Lezersrecensie

Een zeldzaam barok leesfeest in 98 stijlen


Nico van der Sijde Nico van der Sijde
20 apr 2017

Er was in Duitsland veel gejubel toen Frank Witzel de Deutsche Bucherpreis 2015 won met deze pil van ruim 850 pagina's, want velen vonden het een triomf voor de literatuur dat een zo experimenteel, rijk en complex boek de belangrijkste Duitse literatuurprijs kon winnen. Tegelijk werd er in Duitse maar ook in Nederlandse recensies soms wel wat geprutteld over die complexiteit. Zelf vond ik die complexiteit juist een enorme bonus, maar voor anderen is dat misschien minder prettig. Om een indruk te geven: de 98 (!) hoofdstukken zijn in 98 verschillende associatieve stijlen geschreven, zodat je als lezer moet bewegen van prozagedichten naar bizarre filosofische essayistiek naar multiple choice-vragen naar ondervragingen naar dialogen naar ..... Binnen die hoofdstukken wordt vaak razendsnel geschakeld tussen heel veel ogenschijnlijk totaal uiteenlopende onderwerpen (van Adorno naar Zappa, van strips naar Derrida, van de Beatles naar het Christendom, van Baader- Meinhof naar katholicisme), zodat je op een gegeven moment niet meer weet of het boek nou gaat over popmuziek, filosofie, politiek, geschiedenis, religie, het Duitsland van na de wereldoorlog of de complexe zielenroerselen van een delirerende manisch- depressieve puber. En nergens is er een duidelijke verhaallijn die van A naar B verloopt. Er is nauwelijks logica, er is nauwelijks chronologie. De ik-verteller en hoofdpersoon komt als manisch-depressieve tiener aan het woord en als volwassene, maar in beide gevallen is totaal onduidelijk of hij waarheidsgetrouw vertelt of bijna psychotisch fabuleert; diverse andere vertelinstanties (vanuit ik- perspectief, hij- perspectief en jij- perspectief) zijn meestal net zo ongrijpbaar en bovendien lijken zij soms barokke verzinsels of afsplitsingen of experimentele nieuwe fictieve identiteiten van de hoofdpersoon. Het boek start met 10 motto's, allemaal citaten van hooggeleerde figuren als Camus en Adorno en Ernst Bloch, en eindigt met een register van 13 pagina's dat overloopt van totaal verschillende namen, onderwerpen en zaken. Kortom, het boek is overvol, onnavolgbaar, niet te bevatten zo rijk,uitermate vreemd. En ik vond dat geweldig.

De titel van het boek is natuurlijk al hoogst verbazend: door zijn lengte en door het gegeven dat een manisch-depressieve tiener de Rote Armee Fraktion bedenkt. Dat doet hij volgens die titel bovendien in 1969, terwijl de echte Rote Armee Fraktion pas in 1970 onder die naam gewelddadig actief werd. Lopen hier fictie in werkelijkheid door elkaar? Welzeker, en dat wordt nog sterker in het eerste hoofdstuk van het boek: daarin zit je in het hoofd van een puber die samen met zijn vriendjes vlucht voor de politie na het plegen van een terroristische aanslag. Er is geen enkele externe verteller die rustig toelicht dat politieke realiteit wordt getransformeerd tot associatieve en paranoïde fantasie in een puberaal hoofd: je zit als lezer midden in die fantasie. In een fantasie bovendien die ondanks zijn onmogelijkheid heel werkelijk is op dat moment: de jongen IS op dat moment voor zijn gevoel actief lid van de Rote Armee Fraktion, alhoewel dat helemaal niet kan. En dat wordt nog een graadje maffer als diezelfde ik-figuur, maar dan als volwassene, in een bevreemdende ondervragings-setting vertelt over zijn herinneringen aan foto's van het Rote Armee Fraktion-lid Holger Meins, nadat die bezweken was aan een hongerstaking. Die foto's "herinnerden me aan [...] De dode Christus in het graf van Holbein, wat eerlijk gezegd in zekere zin ook een blasfemische afbeelding is, dat wanhopige en geschrokken lichaam, opgesloten in een lage kist waaruit geen ontsnapping mogelijk is, levend begraven, alsof Holbein de verrijzenis wilde ontkennen". Dat is wel een heel opmerkelijke nevenschikking: Holger Meins en de gestorven Christus. Of liever: Holger Meins en een schilderij dat de Christusfiguur op blasfemische wijze afbeeldt omdat dood en wanhoop zo nadrukkelijk overheersen. Dit soort nevenschikkingen en vergelijkingen verhelderen niets, maar verraden door hun vreemdheid een enorme verwarring. En dat gaat het hele boek zo door: vlekkenverwijderaars van na de oorlog worden geassocieerd met de Duitse verdringing van het oorlogsverleden en met de onverklaarbare dubbelzinnigheid van de Judasfiguur; onderhemden worden via barokke associaties geduid als veelzeggend maar ambigu cultuurfenomeen; songs van de Beatles worden door bijna kabbalistische analyses -herschikkingen van woorddelen, duiding van getallensymboliek uitgaande van de getalswaarde van letters- geïnterpreteerd als ondoorgrondelijke allegorische boodschappen over leven en dood; taalfilososofische beschouwingen van de ondoorgrondelijke Derrida leiden tot even geniale als onnavolgbare beschouwingen over de waarde van het geheim en de vele niet in te lossen beloften van betekenis die schuil gaan in elk woord..... Enzovoort, enzovoort. Alle 98 hoofdstukken in dit 850 bladzijden dikke boek zijn in verschillende stijl geschreven, zoals ik al zei. Maar in al die hoofdstukken zit je wel middenin een associatief brein, waarin op paranoïde wijze alles met alles verbonden wordt, en waarin de associaties nooit stoppen omdat er geen enkele ultieme betekenis lijkt te zijn waarin dit brein rust en vrede vindt. En dat associatieve karakter wordt nog versterkt door de veelvormigheid van het boek als geheel, door het ontbreken van lineair of chronologisch verband tussen de hoofdstukken, en door alle duistere assocatieve verbanden die er tussen de diverse hoofdstukken worden gesuggereerd.

Steeds word je dus meegezogen in een manische, niet-logische en naar conventionele maatstaven gestoorde belevingswereld. De wereld van een ongeremd puberale puber die wanhopig houvast zoekt maar nergens vindt, de wereld van een getroubleerde volwassene die met nog net zo'n ongeremd puberale en manische blik kijkt naar zijn heden en naar zijn verleden als manisch- depressieve puber. Zo kijkt hij ook naar zijn land, zijn cultuur, zijn tijd en de recente geschiedenis. Met als effect dat het na-oorlogse West-Duitsland in sterk schizoïde, paranoïde en extreme kleuren wordt geschilderd. Duitsland door de ogen van een puber krijgt bijna zelf de trekken van een puber: vol verdrongen en onbegrepen onderstromen (zoals het verdrongen oorlogsverleden en het nog in de taal doorklinkende Nazisme), vol nauwelijks te duiden heftige verlangens naar verandering die op gespannen voet staan met de nogal benepen en burgerlijke conventies; vol van onderhuidse spanningen ook die zich onder andere ontladen via het geweld van de Rote Armee Fraktion. Dat effect vind ik prachtig: conventionele romans of non-fictiewerken over het toenmalige Duitsland bevatten vast mooie en leerrijke inzichten, maar ze werpen vast niet zo'n scherp en vervreemdend licht op de vervreemdende en irrationele kenmerken van dat land en die tijd. Daarnaast vind ik ook het associatieve karakter op zich prachtig: die overvolle wereld die in zo vele stijlen en stemmingen wordt geëvoceerd, en waarin alles met alles geassocieerd kan worden, vind ik werkelijk overweldigend. Juist omdat hij zo onuitputtelijk complex is, is deze wereld veel rijker dan mijn grijze wereldje. Door zijn enorm vaardige pen weet Witzel mij bovendien vaak te betoveren of te ontroeren met echt volkomen onverwachte beelden. Daarom heb ik veel stukken van dit dikke boek meerdere malen gelezen, tegelijk googelend om de verwijzingen na te trekken, en bij elke herlezing zag ik nieuwe lagen en associatieve verbanden waar ik helemaal hilair van werd.

Dit is dus een waanzinnig boek: over een waanzinnige persoon, in een waanzinnige stijl over waanzinnige tijden in een land met waanzinnige trekken, en waanzinnig goed. Die waanzin is bovendien zowel een kwelling als een mij inspirerende vorm van protest. DE hoofdpersoon wordt bijvoorbeeld gekweld door het besef dat hij (en veel mensen met hem) vol "dekherinneringen" zitten: fictieve, uit verdringing en vervorming opgetrokken beelden van het verleden die de echte herinneringen vervangen. "Maar hoe moet ik dan weten wat goed of fout is? Wat een werkelijke herinnering en wat een dekherinnering is? Wie een heilige is en wie niet? En wat een heilige daad is en wat niet?". Vertwijfelde vragen, dat zeker. Maar hij zegt over dekherinneringen ook: "Dat woord bevalt me wel. Het doet me denken aan verstoppertje spelen. Buut, buut vrij. Of tikkertje met verlos. De dekherinnering is de plaats waar je niet afgetikt kunt worden". En veel verderop in het boek zegt hij iets vergelijkbaars: "Waanzin is gelukkig ook altijd de poging te ontsnappen aan die basale menselijke vernedering dat je niet verschillende levens kunt leven, maar alleen dat ene. Wat van buitenaf een absence, een verstrooidheid, een moment van geestelijke afwezigheid lijkt, is ook altijd een poging om aan de eendimensionaliteit van het leven te ontkomen, want alleen wie beschadigd is, kan er überhaupt in slagen iets te bedenken wat later als geschiedenis nieuwe vorm krijgt". De ik-figuur ontsnapt aan de conventies en protesteert ertegen, door zijn wanen en associatieve waanwerelden. De veelvormigheid en associatieve vloeibaarheid die onze conventies onderdrukken worden door hem uitbundig ontplooid en gevierd. En dat geldt naar mijn idee ook voor de schrijver Frank Witzel zelf: die heeft immers een wereld opgeroepen die veel grilliger is dan de wereld die je ziet in normalere romans of essays. Dus ook Witzel kiest volgens mij bewust voor de waanzin, als vorm van protest.

Het zal jullie duidelijk zijn dat ik erg van dit onmogelijk veelvormige en associatieve boek heb genoten. Mijn leesjaar is nog jong, maar kan nu al niet meer stuk!

Reacties

Meer recensies van Nico van der Sijde

Boeken van dezelfde auteur