Lezersrecensie
DFW-junk leest uiteindelijk DFW's debuut
Een aantal jaren geleden ontdekte ik David Foster Wallace. Een ontdekking die al gauw uitmondde in verslaving, adoratie en pure lezersliefde. Vooral aan "Infinite Jest" raakte ik helemaal verslingerd: dat onbeschoft geniale boek denderde mijn persoonlijke top tien binnen en gaat daar nooit meer uit. Maar ook zijn essays vond ik prachtig, m.n. die in "Consider the lobster", en zijn verhalen vond ik al even grandioos, m.n. die in "Oblivion". Bijna alles las ik van hem, ook het onvoltooide maar briljante "The pale king". En bij alles voelde ik jubel: nooit heb ik een andere schrijver gelezen die zo compromisloos origineel is, en die ons zo voortdurend bombardeert met zulke unieke zinnen. Die zinnen bieden een mooie en uitdagende training van ons rationele denkvermogen: je moet immers enorm nadenken bij DWF, omdat je anders totaal niet snapt wat er staat. En tegelijk zijn die zinnen vaak ook schitterende oefeningen in empathie. DFW schotelt ons hele volksstammen van buitenissige outsiders en totale freaks voor, die hulpeloos verdwalen in hun eigen hoofd, maar elke keer weer overtuigt hij mij ervan dat ik meer gemeen heb met die freaks dan ik ooit wist, en elke keer leert hij mij om zonder overgave te houden van die freaks.
Ik ben, kortom, een DFW-junk, die alles van DFW wil kennen. Toch had ik zijn debuutroman ("The broom of the system") nog nooit gelezen, mogelijk omdat DFW zelf dit een mislukt boek vond. Hij was ook maar pas 24 toen hij dit schreef, en was inderdaad duidelijk nog niet de monsterlijk goede stilist die hij in "Infinite Jest" was, zo merkte ik nu. Maar ook "The broom" vond ik toch weer prima, zeker voor een DFW-groupie als ik. Wie anders kan een boek openen met totaal maffe beginzinnen als: "Most pretty girls have pretty ugly feet, and so does Mindy Metalman, Leonore notices, all of a sudden". En wie anders kan passages produceren als: " 'Friends, as subscribing members of the Reverend Hart Lee Syke's Partners With God Club you can expect the entry of the Almighty into your own personal life in twenty-four hours or less', Vlad the Impaler was saying, staring blankly into a lavishly unfamiliair little unsmeared mirror perimetered with tiny light bulbs". Ene "Vlad the Impaler" die uitdrukkingsloos kijkend in een spiegeltje maffe religieuze taal uitslaat om een maffe reli-club met een gekke naam te promoten. Tamelijk absurd. Maar die absurditeit krijgt Monthy Python-afmetingen zodra je beseft dat deze "Vlad the Impaler" een papagaai is, die op een gegeven moment niet meer ophoudt met spreken (in even scabreuze als religieuze bewoordingen) omdat hij een nieuw type babyvoer heeft gesnoept. En die al maar doorleuterende papagaai wordt een centrale figuur in religieuze TV-shows, waarbij zijn religieuze zinnen even veel geloofsijver oproepen als zijn zinnen die doordesemd zijn van ranzige sex. Overigens zeg ik steeds papagaai, maar feitelijk gaat het om een "cockatiel": een soort kakatoe-achtige parkiet die normaal gesproken helemaal niet praat, maar wel "sexually dismorphous" is volgens Wikipedia. Wat DFW met zijn passie voor nutteloze detailkennis vast heeft geweten!
De humor en pure onnavolgbare DFW-mafheid is ook in dit DWF-debuut dus al dik in orde. Ook de plot is in dit debuut al onnavolgbaar vreemd en ongrijpbaar gefragmenteerd. Het boek verscheen in 1987, maar speelt in 1990: in een licht verschoven toekomstwereld, dus. Een wereld waarin een stad de vorm heeft van het hoofd van Jayne Mansfield, waarin een op Lake Erie uitkijkende kantoortuin in apocalyptische schaduwen is gehuld en waarin Lake Erie zelf bij een bepaalde lichtval op een poel van rottende mayonaise lijkt, en waarin Ohio een grote kunstmatige woestijn heeft, de "Great Ohio Desert", afkorting G.O.D. Met zwart zand uiteraard, want dat is weer eens wat anders. Hoofdpersoon is de licht getroubleerde, kwetsbare, maar enorm eloquente en gevatte Leonore Beadsman, die - mede door de invloed van haar raadselachtig verdwenen overgrootmoeder, ook Leonore Beadsman geheten en een persoonlijke fan van Wittgenstein- geobsedeerd is door de gedachte dat zij alleen maar bestaat uit taal en dat zij even echt of onecht is als een verzonnen personage in een roman. En zij heeft dan een erratische relatie met Rick Vigorous, een editor en Publisher die ondanks zijn stoere naam impotent is en een onaanzienljke veel oudere dikkerd bovendien, en die de hele tijd verhalen verzint vol absurde psycho-analytische problematiek. Volkomen hilarisch, die verhalen. Maar ook soms erg ontroerend, omdat ze in al hun absurditeit toch ook pregnant de worstelingen van de liefde laten zien, en alle problemen van het "ego" om de geliefde maar ook bedreigende ander te laten binnendringen in dat "ego". Vaak praat Rick zich helemaal vast in zijn eigen obsessies, de gevangenis van zijn eigen taal: een motief dat DFW ook in dit debuut al heel goed beheerst. Maar vaak ook praat hij vol gevoel over zijn liefdes en frustraties, in een taal van bijna Nabokoviaanse schoonheid.
Dit debuut heeft nog lang niet de pregnante en ontroerende diepgang van DFW's latere boeken, en ook nog niet de enorme stilistische brille en schrijnende gevoelsintensiteit van m.n. "Infinite Jest". Ook is "The broom of the system" af en toe naar mijn smaak echt te melig of te speels. Maar toch, ik had vaak helemaal de slappe lach, voelde mij ook meer dan eens ontroerd, en veerde geregeld op vanwege een unieke zin. De plot hield mij door zijn onvoorspelbaar maffe wendingen bovendien voortdurend helemaal bij de les. Kortom, ook met dit DFW-boek was ik best wel weer blij. David, ouwe makker, wat had je het vak al snel onder de knie. Wat was je talentvol. Want dit was nog maar je debuut, makker, en je was nog maar 24. Maar wat was je toen al retegoed.