Lezersrecensie

Twee korte verhalen met lange zinnen


Nico van der Sijde Nico van der Sijde
23 mrt 2019

Als Krasznahorkai- fan genoot ik van "The Last Wolf & Herman", een klein boekje waarin een oud verhaal (Herman, 1986) en een veel nieuwer verhaal (The Last Wolf, 2009) zijn vertaald en gebundeld. Ook dit boekje was weer vol van dat meanderende, ongehoord intense proza waar Krasznahorkai het patent op heeft. En ook nu wordt de ademloosheid over het onbegrijpelijke en redeloze bestaan weer onderstreept door die zo kenmerkende ellenlange Krasznahorkai-zinnen, waar de koortsachtig voortrazende verteller geen punt achter kan of wil zetten, omdat hij door zijn verbijstering niet tot een conclusie kan of wil komen.

De intense zinnen in "Herman" draaien dus vaak maar door en door en door, en lijken soms van geen ophouden te weten. Ook al zijn ze, voor Krasznahorkais doen, soms nog vrij bondig en conventioneel. En "The Last Wolf", een verhaal van 76 bladzijden, bestaat zelfs uit maar één in zichzelf rondkolkende zin. Die maar doorratelt en doorratelt over hoe de wolven in Extremadura op onbegrijpelijke wijze uitstierven. In die zin staat bovendien dat de hoofdpersoon dit verhaal eindeloos zal blijven herschrijven, in zijn koortsachtige hoofd. Alsof de zin die we nu lezen nog oneindig vele malen hernomen en aangepast zal worden. Zodat de punt aan het einde een puur voorlopige punt is. Zelf vind ik die lange zinnen heel meeslepend, door hun ademloosheid en hun intense geobsedeerdheid. En door hun bizarre kronkels, hun melancholie, hun filosofische diepgang, hun zwartgallige humor, en hun glimpen van onbevattelijk inzicht. Opmerkelijk genoeg zijn ze bovendien goed leesbaar. Als je maar met volle aandacht leest, en goed let op de details. En als je jezelf maar overgeeft aan proza dat als stromend lava op je afkomt.

Het boekje is nogal apart vormgegeven. Zowel op de voorkant als de achterkant staat een titel. Maar niet dezelfde Op de ene kant staat namelijk "The Last Wolf" en op de andere "Herman". Maar wat is eigenlijk de voorkant, en wat is de achterkant? Bovendien, als je de andere kant van het boekje wil zien moet je het niet alleen omdraaien, maar ook op zijn kop draaien. Je kunt beginnen bij "The Last Wolf" of bij "Herman": die keuze is arbitrair, dus het boekje heeft niet één begin. En als je het ene verhaal uithebt zie je, op de tegenovergelegen bladzij, het einde van het andere verhaal. Maar dan op zijn kop. Een boekje dus zonder duidelijk begin, en zonder duidelijk einde. In welke volgorde je beide verhalen ook leest. Sommige mensen zullen dit gratuite Spielerei vinden, maar zelf vond ik het aardig bedacht. Ook vond ik het goed passen bij de verhalen zelf, waarin de personages dolen zonder duidelijke koers. En de beide verhalen hebben evenmin een duidelijk einde of begin. Bovendien is het ene verhaal ook inhoudelijk de keerzijde van het andere. Zowel in "Herman" als in "The Last Wolf" wordt namelijk verbijsterd georeerd over het doden van dieren. Maar beide verhalen doen dat op geheel andere wijze. En ze vergroten daarmee elkaars raadselachtigheid.

Ik begon met "Herman", het oudste verhaal. Dat gaat over de jachtopziener Herman. Die excelleert aanvankelijk in het vangen en doden van dieren. Maar vervolgens wordt hij bevangen door adembenemend beschreven nachtmerries en groteske spookbeelden. En door snijdende compassie en woedende wroeging. Zodat hij de dood van al die dieren met bruut geweld wil wreken. Dit verhaal wordt echter op twee verschillende manieren verteld. Herman is namelijk in twee verhalen gesplitst: "The game warden" en "The death of a craft". Verhalen die qua stijl en vertelperspectief sterk verschillen. Ook komen diverse details niet overeen. Door de meanderende en haperende zinnen kreeg de lezer al de indruk dat er een verhaal wordt verteld dat nauwelijks te vertellen is. Maar dat wordt nog versterkt doordat Herman bestaat uit twee verschillende, elkaar soms tegensprekende versies. Die allebei raadselachtig zijn, maar op een verschillende manier.

Wel draait "Herman" in beide versies vooral om irrationeel geweld en redeloze moordlust. Maar ook om compassie met alle dieren die wij zonder scrupules ombrengen. En om het vergeefse maar onblusbare verlangen naar een voorgoed verloren paradijselijke onschuld, waarin jagen en gejaagd worden nog niet bestond. Al deze thema’s leiden bovendien tot bodemloze overpeinzingen, en tot onoplosbare en woedende worstelingen in Hermans hoofd. Zodat hij volkomen bezeten raakt van een even woeste als vergeefse razernij. En vanuit die razernij komt hij met moordend en bloedig geweld in opstand tegen heel de mensheid. Dat maakt hem tot een tragische held. De manifeste vergeefsheid van die opstand maakt hem echter ook tot een Don Quichot die tegen windmolens vecht. En door zijn excessieve woede is hij een heel dubbelzinnige figuur. Maar vooral een ongrijpbare figuur, want hij verandert voortdurend van gedaante, en hij blijft een raadsel. Een mysterie waarover kennelijk alleen in verschillende versies en in ongrijpbare zinnen gesproken kan worden. Soms lijkt het zelfs onduidelijk of Herman wel echt bestaat. Want misschien is hij een uit onbewuste angsten geboren spookbeeld, en geen bestaande persoon.

Het andere verhaal, "The Last Wolf", is een woordenstroom van een gedesillusioneerde en verpauperde intellectueel. Die zijn filosofische en existentiële verbijstering over de wereld op intense en bodemloos diepzinnige wijze verwoordt. Dat doet hij in een desolate, lege bar, met een al even desolaat uitzicht, door een niet minder desolate ruit. Die woordenstroom is, zoals ik al zei, een ellenlange meanderende zin van 76 bladzijden. Maar het is in feite een monoloog van de hoofdpersoon, die door een naamloze verteller in de hij- vorm wordt geparafraseerd. Die geparafraseerde monoloog meandert nog extra door de vele uitweidingen van de verteller over de troosteloze bar, en de al even troosteloze barman. Zodat de troosteloosheid van de verteller en die van de hoofdpersoon elkaar versterken. Maar vooral opvallend zijn de intens zwartgallige en ongrijpbare reflecties op "a time before thinking stopped, though that was a time beyond expression now, or was expected to employ such remnants of thought as remained, remained, that is, after the thinking ended which necessarily meant silence again since the language at his disposal was no longer capable of giving form to subjects that could not be fixed because it had gone full circle".

In deze reflecties probeert de hoofdpersoon om de volstrekte betekenisloosheid van alles, die per definitie niet in woorden is te vangen, toch met woorden te omcirkelen En dat doet hij ook in onnavolgbare uitspraken over de onbegrijpelijke, betekenisloze en walgelijke futiliteit in het hart der dingen: "the point at which he first understood the way things were and knew that any sense we had of existence was merely a reminder of the incomprehensible futility of existence, a futility that would repeat itself ad infinitum, to the end of time and that, no, it wasn't a matter of chance and its extraordinary, inexhaustible, triumphant, unconquerable power working to bring matters to birth or annihilation, but rather the matter of a shadowy demonic purpose, something embedded deep in the heart of things, in the texture of the relationship between things, the stench of whose purpose filled every atom".

De hoofdpersoon van "The Last Wolf" loopt hier volkomen leeg in sprakeloosheid en verbijstering. En dat doet hij vooral vanwege de onbegrijpelijk bizarre uitroeiing van alle wolven in Extremadura. Waarbij het sterven van de laatste wolf bovendien werd veroorzaakt door idioot en ongehoord stompzinnig toeval. De verlammende verbijstering over dit alles wordt benadrukt door formuleringen als “thinking stopped” , “beyond expression”, en “the language […] was no longer capable of giving form to subjects”. Maar die verbijstering toont zich ook door de grillige ontsporingen van de monoloog. Want deze manische monoloog hapert, hakkelt en kronkelt steeds meer. Dat gebeurt uit pure ontzetting. Niet alleen ontzetting over de uitroeiing van alle wolven, maar vooral over de verbijsterende redeloosheid van die uitroeiing. Volgens de hoofdpersoon is die redeloosheid bovendien onlosmakelijk verbonden met de redeloosheid van heel het bestaan. En met een “shadowy demonic purpose, embedded deep in the heart of things”, die hem van totale walging vervult. Een wereld waarin wolven op zo’n redeloze wijze uitsterven is immers van elke zin verstoken. In zo’n zinloze wereld dringt “the incomprehensible futility of existence” zich onontkoombaar op. En exact dat besef wordt uitgeschreeuwd en uitgejankt. In woorden die ook zelf steeds radelozer, redelozer en onbevattelijker worden.

Het totaal paf staan vanwege de redeloosheid en zinloosheid van het bestaan keert voortdurend terug in de stijl. Dat gebeurt niet alleen in "The Last Wolf", maar ook in "Herman". Want Krasznahorkais zinnen draaien steeds om intense, maar nauwelijks benoembare ervaringen van verbijsterd niet- begrijpen. En die zinnen roepen die ervaringen vooral ook op, door hun intensiteit en hun grillige verloop. Ze slepen je mee in een gevoel van verbazing, door zelf voortdurend verbazend te zijn. De zinnen zijn bovendien sterk desoriënterend en erg vervreemdend. Wat naadloos aansluit op het gevoel van de personages dat zij volkomen zijn vervreemd van onze zo onbegrijpelijke wereld.

Er zijn niet veel schrijvers die zo goed de ervaring kunnen overbrengen dat de taal verstomt en dat het denken alle greep op de dingen verliest. En ook in dit boekje lukt dit Krasznahorkai weer uitstekend. Bijna alle in het Engels of Nederlands vertaalde Krasznahorkais heb ik nu met plezier gelezen. En toekomstige nieuwe vertalingen van die man koop ik ongezien!

Reacties

Meer recensies van Nico van der Sijde

Boeken van dezelfde auteur