Lezersrecensie

Heerlijk maffe roman, vol functionele en absurde humor


Nico van der Sijde Nico van der Sijde
3 mrt 2018

"The atom station", gepubliceerd in 1948, was in IJsland een ongekend verkoopsucces. Toch gold het lange tijd als een van de mindere romans van de geniale Laxness (Nobelprijswinnaar 1955), al was dat volgens sommige Laxness-kenners ten onrechte. Maar zelf heb ik mij prima geamuseerd. Ik vond het niet zo geniaal als "Onafhankelijke mensen", "The world light", "Salka Valka" of "Onder de gletsjer", maar ik genoot van de absurde humor en de totale mafheid van deze roman. En ook van het statement dat deze mafheid volgens mij is.

Het verhaal wordt ons vanuit een ik-perspectief verteld door Ugla, een ongeschoold maar erg welbespraakt meisje uit het rurale Noord- IJsland dat als dienstmeisje werkt bij een Zuid-IJslands gezin uit betere kringen. Ze krijgt muziekles van een opmerkelijk excentrieke organist, en maakt kennis met zijn al even opmerkelijke vrienden: een prostituee die "Cleopatra" wordt benoemd en als een keizerin wordt behandeld, en twee volkomen maffe dichters-kunstenaars. "Brilliantine" en "The atom poet", die worden aangeduid als "the two gods". Kunstenaars die de ene na de andere onnavolgbaar humoristische paradox produceren, net als de organist. En bovendien kunstenaars van het absurde: een van hen zingt een lied dat eindigt met het in brand steken van hele stapels bankbiljetten, een andere bespeelt als muziekinstrument een grote vis met twee snaren. En tussen alle mafheid door is er ook plaats voor politiek: Ugla bezoekt allerlei -overigens nauwelijks serieus te nemen- communistische bijeenkomsten, en hoort ook van alles over hoe IJslandse politici - waaronder de heer des huizes in het gezin waar zij werkt- IJsland aan het buitenland verkopen. Want men is druk bezig om de Amerikanen voor veel geld een atoombasis te laten inrichten ergens in een tamelijk nutteloze IJslandse baai. Wat weer het ene na het andere humoristische bon mot oplevert over leugenachtigheid van politici, over de domheid van normale dieven die veel minder handig stelen dan politici dat plegen te doen, enzovoorts. IJsland lijkt, zo kort na WO II, een land dat zijn ziel voor geld aan de Amerikanen heeft verkocht, en waarin elke IJslandse volksaard aan het grootkapitaal is verkocht. Een land zonder eigenheid en eigenwaarde, waarin alleen het geld regeert. Iets waar Ugla nogal tegen in opstand komt, zonder overigens ooit een normale feministe of communiste te worden, want daar is deze roman veel te onconventioneel voor. En uiteraard protesteren ook de zojuist gememoreerde "the two gods": niet alleen door met een soort "fuck you"- performance hele stapels geld in de fik te steken, maar vooral door hun voortdurend volkomen onaangepaste gedrag. Juist dat gedrag, het nadrukkelijk in geen enkele conventionele orde willen passen, is hun voornaamste verzet tegen die orde.

"The atom station" geldt vooral als een sociaal-politieke satire. Maar in mijn beleving is het nog meer dan dat: het is voor mij vooral een boek dat door zijn mafheid een statement maakt tegen welke orde dan ook. Een roman die door zijn voortdurende ontregelende en absurdistische humor alle conventionele labels bespot. Een roman ook die experimentele kunst bejubelt en zelf een vorm van experimentele kunst IS. Op enig moment wordt Ugla overweldigd door zeer experimentele muziek: "some sort of tunelessness, full of weird sounds which recalled the light over the countryside early in the morning before anyone is afoot. In the end, however, I seemed to perceive a melody emerging, but it came from such a distant place, in addition to which its wonders revealed themselves in so sudden a flash, that perception struck rather than touched me". Vormloze herrie, waaruit pas later en nog maar heel geleidelijk een nieuw soort melodie opstijgt. En juist die nieuwe soort melodie leidt, door zijn volkomen anti-conventionele en anti-harmonieuze karakter, tot "palpitations over a new world, a fantastic and undiscovered world on the other side of usual form". Alle grappen en absurde performances van "the two gods" lijken mij ook een soortgelijke experimentele kunst, die naar nieuwe vormen en nieuwe werelden zoekt. Niet voor niets zegt een van "the two gods" dat alle conventionele poëzie en kunst voor hem dood is nadat hij de foto's van Buchenwald gezien heeft: "The emotions stand still and will not heed the helm after you have studied the pictures of those emaciated bodies; and those gaping mouths. The love life of the trout, the rose glowing on the heath, dichterliebe, it's all over. Fini. Slutt. Tristram and Isolde are dead. They died in Buchenwald. And the Nightingale has lost its voice because we have lost our ears, our ears are dead, our ears died in Buchenwald". Precies daarom bedrijven "the two gods" en de organist geen gewone kunst, maar maken zij grappen. En dat is in mijn beleving dan geen lol om de lol, althans niet alleen dat, maar ook een poging om nieuwe kunstvormen te vinden in een wereld waarin de normale kunst (en ook de conventionele politiek) zijn functie verloren heeft.

Dat volkomen onconventionele karakter van deze experimentele kunstenaars is in mijn beleving bovendien kenmerkend voor "The atom station" als geheel. Beschreven wordt het IJsland in de late jaren veertig, iets na WO II, ingeklemd tussen de USA en de USSR, overgenomen door het grootkapitaal, en angstig door de dreiging van een atoomoorlog. Alle grondstoffen zijn aanwezig voor een sociaal-kritische roman, of een normale sociale en politieke satire. Maar wat dit boek ons biedt is een volkomen maf verhaal, met een volslagen krankjorume plot, waarin we op elke bladzij door ontregelende grappen of paradoxale uitspraken worden verrast. Een roman waarin een zeer conservatief politicus een onverwachte politieke wending maakt "mainly because I agree with our uncrucified Jew-dog Marx that the Cross is opium for the people". Of waarin een pastoor zegt "Our god is that which is left when all gods have been listed and marked. No, not him, not him". Waarin sprake is van "the unselfconscious policeman, that thickset man who Always saw things in the light of reality because he had such a heavy behind". Of waarin de organist, als reactie op Ugla's verbazing omdat ze op een vreemde plek is ontwaakt, opmerkt: "What is not a strange place? We are all over-night lodgers in a strange place. But it is wonderful to have made this journey". Kijkend naar het IJsland van 1948 zag Laxness een fundamenteel vreemde wereld. En die verbazing gaf hij vorm in een fundamenteel vreemd boek. Een boek waarin geen enkele conventie geldig is, omdat alles ondermijnd wordt met absurdistische humor. Een boek dat ons door zijn totale mafheid alle houvast ontneemt dat we bij normale boeken hebben. En daardoor een boek dat ons uitnodigt met frisse blik opnieuw te kijken naar onze zo fundamenteel absurde wereld.

Niet iedereen zal houden van een roman die zo maf is en zo sterk van absurdistische humor is doorregen. Niet iedereen zal houden van een boek dat de lezer zo stelselmatig op het verkeerde been zet, elke pagina opnieuw. En niet iedereen zal een liefhebber zijn van de nogal zwarte bodem van veel van de in dit boek gemaakte grappen. Maar ik hou wel van dit alles, dus ik genoot.

Reacties

Meer recensies van Nico van der Sijde

Boeken van dezelfde auteur