Lezersrecensie

Een wonderlijk origineel en intens experiment


Nico van der Sijde Nico van der Sijde
12 mrt 2017

Clarice Lispector is een hijgerige hype de laatste tijd, wat mij normaal nogal afstoot. Maar ik werd toch nieuwsgierig, en probeerde de novelle "Het uur van de ster", in de nieuwe vertaling van Adri Boon. Welnu, ik was aangenaam verrast: ik vond dit boekje erg origineel van stijl en vorm, en ook meeslepend intens van stijl.

Aanvankelijk dacht ik met een puur speels postmodern experiment te maken te hebben: het boek begint met 13 verschillende titels (waaronder dus 12 alternatieven voor "Het uur van de ster"), daarna met een cursief geschreven "Opdracht van de schrijver (in feite Clarice Lispector)", waarna vervolgens een anonieme - maar kennelijk verzonnen- mannelijke schrijver ons trakteert op een aantal prikkelende en wonderlijke aforismen over de aard van het schrijven, en na enige tijd neemt die man ons dan mee in een openlijk door hem verzonnen verhaal over een bijzonder lelijk, armoedig, marginaal en bijna ik-loos meisje dat afkomstig is uit het arme noordoosten van Brazilië. Een meisje dat de schrijver voor onoplosbare raadsels stelt, door haar innerlijke leegte, door haar onverklaarbare geluksgevoel, en door haar totale nietigheid waardoor zij ontsnapt aan de greep van het gearticuleerde woord. Vrouwelijke schrijver verzint mannelijke schrijver die een verhaal verzint over een onaanzienlijke hoofdpersoon, in een vorm en stijl die de lezer voortdurend onder de neus wrijft dat hij fictie leest die van raadselen is doordesemd, geen realistische of getrouwe weergave van een grijpbare werkelijkheid of waarheid. Zoiets kan makkelijk tamelijk steriel of cerebraal worden, maar dat is het bij Lispector juist helemaal niet. Want reeds in de opdracht van de schrijver spat de intensiteit ervan af: zij draagt het boek op "aan de snerpende kreten van de elektronische componisten - aan al diegenen die doordrongen tot angstaanjagend onverwachte gebieden in mij, aan al die profeten van het heden die mijzelf zozeer hebben voorspeld dat ik op dit moment explodeer in: ik. Deze ik die ook jij omvat want ik houd het niet vol om slechts mij te zijn, ik heb anderen nodig om me staande te houden, dwaas die ik ben, helemaal scheefgezakt, want wat kun je anders doen behalve mediteren om te vallen in die volle leegte die alleen door meditatie te bereiken is". Hier en ook later in het boek ontsporen grammatica en stijl van de zinnen behoorlijk, alsof de schrijvers (eerst Lispector, later de door Lispector verzonnen mannelijke schrijver) tasten naar iets waar taal geen vat op krijgt, naar een "volle leegte" waar je alleen via meditatie glimpen van opvangt. En bovendien wordt gesproken over "angstaanjagend onverwachte gebieden in mij" en over een geëxplodeerd ik dat anderen nodig heeft om zich staande te houden. Dat laatste blijkt dan later ook de inzet van het boek: de door Lispector verzonnen schrijver verzint dus een uiterst armoedig en lelijk meisje, maar dat meisje is dan een door hemzelf nauwelijks begrepen personificatie van iets duisters in hemzelf. En feitelijk is het zelfs een personificatie van iets duisters in Lispector, een personificatie die ook bepaalde autobiografische kenmerken met Lispector deelt. Maar, zoals Colm Toibin terecht zegt in zijn mooie nawoord bij dit boek: "Dit mag niet leiden tot het idee dat het om een autobiografisch verhaal gaat, het betreft eerder het aftasten van iemand die in haar huist en van wie ze soms een glimp opvangt maar die ze amper kent". Clarice Lispector, die het absolute niets nadert door een schrijver te verzinnen die een meisje verzint dat door haar armoedigheid en nietswaardigheid het absolute niets nadert...... Je moet er maar opkomen.

Het gekke is dan dat dit boekje, ondanks zijn wel erg opmerkelijke structuur, toch als een trein leest. En dat komt echt door de stijl, door de manier waarop de ene zin na de andere als een explosie op je afkomt. Die stijl leidt tegelijk ook wel weer tot vertraging, althans bij mij: hij joeg mij weliswaar voorwaarts, maar deed mij ook geregeld verbaasd nagenietend uit het raam kijken, terugbladeren, herlezen en her - herlezen. Erg pregnant vind ik bijvoorbeeld de volgende passage: "Want zelfs vrouw worden leek niet tot haar roeping te behoren. Haar vrouwelijkheid zou pas laat tot bloei komen omdat ook plukken onkruid naar zon verlangen. Klappen vergat ze want die pijn gaat gauw genoeg over. Wat veel meer pijn deed was haar dagelijkse toetje moeten ontberen: kweeperengelei met kaas, de enige passie in haar leven". Dat beeld van het toetje keert op indringende wijze terug: 'haar hart bonsde alsof ze een in een kooi rondfladderend vogeltje ingeslikt had. De jongen en zij keken elkaar in de regen aan en herkenden elkaar als twee mensen uit het noordoosten, dieren van dezelfde soort die elkaar besnuffelen. Hij had haar aangekeken toen hij zijn druipende gezicht afveegde. En het meisje hoefde hem maar te zien of ze maakte van hem haar kaas met kweeperengelei". Ook het beeld van het onkruid komt terug, bijvoorbeeld als volgt:"Ze lag weerloos langs de weg, misschien kwam ze bij van de emoties en zag ze tussen de stenen van de goot het schaarse onkruid dat zo groen was als de teerste menselijke verwachting. Vandaag, dacht ze, vandaag is de eerste dag van mijn leven: ik ben geboren.(De waarheid is altijd een onverklaarbaar innerlijk contract. De waarheid is onherkenbaar. Bestaat die daarom niet? Nee, voor de mensen bestaat ze niet.) Om terug te komen op het onkruid. Voor zo’n iel schepsel met de naam Macabéa manifesteerde de grootse natuur zich slechts in de vorm van wat onkruid in de goot – als de weidse zee of hoge bergtoppen, zou haar ziel, die nog maagdelijker was dan haar lichaam, gek worden en zou haar organisme exploderen, armen hierheen, ingewanden daarheen, het hoofd, rond en leeg, rollend bij haar voeten – zoals je een wassen beeld uit elkaar haalt"

Wonderlijk hoe dat beeld van het onkruid, dat de nietigheid en marginaliteit van het meisje zo sterk benadrukt, tegelijkertijd ook associaties oproept met fragiliteit en teerheid, en zelfs met verlangen omdat ook plukken onkruid verlangen naar de zon. Wonderlijk hoe treurig het is dat iemand kaas met kweeperengelei als enige passie heeft, maar hoe vrolijkmakend origineel het dan tegelijk ook is dat opkomende verliefdheid met dat toetje en die passie wordt vereenzelvigd. Opmerkelijk hoe Lispector achteloos strooit met dat soort dubbelzinnige groteske zinnen, en daarnaast ook met afgrondig filosofische sfeerbeelden als "In het nachtelijke donker een fluitende man en zware voetstappen, het gejank van een verlaten zwerfhond. Onderwijl- stille sterrenbeelden en de ruimte die tijd is en niets te maken heeft met haar en met ons". De totale verlatenheid van het universum. Daarin een meisje dat even ontroerend en nietig is als onkruid dat naar de zon verlangt. Een meisje dat verzonnen is door een schrijver als personificatie van een raadselachtig iets in zichzelf, als zoektocht dus naar de "angstaanjagend onverwachte gebieden in mij" die in de opdracht van de schrijver waren genoemd. En dat angstaanjagend onverwachte echoot dan voor mijn gevoel weer in dat sfeerbeeld van nachtelijk donker met stille sterrenbeelden, in de leegte die dat sfeerbeeld uitademt. Erg effectief is daarbij ook hoe de schrijver voelbaar maakt dat hij intens worstelt met zijn onderwerp: door steeds te benadrukken dat hij de controle over het verhaal helemaal verliest, door vaak te benadrukken dat zij - hoewel zijn eigen verzinsel- hem stuurt in plaats van hij haar, door zijn zinnen en metaforen soms helemaal te laten ontsporen, en door zijn volkomen paradoxale gevoelens voor zijn personage: "Het is mijn grote passie de ander te zijn. In dit geval haar. Ik ril, even ongewassen als zij". Of: "Maar ik ben me wel volledig bewust van haar: via die jonge vrouw schreeuw ik mijn afschuw over het leven uit. Het leven waar ik zoveel van houd". Hier wordt geschreven over gevoelsintensiteiten die ook voor de schrijver een paradoxaal en onoplosbaar mysterie zijn, een uitgeschreeuwde vraag zonder antwoord. En exact die enorme innerlijke spanning is op elke pagina van dit boek prachtig voelbaar.

De ambivalentie en intensiteit van die innerlijke spanning wordt nog heviger doordat de schrijver voortdurend flirt met en angstig terugdeinst voor degradatie, verval en dood. Het meisje dat hij verzint (en dat hem als obsessie bespookt) personifieert immers verval en degradatie op allerlei manieren, waarover dan met afkeer en verlekkerd hoewel angstig verlangen wordt geschreven, maar ook de zinloze dood (ik geef geen details, want dan verklap ik de plot). En die dood wordt dan weer als verlossende verschrikking en verschrikkende verlossing beschreven, als iets vreselijks dat tegelijk een soort pervers verlangen oproept, een verlangen dat wellicht te duiden valt als terugkeer naar de moederschoot. Nou zei ik eerder ook al dat dit meisje niet alleen een personificatie is van 'iets' duisters dat leeft in de schrijver, maar ook van een mysterieus aspect in Lispector zelf: "het aftasten van iemand die in haar huist en van wie ze soms een glimp opvangt maar die ze amper kent". Lispector was zeer welgesteld, maar heeft ook op zijn minst de dreiging van verval en armoede gekend en mogelijk zeer gevreesd. Bovendien, "Het uur van de ster" was haar laatste boek: ze was tijdens het schrijven al ziek en ze wist dat mogelijk ook. Het is kortom niet onmogelijk dat ze in dit boekje vorm gaf aan een aantal voor haar erg urgente persoonlijke angsten en affecten. En dat de intense paradoxale spanning van dit boekje haar manier was om het mysterie van deze affecten zo goed mogelijk te bewaren, en om dit niet te versimpelen tot een conventioneel emo-verhaal. Dan zou "Het uur van de ster" ook nog eens imponerend zijn als zelfonderzoek, een zelfonderzoek dat met vlijmscherp oog voor alle paradoxale en ambivalente aspecten van onze passies ondernomen wordt.

Een uitermate intrigerend boekje kortom, dat in een bijzonder intense stijl bol staat van onverklaarbare passie en dat door zijn dubbelzinnigheid en raadselachtigheid voortdurend inspirerende vraagtekens bij mij opriep. Een boekje bovendien dat voortdurend zo origineel en verrassend was dat ik nog steeds niet begrijp wat ik nou gelezen heb. Het is duidelijk: van Clarice Lispector zal ik meer moeten gaan lezen.

Reacties

Meer recensies van Nico van der Sijde

Boeken van dezelfde auteur