Lezersrecensie
Een tamelijk geniale verhalenbundel
Tja, ook dit boek van David Foster Wallace vond ik weer geweldig: misschien niet even briljant als het m.i. overweldigende Infinite Jest, maar wel steeds erg origineel en intrigerend, en vaak ook weer behoorlijk geniaal. Al zeg ik er meteen bij dat smaken enorm kunnen verschillen: wat ik prachtig vind aan DFW, dat kan een ander met evenveel recht flauw of zelfs irritant vinden. Makkelijk lezen is er bij DFW in elk geval niet bij: zijn verhaalvorm is vaak erg experimenteel en vreemd, zijn zinnen zijn vaak ongrijpbaar complex.
Het verhaal 'Church not made with hands' bijvoorbeeld moest ik een paar keer herlezen, omdat ik er niets van begreep: het is erg elliptisch en fragmentarisch, en geschreven vanuit het perspectief van een experimenteel schilder die de realiteit anders ziet dan anderen. Dat levert dan passages op als: 'The irreal evenness of focus which transforms the painting into what glass in glass's fondest dreams might wish to be. "Windows onto interiors in which all conflicts have been resolved" in the much-referenced words of'. Pas na een paar keer lezen zag ik dat het verhaal ging over de droom om door experimentele kunst (die vergeleken wordt met surrealisten als De Chirico of Soutine) het aardse te ontstijgen, de eigen smart om een verongelukt kind te sublimeren (of liever: dit ongeluk ongedaan te maken in de hogere sferen van zijn kunst), zich te onthechten aan het tranendal van het dagelijkse leven, in contact te komen met een volkomen ondefinieerbaar en onbekend 'aan gene zijde'. Een vergeefse, maar mooie droom. En toen ik dat begreep vond ik de duistere zinnen ineens schitterend: ze zijn juist door hun cryptische karakter even tastend en onthecht als de droom van de kunstenaar. De vervreemdende en van de wereld losgeraakte visioenen van de kunstenaar worden niet uitgelegd, maar in alle onbegrijpelijke raadselachtigheid getoond. De droom van de kunstenaar is om het voorstelbare te onstijgen, en daarover wordt verteld in zinnen die ons voorstellingsvermogen te boven gaan. Tja, IK hou daar wel van!
Imponerend vond ik ook de schrijfstijl in het verhaal 'The depressed person'. Maar ook hier moest ik erg wennen, en begreep ik eerst helemaal de bedoeling niet. Dit verhaal begint als volgt: 'The depressed person was in terrible and unceasing emotional pain, and the impossibility of sharing or articulating this pain was itself a component of the pain and a contributing factor of its essential horror'. Een pijnlijk in zichzelf ronddraaiende zin. Bovendien merkwaardig afstandelijk: er wordt niet van een 'ik' gesproken (hoewel het vertelperspectief toch bij de patient lijkt te liggen), of van een 'zij', maar steeds van 'the depressed person'. Maar die afstandelijkheid van de stijl is, zo besefte ik na een tijdje, heel functioneel: de hoofdpersoon kan geen contact krijgen met haar gevoel, depersonaliseert door haar depressie, en valt samen met haar depressie. Zij zit totaal gevangen in de niet te stoppen, maar doormalende en doormalende en doormalende negatieve gedachtenstroom in haar hoofd. Iets wat Wallace niet uitlegt, maar in alle naaktheid toont door zijn stijl: de zinnen worden ellenlang, draaien als vicieuze cirkels in zichzelf rond, en lopen uit op niets.
Een voorbeeld: 'The depressed person’s therapist, whose school of therapy rejected the transference relation as a therapeutic resource and thus deliberately eschewed confrontation and “should”-statements and all normative, judging, “authority”-based theory in favor of a more value-neutral bioexperiential model and the creative use of analogy and narrative (including, but not necessarily mandating, the use of hand puppets, polystyrene props and toys, role-playing … and in appropriate cases, whole meticulously scripted and storyboarded Childhood Reconstructions), had deployed the following medications in an attempt to help the depressed person find some relief from her acute affective discomfort and progress in her (i.e., the depressed person’s) journey toward enjoying some semblance of a normal adult life: Paxil, Zoloft, Prozac, Tofranil, Welbutrin, Elavil, Metrazol in combination with unilateral ECT … None had delivered any significant relief from the pain and feelings of emotional isolation that rendered the depressed person’s every waking hour an indescribable hell on earth'.
Allemaal hopeloos doordraaiende zinnen, die ook vol zitten met specialistisch jargon van de therapeut. En dat is extra pijnlijk: het helpt allemaal namelijk niets. Dus raast het verhaal maar door met dit soort eindeloze zinnen, met daarin voetnoten met precies dezelfde soort eindeloze zinnen. De ene eindeloos doormalende gedachte vertakt zich in de andere eindeloos doormalende gedachte die zich weer vertakt in de andere eindeloos doormalende gedachte. Wallace vertelt niet over depressief gepieker: hij imiteert dit depressief gepieker door de kronkelingen van zijn stijl. Briljant, vind ik.
En zo doet Wallace nog van alles meer aan origineels. Een bijna melige parodie bijvoorbeeld op de mythe van Narcissus en Echo en tevens van Tristan en Isolde, tevens een satire op de oppervlakkigheid van de TV-cultuur, die tussen alle meligheid door m.i. ook mooie passages bevat over onmogelijke liefde. Een m.i. mooi verhaal in de jij-vorm over een 13 jarige jongen die oneindig aarzelt op de duikplank: beneden gaapt de diepte van het zwembad die, misschien, symbool staat voor het waagstuk van de volwassenheid. Prachtig hoe Wallace de tijd stilzet en de angstwekkende sprong in het diepe tot in het oneindige uitstelt. Of het verhaal 'Octet', waarin de verteller op vrij hilarische wijze de controle over zijn vertelopzet verliest, wat dan uitmondt in een halsbrekend acrobatische beschouwing over de onmogelijkheden, complexiteiten en dubbelzinnigheden van communicatie tussen verteller en lezer. En bovendien van communicatie en intermenselijk contact in het algemeen. Een beschouwing ook die 'vertellen over het vertellen' (ook wel metafictie genoemd) combineert met een appel aan de lezer: een combinatie die ik nooit eerder heb gezien. Hilarisch, briljant en treurig tegelijk.
En dan de diverse fragmenten getiteld 'Brief interviews with hideous men', waarin het steeds draait om de afwisseling van 'Questions' en 'Answers'. Alleen, de 'Questions' zijn weggevallen (er staat alleen een 'Q'), zodat alleen de 'answers' overblijven. Een maffe vorm, die wel extra aandacht vestigt op hoe de -soms behoorlijk onaangename- personages zich in die 'answers' verdedigen, vastpraten, zichzelf in de eigen redeneringen verstrikken, en soms lijken te liegen tegen de ander en zichzelf. In een van die verhalen vertelt iemand over iets wat hij zelf helemaal niet begrijpt. Hij vertelt hoe hij een hippie versiert die hij eigenlijk minacht, en hoe die hippie vertelt over een verkrachtig door een psychotische sadist, met wie ze dan toch een onwaarschijnlijk soort mededogen en 'bonding' voelt: mede daardoor overleeft ze het ook. Het verbijsterende voor die ik (die dit alles dus later navertelt) is dan dat hij, door dit voor hem eerst - en eigenlijk nog steeds!- volkomen ongeloofwaardige verhaal, een totaal ander perspectief krijgt op wat 'liefde' of 'compassie' zou kunnen zijn. En ook op hoe complex en in zichzelf tegenstrijdig dit soort gevoelens zijn. En ook op zijn eigen onvermogen ECHT in 'liefde' en 'compassie' te geloven, want eigenlijk schaamt hij zich voor dat soort gevoelens. Iets wat mooi zichtbaar wordt door zijn soms agressieve reacties op de kennelijk sceptische vragen van 'Q'.
Als je in een vreemde en onbekende kamer komt, bekijk je alles veel aandachtiger dan als je die kamer al kent. Zo ook het werk van Wallace: vreemd proza, dat (als het je aanspreekt tenminste) door zijn vreemdheid extra aandacht afdwingt. Je moet er de nodige moeite voor doen, maar dan krijg je ook iets wat je elders niet zomaar vindt. Het zal duidelijk zijn dat ik daar dus erg van houd. Sterker nog, inmiddels ben ik helemaal aan Wallace verslaafd. Ik ga dus meteen verder met een ander boek van hem!