Lezersrecensie

Prachtige postume verhalenbundel van een beestachtig goede stilist


Nico van der Sijde Nico van der Sijde
15 mrt 2018

Ik ben een fan van Denis Johnson. Geen enkel boek van hem lijkt op enig ander boek van hem: de enorm omvangrijke Vietnam- roman "The tree of smoke" is totaal anders dan het uitgebeende en ultrakorte "Train dreams"; de uiterst intense verhalen over junks in "Jezus son" zijn totaal anders van sfeer en setting dan de ongrijpbaar treurige dunne roman "The name of the world", en ga zo maar door. Het enige wat alle boeken van Denis Johnson verbindt is dat zijn personages volkomen op de dool zijn, en dus helemaal elk houvast en elke richting kwijt zijn geraakt, en dat die richtingloosheid voelbaar gemaakt wordt in werkelijk ongelofelijk briljante zinnen. Zinnen die beter zijn dan menig oeuvre. Zinnen die mij totaal euforisch maken, ondanks alle treurigheid die eruit opstijgt, want mijn hemel, wat zijn die zinnen on-ge-lo-fe-lijk briljant. En wat zitten zijn boeken on-na-volg-baar goed in elkaar.

Helaas, Denis Johnson is onlangs op niet al te hoge leeftijd overleden. Maar in zijn laatste levensdagen heeft hij, vermoedelijk wetend dat zijn dagen geteld waren, nog de verhalenbundel "The largesse of the sea maiden" geschreven. Die verhalen bevat met zinnen als "It's plain to you that at the time I write this, I'm not dead. But maybe by the time you read it". Of verhalen vol troosteloze dood met titels als "Triumph over the grave". Ook in deze bundel is elk personage weer helemaal alle richting kwijt. En ook in deze bundel wordt dat overgebracht met griezelig geniale zinnen, ongehoord raadselachtige en daardoor rake beelden, en met ongrijpbare plotlijnen die juist door hun volstrekt arbitraire verloop zeer voelbaar maken hoe enorm richtingloos de beschreven levens zijn. Vijf verhalen bevat deze bundel. Twee ervan zijn naar mijn smaak niet zo geniaal als Johnson op de toppen van zijn kunnen meestal wel is, maar ze zijn nog steeds heel goed. Het zijn twee intense en meeslepende verhalen over verslaving, zelfverlies, wanhoop en criminaliteit, die mij in al hun wezenloze treurnis zonder meer imponeerden, alleen: ze zijn in mijn beleving niet zo afgrondig geniaal als de vergelijkbare verhalen in "Jezus' son". Het slotverhaal van de bundel, "Doppelganger, Poltergeist" vond ik meer in de buurt komen van "Johnson in topvorm", en is bovendien onnavolgbaar curieus. Ongelofelijk hoeveel dubbelgangers er rondlopen in dit verhaal, en hoe elke dubbelganger of tweelingbroer een soort treurig substituut is voor een leegte die door dat substituut niet wordt gevuld. Fascinerend hoe die vergeefsheid en leegte aanschouwelijk wordt gemaakt door de Elvis Presley- obsessie van een briljant maar droevig dichter. Waarbij nog extra navrant is dat dit de obsessie is van een zichzelf aan het eind van zijn leven zeer ontluisterende Amerikaanse icoon. Wat niet voor niets samengaat met de meest wezenloos verbijsterde zinnen over 9/11 die ik ooit heb gelezen. En indrukwekkend is hoe de verteller, die deze geobsedeerde dichter idolaat maar treurend volgt, zelf door totale treurnis is bezwangerd. Wat hij dan niet duidt, niet verklaart, niet toelicht, zelfs niet direct beschrijft: hij volstaat met sfeerbeelden als "I was so very unhappy there through no fault of theirs. I wandered, or trudged, through a colorless, leafless, damp winter's day that never changed, whether June came, or April or August, no matter, it never changed".

Twee van de vijf verhalen zijn kortom gewoon goed, en het slotverhaal is heel goed. Hoe zijn dan de twee nog niet genoemde verhalen, het titelverhaal en "Triumph over the grave"? Nou, die zijn naar mijn smaak niet minder dan grandioos. Ik las ze beide ademloos, helemaal gegrepen door een ongrijpbare plot, helemaal geabsorbeerd door een onnavolgbare en ogenschijnlijk volkomen arbitraire opeenvolging van ongrijpbare beelden, en ik kon alleen maar mompelen "mijn hemel, wat onbegrijpelijk goed!". Het enige dat ik weet is dat ik totaal overweldigd werd door dit proza, maar ik heb geen idee hoe Johnson dat flikt. Hoe werkt het titelverhaal bijvoorbeeld? Het begint met een hoofdstukje getiteld "silences", dat bestaat uit een opeenvolging van scenes die op zichzelf te bizar zijn om te snappen en die ook geen samenhang hebben. Over iemand met tourette. Over iemand die in een oorlog zijn been verloren heeft en die graag wil dat iemand zijn stomp kust. "He said that the most silent thing he'd ever heard was the land mine taking off his right leg outside Kabul, Afghanistan", wordt al voor dit onorthodoxe verzoek gezegd. En ja, iemand die een geamputeerd been wil laten kussen..... Daar wordt een mens stil van, dat beneemt hem alle woorden, daardoor sta je ook als lezer sprakeloos met je bek vol tanden. Vooral als dat wordt beschreven met Johnsons ongehoord trefzekere pen. Na dat tafereel volgen nog wat meer zulke "silences", nog meer zulke taferelen die juist door hun bizarre ongerijmheid ook doordesemd zijn van verstilling. En dan ineens zegt de ik- figuur: "This morning I was assailed by such sadness at the velocity of life - the distance I've traveled from my own youth, the persistence of the old regrets, the new regrets, the abilty of failure to freshen itself in novel forms - that I almost crashed the car". Dat zijn dus van die zinnen waar ik even he-le-maal paf van sta. Helemaal raak. Totaal effectief in het overbrengen van een even onontkoombare als niet uit te leggen treurnis. En extra effectief omdat voor en na die zin niets wordt uitgelegd. Want de aanloop tot die zin bestaat immers alleen uit ongerijmde "silences". En het vervolg bestaat alleen uit raadselachtige beelden. Bijvoorbeeld dat de ik- figuur als volgt een telefoon opneemt: "As soon as I touched the receiver I wondered if I'd regret this, if I was holding a mistake in my hand and saying "Hello" to it".

Waarom heeft het titelverhaal, en dus ook de bundel als geheel, trouwens de titel "The largesse of the sea maiden"? Waar komt die gulle en vrijgevige zeemeermin vandaan? Welnu, ook hier toont Johnson zich weer de meester van het verstilde, verstillende en ongerijmde beeld. Ook hier weer blijkt dat hij eigenlijk proza schrijft zoals een dichter dicht: niet verhalend, maar nevenschikkend in beelden, werkend met onbestemde stemmingen, even ongrijpbaar als treurige muziek. Op enig moment in het verhaal weten we, via een raadselachtige verhaalflard, dat de hoofdpersoon meer dan eens doelloos en met een stemming vol leegte door straten dwaalt. In zijn kamerjas, vreemd genoeg. Op enig moment daarna zegt hij dat hij nu langer leeft in het heden dan dat hij kan verwachten nog te leven in de toekomst. En meteen daarna zegt hij, zonder uit te leggen hoe hij van die uitspraak naar de nu volgende komt: "Once in a while I lie there, as the television runs, and I read something wild and ancient from one of several collections of folk tales I own. Apples that summon sea maidens, eggs that fulfill any wish, and pears that make people grow long noses that fall off again. Then sometimes I get up and don my robe and go outinto ourquiet neighborhood looking for a magic thread, a magic sword, a magic horse". Ziedaar de gulle zeemeermin uit de titel: ze bestaat niet, ze is alleen de desolate droom van iemand die naar haar magische verschijning snakt maar er zelf niet eens echt in gelooft. En de treurnis van DAT motief wordt voor mij extra treurig en pregnant omdat dit alleen verstild, tussen de regels door wordt gezegd. Alsof uitleg onmogelijk is. Alsof desolaatheid en ontroostbare treurnis zo onontkoombaar zijn dat ze aan elke poging tot uitleg of begrip ontsnappen. Alsof stilte het enige is dat nog past.

Zo werkt Johnsons onnavolgbare proza dus als hij in topvorm is. En die topvorm laat hij naar mijn smaak in twee verhalen zien: "The largesse of the sea maiden" en "Triumph over the grave". Bij het eerste verhaal heb ik een tot falen gedoemde poging gedaan om nog iets over te brengen van de ongrijpbare sfeer en de geniale stijl. Bij het tweede verhaal kies ik voor zwijgen in bewondering.

Mijn hemel, wat was die Denis Johnson soms toch vreselijk goed. Ik moet nodig meer gaan lezen van die man, en ik moet toch echt "The tree of smoke" herlezen en misschien ook wel "Jezus' son".

Reacties

Meer recensies van Nico van der Sijde

Boeken van dezelfde auteur