Lezersrecensie
Volkomen van de pot gerukt
Ned Beauman is volgens mij een even stuurloos als groot talent, " The teleportation accident" is naar mijn smaak een even intrigerend als maf boek. De verhaallijn is van de pot gerukt zo grillig, en sommige stukken vond ik nogal over the top, maar die idiote grilligheid is tegelijk ook de kracht. Bovendien trakteert Beauman ons op elke pagina met onnavolgbaar rake en komische zinnen. Van een opmerkelijk slechte champagne wordt gezegd: "It's as if they've decided to incorporate the eventual hangover directly into the flavour as a sort of omen." Het nogal ijzige optreden van een van de personages leidt tot de volgende zin: "There was enough ice in her voice for a serviceable daiquiri." Een ietwat desolate woonruimte van iemand die al een tijdje onvrijwillig single is wordt als volgt beschreven: "The place was not untidy so much as rationalised in a precise and stable way to the habits of the occupant: a bottle of vodka on the floor by the armchair, an electric razor keeping a place in an etymological dictionary, a corduroy jacket on a hanger that was hooked over the door of the fusebox cupboard, and then by the window some chrysanthemums in a vase, alive but wilted, like a small delegation from a more feminine land who knew that their presence at these negotiations was a pointless diplomatic formality".
Alleen al door die zinnen hield Beauman mij voortdurend wakker en vrolijk. Dat doet hij ook door zijn plot, juist omdat die zo idioot en grillig is en voortdurend ontspoort. Soms op wat al te gratuite wijze, maar who cares. Hoofdpersoon is Egon Loeser (ja, soms kan Beauman ook heel melig zijn), een decorbouwer, die in het Berlijn van de jaren dertig meer bezig is met de raadselachtige Lavicini - een renaissancistische decorbouwer en uitvinder van een soort magisch teleporterend transportmiddel- en met denken aan sex (en over de vraag waarom hij geen sex heeft) dan met de politieke realiteit om hem heen. Hij verlaat op een gegeven moment Berlijn, maar niet omdat hij de politieke dreiging nu wel ziet, maar vanwege misverstanden en een crush voor ene Adèle Hitler, geen familie van. Wat ook wel een vorm van maffe humor is: de volkomen onbekende A. Hitler is voor Egon Loeser van grote betekenis, maar de impact van de meer bekende andere A. Hitler gaat totaal aan Loeser voorbij. En zo volgen we de erratische Egon Loeser naar Parijs en Los Angeles, in een verhaal dat steeds grote sprongen in de tijd maakt en dus bewust gaten openlaat. Dat verhaal geeft bovendien meer en meer ruimte aan dissociatie en ontregeling. De stad Los Angeles bijvoorbeeld staat bol van de onechtheid en vervreemding. De mate waarin Loeser helemaal NIKS snapt van de hem omringende politieke realiteit en van de vervolging die zijn -vaak Joodse en communistische- vrienden bedreigt wordt bevreemdender en bevreemdender. De personages die hij aantreft worden ook steeds gestoorder: zo treft hij een krankzinnige geleerde die, vanuit de zeer eloquent verwoorde en aan Lucretius ontleende premisse dat alles van binnen leeg is, ook denkt dat een 'teleportation device' mogelijk is. Maar ook een krankjorume miljonair die 'ontological agnosia' heeft, een afwijking waardoor hij het verschil niet meer ziet tussen een foto of het ding zelf, en ook niet tussen het woord explosie en een echte explosie. Het verhaal wappert dan ook nog eens van het heden naar een ver verleden naar een science fiction achtige toekomst, vermengt geparodieerde detective-elementen met geparodieerde sci-fi met horror met filosofische grappen met pure satire en met verwijzingen naar de vervreemdingstheorie van Brecht, en het sluit af met maar liefst vier totaal verschillende en ongerijmde eindes.
Heel virtuoos en vermakelijk allemaal. Ik zat mij echter soms wel af te vragen of dit meer was dan alleen virtuositeit. Naar mijn idee toch wel: de ontregeling en vervreemding die Beauman hier teweegbrengt is volgens mij bedoeld als een soort metafoor voor de vervreemding van de mens die thuisloos is en maar wat ronddwaalt in de geschiedenis. Egon Loeser snapt niets van de tijd waarin hij leeft, heeft zelfs niet door DAT hij het niet snapt, maar is dat voor ons anders? De miljonair met 'ontological agnosia' heeft een totaal ontregelde perceptie van de realiteit, net als Loeser eigenlijk, maar hebben wij die realiteit dan wel scherp voor de bril? Het verhaal eindigt door zijn vier verschillende eindes in een behoorlijk onbestemde chaos, maar is dat voor onze eigen levensverhalen helaas soms niet ook het geval?
Hilarisch en volkomen van de pot gerukt, dit boek. Maar door zijn maffe grilligheid is het volgens mij ook een verhaal over 'de vervreemding' van 'de mens'. Dan is het boek dus door zijn hilarische mafheid tegelijk ook heel serieus. En ook dat is weer best maf, eigenlijk!