Lezersrecensie

Een overvolle, maar fraaie en originele roman over bomen en buitenstaanders


Nico van der Sijde Nico van der Sijde
31 mrt 2022

Ik ben nogal een fan van Richard Powers, vooral van de romans waarin hij kunst combineert met wetenschap (zoals "The gold bug variations" en "The time of our singing"). Zijn nieuwe boeken koop en lees ik meestal meteen. In zijn veelgeprezen roman "The overstory" (Pullitzerprijs 2019) liep ik echter een paar jaar geleden helemaal vast. Maar dat moest wel aan mij liggen, bedacht ik later, dus probeerde ik het onlangs weer opnieuw. Met succes deze keer, en soms met vreugde. Het is misschien te vol met ideeën, en te vol met passages waarin die ideeën in crescendo afgevuurd worden op de lezer. En ik was nadat ik dit boek uit had beduidend minder euforisch dan bij andere Powersen. Maar klagen doe ik niet, want het vuistdikke "The overstory" is zonder meer een imponerende tour de force, en bevat een flink aantal prachtige passages.

Het boek is in vier delen opgebouwd: "roots", "trunk", "crown" en "seeds". De drie delen van een boom, dus, gevolgd door de zaden die leiden tot nieuwe bomen. In deel 1 volgen we de verhalen van negen zeer van elkaar verschillende buitenstaanders, die elkaar totaal niet kennen, maar die allemaal op geheel verschillende wijze worden "geroepen" door bomen. Bijvoorbeeld een kunstenaar, die voor zijn kunst koos uit fascinatie voor de foto's die zijn voorouders jaren lang maakten van een bepaalde boom, elk jaar opnieuw en elk jaar om dezelfde tijd. En snel achter elkaar gemonteerd bieden deze foto's een duizelingwekkende sensatie, als een soort versnelde film van een normaal niet waargenomen immense groei. Of een geniale ontwerper van computergames, die door een val uit een boom zijn benen verloor, maar die dankzij de aanblik van een bomengroep een immense epifanie krijgt van mogelijke werelden en bestaansvormen die veel vertakter en rijker zijn dan wat mensen zich normaal gesproken kunnen voorstellen. En die oneindige rijkdom probeert hij dan te vertalen in ongelofelijk spectaculair beschreven, grenzeloos creatieve computersimulaties. Of een gepassioneerd biologe, die meent te kunnen aantonen dat bomen onderling kunnen communiceren in een taal die mensen niet kunnen begrijpen, die in hun grillige en vervlochten wortelstelsels vormen van verbinding meent waar te nemen die elke intermenselijke verbinding vele malen overtreft, en die in de ecosystemen van beboste gebieden een soort intelligentie en bewustzijn denkt te ontwaren waar de mens enorm respect voor zou moeten hebben.

In deze negen verhalen is Powers goed in vorm: zijn personages zijn even ontroerend als overtuigend neergezet als onaangepaste buitenstaanders met een bewonderenswaardige passie, en zijn passages over de door ons meestal niet waargenomen schoonheid van bomen zijn soms ronduit schitterend. Elke boom is een vertakte en veelvormige wereld op zich, zo maakt Powers wel duidelijk, en elk bomenbos zou je dus kunnen zien als een bezield verband van vele veelvormige werelden. Ook het voor ons ontoegankelijke bewustzijn van bomen en ecosystemen weet hij heel pakkend neer te zetten: zodanig zelfs dat ik, als stadsmens die elke bomenknuffelaar met wantrouwen bekijkt, daar toch helemaal in word meegenomen. Dat komt deels door Powers' research: hij heeft duidelijk vele bibliotheken over bomen bestudeerd, en ook zijn meest ongelofelijke passages- over het bewustzijn van bomen, hun vermogen zichzelf te offeren, hun vermogen zelfs om zich te verplaatsen en om met insecten te communiceren- zijn ontleend aan inzichten van biologen. Omstreden inzichten weliswaar, maar niettemin. Het overtuigende van "The overstory" zit echter voor mij niet eens zozeer in de research, maar in de stijl. Want door die stijl glanzen deze wetenschappelijke inzichten volop, komen ze ons in hun volle verbazingwekkende omvang tegemoet, en lijken ze ons te mooi om niet waar te zijn. Althans, mij vergaat dat zo: andere lezers vinden dit soort inzichten wellicht te ongeloofwaardig en haken af.

In de delen na "roots" gaan de negen verhalen zich verder vertakken, en worden de negen personages en hun verhalen op heel vernuftige wijze met elkaar vervlochten. Wellicht moeten we hen zien als de negen zeer van elkaar verschillende takken van een en dezelfde boom. Ze vinden elkaar hoe dan ook in hun passie voor bomen. En een minstens even belangrijke overeenkomst is dat zij allemaal buitenstaanders zijn, die afstand kunnen nemen van de maatschappelijke conventies en van hoe de mensen normaal gesproken aankijken tegen de natuur. Precies dat maakt dat zij anders tegen bomen aankijken dan anderen, en veel gevoeliger zijn voor hun schoonheid en rijkdom dan anderen. En ook voor hun eigen wijze van zijn, die zo anders is dan die van ons. Een aantal van de negen hoofdpersonen ontmoet elkaar, en zij worden samen lid van een groep bomenactivisten. Een groep die de randen van de wet opzoekt - en soms overschrijdt- om bomen te redden van bomenkappers. Met tragische gevolgen, waarna de groep uiteenvalt en zich letterlijk uitzaait over het hele land. Wat bij sommigen overigens gepaard gaat met zelfopoffering, uit overgave aan ook voor henzelf nauwelijks te begrijpen maar wel dwingende idealen. Nog weer anderen offeren hun geordende tuin op aan de wildernis, en daarmee ook hun rust en het weinige dat over was van hun huwelijksgeluk. Al kun je ook zeggen dat ze een nieuw en buiten-conventioneel huwelijksgeluk hadden gevonden, dat juist culmineert in die opoffering van de tuin en van elke huiselijke rust. De geniale ontwerper van computersimulaties offert zijn bedrijf en zijn rijkdom op, misschien zelfs zijn leven, en ontwerpt nu interventies in de werkelijkheid die nog ongelofelijker en creatiever zijn dan zijn computersimulaties. De biologe die ooit weggelachen werd vanwege haar inzicht dat bomen communiceren, bereikt alsnog wereldroem: het liefst blijft zij echter wonen bij haar bomen, en uiteindelijk offert ze ook haar leven op. Maar wel heeft ze een soort ark gecreëerd van zaden, die na haar dood - en na de vernietiging van alle ecosystemen en bossen- alsnog zullen ontkiemen. Althans, dat is haar hoop. Want ze vindt alle ontbossing en alle klimaatveranderingen desastreus en erg verdrietig. Maar tegelijk heeft ze van de bossen geleerd dat dood ook nieuw leven schept, en dat sommige zaden moeten verbranden om te ontkiemen....

Er zit veel vermaan in "The overstory", en veel geëngageerd protest tegen de ongeremde vernietiging van de natuur. Maar toch is het geen pamflettistisch boek. Daarvoor is de rijkdom en schoonheid van bomen te mooi en te origineel opgeschreven, en daarvoor zijn de zo van bomen houdende buitenstaanders te overtuigend als gepassioneerde buitenstaanders neergezet. Als bewonderenswaardige buitenstaanders bovendien, die zich niet laten begoochelen door onze "normale" blik op de wereld en de natuur. Wat hen geen nieuwe zekerheden biedt, geen "nieuw weten" of duidelijke antwoorden op hoe we dan moeten omgaan met de bedreigingen van onze wereld en ons milieu. Maar wel nieuwe en andere perspectieven op bomen en ecosystemen, perspectieven waar ik in elk geval het bestaan niet van had vermoed. Of op zijn minst het besef van de niet geringe beperkingen van mijn eigen blik op de wereld en al zijn onbevattelijk gevarieerde ecosystemen. Zelfs naar mijn burgermannentuintje en burgerlullenboompje kijk ik nu met veel nieuwsgieriger ogen. En dat Powers dat allemaal weet te bereiken met dit boek lijkt mij geen kleine verdienste.

Reacties

Meer recensies van Nico van der Sijde

Boeken van dezelfde auteur