweeglijke verankering van zijn lichtschip, en aan zijn door iedereen bespotte, oneigentijdse, niet- actiegerichte en dus anti- heroïsche waarden.

Reacties

Meer recensies van Nico van der Sijde

Boeken van dezelfde auteur