Lezersrecensie
Ongeremde verbeeldingskracht die zich aan geen enkele conventie stoort
Thomas Pynchon is al jaren een van mijn favorieten: "Gravity’s Rainbow" staat stijf in mijn top tien, en (bijna) al zijn andere boeken las ik met ademloze bewondering en groot plezier. Zelfs het alom afgekraakte "Vineland". Maar "Mason & Dixon" is volgens sommigen Pynchons allerbeste boek, en volgens Pynchon- fans ook een van de ultieme meesterwerken van de 20e eeuw. Ik las het samen met Hanneke en Prowisorio via de inmiddels niet meer bestaande community Dizzie.nl. En ik was helemaal flabbergasted. Oké, het kostte mij veel inspanning en zweetdruppels, en ik moest vaak veel moeite doen om echt in het verhaal te komen en ook maar enigszins te begrijpen wat er stond. Maar die moeite werd wel héél ruimschoots beloond.
Het verhaal draait om Mason en Dixon, twee 18e eeuwse astronomen die echt hebben bestaan, en die verantwoordelijk zijn voor de ‘Mason and Dixon line’. Dat is de - volgens Pynchon arbitraire- grens tussen de Noordelijke en Zuidelijke staten van de USA, die al werd vastgesteld nog voor de USA zich van Engeland had losgemaakt. Het verhaal draait om een fascinerende periode in de geschiedenis: de 18e eeuw als ‘Age of Reason’ waarin het niettemin gist van allerlei irrationele onderstromen, en het nog prille Amerika dat nog veel onontdekte gebieden heeft en dat zichzelf aan het uitvinden is als nieuwe natie. Stof genoeg voor een fascinerende historische roman. En dat buit Pynchon op geweldige wijze uit door (op basis van veel research) heel veel historische politieke, wetenschappelijke en filosofische gedachten in zijn verhaal te verwerken.
Maar tegelijk zet Pynchon –zoals in al zijn boeken- al onze verwachtingen totaal op zijn kop. Zijn boek is niet alleen een beschrijving van de 18e eeuw, maar ook en vooral een carnavaleske omkering van alles wat we van die 18e eeuw meenden te weten. Het is bovendien een groteske uitvergroting van de vele vaak geloochende irrationele onderstromen in die zogenaamd verlichte tijden. Zo wordt bijvoorbeeld het leed van de slavernij door Pynchon niet realistisch of feitelijk beschreven, maar als een nauwelijks te bevatten hallucinatoir spookbeeld, dat zich via irrationele koortsdromen manifesteert. En zo wordt een nog onontdekt woud vol Indianen geëvoceerd als een kakafonie van angstwekkend geluid, spookachtige schaduw en onwerelds geweld, dat in ons ‘normale’ wereldbeeld eigenlijk ondenkbaar en onbestaanbaar is. En als een nachtmerrieachtige, voor de ratio onbevattelijke woekering van bovennatuurlijke dreiging: elk lineair verhaal wordt in dat woud een ongrijpbare cirkel, en elke afbakenende grens lost op in nevelen. De rouw van Mason om zijn gestorven vrouw wordt niet als een conventionele lamentatie beschreven, maar als een horrorverhaal waarin Mason door zijn dode vrouw wordt bespookt, zodat hij helemaal gek wordt van angst en verdrongen verdriet. Een preek of dagboekaantekening van een dominee mondt steevast uit in een onnavolgbare meditatie over het ondoorgrondelijke raadsel van het bestaan. De observaties van astronomen worden beschreven als 'Vector of Desire', een blik vol onlesbaar dorstend verlangen op het onpeilbare universum, waarin het verlangen alle rationele berekening overstemt. Enzovoort, enzovoort.
Door zo te schrijven maakt Pynchon een paar statements. Bijvoorbeeld dat ‘de geschiedenis’ helemaal geen rationeel verloop heeft en vergeven is van chaos, verlangen en angst. En dat Amerika tot stad kwam in een onbevattelijke orgie van irrationeel geweld. En ook dat je elk verhaal op veel verschillende manieren kunt vertellen, want betekent dat je niet zomaar genoegen moet nemen met het bekende verhaal van hoe Amerika zichzelf uitvond of met het gangbare beeld van de 18e eeuw als ‘Age of Reason’. Ook op andere manieren maakt Pynchon dat duidelijk: zijn taal is een heel raar soort 18e eeuws Engels, nogal ondoordringbaar voor de hedendaagse lezer. Pynchon haalt die 18e eeuw dus niet dichterbij, maar benadrukt de afstand en de vreemdheid. Dat wordt nog versterkt door het vertelperspectief: het hele verhaal wordt verteld door Reverend Wicks Cherrycoke (Pynchon houdt van maffe en vervreemdende namen), een vage kennis van Mason en Dixon, die soms duidelijk erop los fabuleert of uit de derde of vierde hand citeert. Prachtig vind ik dat.
Maar nog prachtiger vind ik de ongebreidelde fantasie en verbeeldingskracht van Pynchon, en de wijze waarop hij ons uitnodigt die verbeeldingskracht te vieren. Al vroeg in het verhaal duikt bijvoorbeeld een pratende hond op. Dat is al maf, maar wat dat beest zegt is nog maffer: "'Tis the Age of Reason, rrrf? There is ever an Explanation at hand, and no such thing as a Talking Dog - Talking Dogs belong with Dragons and Unicorns, What there are, however, are Provisions for Survival in a World less fantastick". Met een retorisch blafje zegt de pratende hond dus: pratende honden - zoals ik- bestaan niet, want in onze niet fantastische wereld hebben we andere provisorische middelen om te overleven.
Geweldig: een ‘personage’ (!?!) dat als pure contradictie wordt opgevoerd, als ‘iets’(!?!) dat onze rede tart, met als duidelijke boodschap dat we onze rede ook moeten tarten omdat loutere ratio onze blik op de wereld verarmt. En daar gaat Pynchon ook vrolijk mee door: alle andere genoemde ‘Provisions for Survival' die niet kunnen bestaan in 'a World less fantastick’, zoals draken en eenhoorns, duiken later in grote getale op. Evenals mechanische eenden, elfen, aardwezens, tellurische energieën, geesten….. Dus allerlei door de 'Age of Reason' krachtig ontkende irrationele fenomenen en fabelwezens, en allerlei irrationele uitvindingen die de 'Age of Reason' achteraf liever zou vergeten.
Ja, Pynchon heeft zelfs lak aan wat wij normaal gesproken als ‘de waarheid’ beschouwen. Want ‘de waarheid’ van machthebbers en rationalisten is hem te rationeel, te eenduidig, te eendimensionaal. Of in de woorden van Cherrycoke: ‘Who claims Truth, Truth abandons. History is hir'd, or coerc'd, only in Interests that must ever prove base. She is too innocent, to be left within the reach of anyone in Power - who need but touch her, and all her Credit is in the instant vanish'd, as if it had never been. She needs rather to be tended lovingly and honorably by fabulists and counterfeiters, Ballad-Mongers and Cranks of ev'ry Radius, Masters of Disguise to provide her the Costume, Toilette, and Bearing, and Speech nimble enough to keep her beyond the Desires, or even Curiosity, of Government’. Dat is een eloquent pleidooi voor meerduidigheid, ambiguïteit, ongrijpbaarheid. Voor 'waarheid' dus die nog niet tot eendimensionale eenduidigheid is afgeplat. En die is juist in goede handen bij fabulisten, vervalsers, fantasten: bij kunstenaars die de meerduidigheid niet reduceren, maar ontplooien en uitvergroten. Zoals bijvoorbeeld de fabuleus fabulerende Thomas Pynchon.
Met dat laatste citaat hoop ik nog iets duidelijk te maken: de stijl van Pynchon vind ik echt netvlies scheurend prachtig. Zo beschrijft hij de klank van een 'Glass Armonica' (een in de 18e eeuw uitgevonden muziekinstrument) als volgt: 'If Chimes could wisper, if Melodies could pass away, and their Souls wander the Earth.... if Ghosts danced at Ghosts Ridottoes, 'twould require such Musick, Sentiment ever held back, ever at the Edge of breaking forth, in Fragments, as Glass breaks'. Dat past schitterend bij de bovennatuurlijke werelden die Pynchon steeds oproept, en het is een m.i. echt schitterende metafoor voor de breekbaarheid en fragiliteit van het schone, maar geloof me, het is zeker ook een erg rake beschrijving van hoe dit instrument écht klinkt.
Zie ook hoe Pynchon beschrijft hoe Mason, vol ontluikende liefde, de pracht van bepaalde exotische stoffen en het lichtspel daaromheen waarneemt: 'Savage flowers of the Indies, demurer Blooms of the British Garden, stripes and tartans, foreign colours undream'd of in Newton's prismatics, damasks with epiclength Oriental tales woven into them, requiring hours of attentive gazing whilst the light at the window went changing so as to reveal newer and deeper labyrinths of event, Velvet whose grasp of incident light was so predatory and absolute that one moved closer to compensate for what was not being reflected, till it felt like being drawn, oneself, inside the unthinkable contours of an invisible surface'. Tja, men kan ook gewoon zeggen dat Mason ‘van de wereld’ is en dus kleuren ziet waar Newton (en: de wetenschap) geen weet van heeft. Maar dit soort zinnen maken het van de wereld zijn (of: het 'in hogere sferen verkeren') naar mijn idee echt op geniale wijze voelbaar.
En dan is er ook het volgende citaat, over Amerika als droom en nachtmerrie van Engeland: ‘Does Brittania, when she sleeps, dream? Is America her dream?--in which all that cannot pass in the metropolitan Wakefulness is allow'd Expression away in the restless Slumber of these Provinces, and on West-ward, wherever 'tis not yet mapp'd, nor written down, nor ever, by the majority of Mankind, seen,--serving as a very Rubbish-Tip for subjunctive Hopes, for all that may yet be true,--Earthly Paradise, Fountain of Youth, Realms of Prester John, Christ's Kingdom, ever behind the sunset, safe till the next Territory to the West be seen and recorded, measur'd and tied in, back into the Net-Work of Points already known, that slowly triangulates its Way into the Continent, changing all from subjunctive to declarative, reducing Possibilities to Simplicities that serve the ends of Government,--winning away from the realm of the Sacred, its Borderlands one by one, and assuming them unto the bare mortal World that is our home, and our Despair’. Wat een statement: Amerika, ooit pure mogelijkheid en droom en tegenwicht voor de helaas maar al te bekende wereld...... Prachtig ook hoe de ‘Subjunctive Hopes’, het geestelijk rondreizen in mentale gebieden waarin alles alleen mogelijk is en nog ongedefinieerd, voelbaar wordt gemaakt door het tastende en dwalende karakter van deze eindeloos meanderende zinnen.
Een feest van de taal, dit boek. Een verzet ook tegen al te veel rationalisme en al te klakkeloos geloof in de Verlichting. En bovendien een ode aan de ongeremde verbeeldingskracht die zich aan geen enkele conventie stoort. Een boek dat soms de keel dichtschroeft van ontroering, soms verbijstert door de schittering van de taal, en dat dan ineens weer afwisselt met ongelofelijk platte grappen en bijna hilarische songs. Een verbijsterend boek, kortom. Een van mijn meest favoriete ooit. Ik hoop het nog vele malen te herlezen.