Lezersrecensie
Een oceanisch meesterwerk
Michail Sjisjkin is een geweldenaar: hij heeft alle belangrijke Russische literatuurprijzen gewonnen en hij wordt ook elders in de wereld zeer geprezen. En volkomen terecht, vind ik. Hij schrijft ongelofelijk originele en rijke boeken, die enorm grillig en subtiel in elkaar zitten, en die ik zelf steeds twee keer lezen moet om alle nuances goed te kunnen proeven. Een paar jaar geleden werd ik helemaal weggeblazen door "Onvoltooide liefdes": een roman in liefdesbrieven, waarin een van de geliefden doorschrijft na zijn dood. Nu werd ik weer omvergeblazen door "Venushaar": eerder geschreven, later vertaald, en ook weer verbijsterend goed. Een labyrinth van verhalen in verhalen waar je helemaal in verdwaalt; een duizelingwekkend spiegelpaleis van motieven die zich vermengen en vermenigvuldigen zodat je de rode draad soms volkomen verliest; een gigantisch tableau waarin beelden zich vermengen en waarin grenzen van tijd en ruimte totaal worden overschreden; en dat alles van duizelingwekkende schoonheid. Pas na twee keer lezen (steeds vlijtig markerend en notities makend in mijn ereaderversie) kreeg ik er enige greep op: het is dus wel een boek dat extra geconcentreerde aandacht verdient en zich niet makkelijk prijs geeft. Maar het is vooral ongelofelijk prachtig: bij de eerste keer lezen vond ik het verwarrend maar ook fascinerend rijk, en bij de tweede keer lezen raakte ik helemaal euforisch.
Het boek bestaat uit meerdere elkaar beurtelings afwisselende verhaallijnen, die zelf al vol zitten met verrassende zwenkingen en verbazingwekkende beelden, en dan nog vaak in elkaar overlopen ook. Hoofdpersoon en belangrijke bron van deze verhaallijnen is een Russische tolk, wonend en werkend in Zwitserland (net als Sjisjkin zelf). Een van de verhaallijnen draait dan om gesprekken met asielzoekende Russiche vluchtelingen: hun doorgemaakte verschrikkingen, hun angsten, hun paniek, hun nachtmerrieachtige visioenen, hun levensverhalen en hun leugens. De tolk staat vol onmacht tegenover deze verhalen, omdat hij weet dat de asielaanvragen zullen worden afgewezen: daardoor, en door de terreur waarvan deze verhalen zijn doordesemd, maakt dat hij die verhalen beleeft als hallucinatoire droom met een steeds surrealistischer wordend ritme van 'vraag' en 'antwoord'. Waarbij op een gegeven moment de antwoorden vragen worden en de vragen antwoorden, en waarin de verhalen, die door hun extreme karakter op zichzelf toch al volkomen fantasmagorisch waren, echt totaal uit de bocht vliegen omdat ze vermengd raken met koortsachtige fantasie van o.a. de tolk zelf. En dan kan het gebeuren dat een verhaal over beestachtige taferelen rond Grozny vermengd wordt met de wereld van oud-Griekse zwervende soldaten waar Xenofon over schreef, of dat belevenissen van een Russische politieagent vermengd raken met taferelen uit werken van Poe, Agatha Christie, Gogol, Dostojewsky, of dat het wanhopige verhaal van een Russische soldaat aan het Tsjetsjeense front vermengd raakt met Bijbelse taferelen of prachtig vertelde mythen van oude Sovjetrussiche volkeren. Zo ontstaat een totale polyfonie van uiteenlopende stijlen en stemmen, vol gruwelijkheden, maar - vooral door de ongehoord poetische pen van Sjisjkin- ook vol van werkelijk verbijsterende schoonheid.
En dit is dus nog maar een van de verhaallijnen, of liever: een van de lijnen die zich steeds in verschillende verhalen vertakt en splitst. Daarnaast is er nog de verhaallijn die bestaat uit (fictieve) dagboekfragmenten en brieven van een (werkelijk bestaande) Russische zangeres uit de eerste helft van de 20e eeuw. Ook zij is omringd met oorlogsgeweld (de eerste wereldoorlog, de Russische revolutie, de Stalinterreur), en dat kiert ook door haar notities heen. Maar veel opvallender dan dat is hoe zij blijft snakken naar liefde en schoonheid en vervoering: liefde voor allerlei mannen uiteraard, maar vooral het euforische gevoel om als zangeres zich in totale liefde over te geven aan het voltallig publiek en op haar beurt te worden ondergedompeld in hun totale liefde. Totaal bakvisachtig, totaal naief, maar toch ontroerend en zelfs bewonderenswaardig: dit naieve geloof in schoonheid en kunst is voor haar het enige weermiddel, hoe onvolkomen ook, tegen al de omringende ellende en dood. Dat naieve geloof loopt dan ook weer over in de eerder genoemde verhaallijn van de tolk: ten eerste omdat hij deze fragmenten verzameld heeft, uit een soort nostalgisch heimwee naar de tijden die hij met deze zangeres associeert, maar ook omdat hij in zijn 'vraag-antwoord' verhalen zich zo gevoelig toont voor de rijkdom die alleen literatuur en verbeeldingskracht kan bieden. Een van die 'vraag- antwoord' verhalen is bovendien (anders dan de andere) geen verhoor, maar een dialoog tussen twee voormalig geliefden over nieuwe onconventionele vormen van schoonheid en liefde. Zij wordt door hem liefkozend 'kikkerprinses' genoemd, vanwege haar vanuit conventioneel oogpunt niet heel fraaie stukje kikkerhuid: de koosnaam 'kikkerprinses' is volgens mij daardoor ook een mooie eigenzinnige variant op het sproojesmotief van de kikker en de prins. En prachtig aan die dialoog is ook hoe de kikkerprinses, als ze denkt aan liefde en vervoering, vooral droomt van dat ene moment dat ze aan zee lag, zich door de zee overstroomd voelde worden, en voor even dacht dat ze de hele wereld en alle schepselen kon inhaleren. Dus dat zij de hele wereld in al zijn verscheidenheid inademde en indronk.
Zo gaat dat dus in dit boek: via de verhaallijn van de zangeres kom je weer terecht in de rijkelijk zich vertakkende eerdere verhaallijn van de tolk, waaruit dan weer een volgende verhaallijn ontstaat over twee geliefden. En deze verhaallijnen volgen elkaar niet netjes op, welnee: ze volgen elkaar in een onvoorspelbaar ritme op, zodat je terechtkomt in een kakafonie van door elkaar verweven verhaallijnen die steeds afbreken, elkaar afwisselen, weer hernomen worden en in elkaar overlopen. En ik heb nog lang niet alle verhaalijnen genoemd. Er is ook nog het verhaal - afwisselend in ik-vorm en hij-vorm- over de treurige liefde van de tolk voor Isolde (weggelopen uit het Tristan en Isolde verhaal) en zijn mijmerende wandelingen door Rome, een oord dat allerlei meeslepende visoenen oproept uit verschillende tijden en ruimten, en waarin de tolk ervaart dat hij niet alleen zichzelf is maar ook nog vele anderen. Er zijn ook de niet-verzonden brieven van de tolk aan zijn zoon, van wie hij gescheiden leeft: brieven vol mythologie en referenties aan klassieke literatuur. En zo zijn er nog meer lijnen, die zich ook steeds vertakken. Je vergaapt je in dit boek kortom aan de verhalen en aan hoe die verhalen elkaar afwisselen en in elkaar overlopen. Die verhalen zijn binnen zichzelf vaak al grenzeloos: ik heb al laten zien hoe Tsjetsjenen soms oude Grieken treffen, die weer in mythische taferelen terechtkomen, die weer in Bijbelse tijden terechtkomen, en terug. Maar ze lopen ook nog in elkaar over, doorkruisen dus hun eigen grenzen. In een van de vraag-antwoord verhalen bijvoorbeeld speelt het verhaal van Nemo een rol, de man die mensen kon redden met een duikboot. In nog weer een ander verhaal maakt een klein jongetje een bootje van zeep, en droomt hij dat hij kapitein Nemo is die mensen redt. In het verhaal van de zangeres is er een romanschrijver die een mooie fantasie heeft: hoe een gevangene met een lepel een bootje etst in zijn gevangenismuur, en wegvaart met dat bootje. Mijn romans zijn dat bootje, zegt de schrijver dan: zijn kunst transporteert hem buiten de gevangenis van de zo deprimerende realiteit. En verdomd als het niet waar is: in twee geheel andere verhaalijnen vaart ineens datzelfde bootje langs, met de lepel van de gevangene er nog in. Het bootje, die sprookjesachtige metafoor, vaart dus verschillende verhalen binnen, en gaat dwars door alle grenzen heen .....
Die grensoverschrijdende verbeeldingskracht is wat deze roman zo meesterlijk maakt, en het is tegelijk volgens mij ook de thematiek van deze roman. In ons dagelijks leven stoten we steeds op grenzen van lelijkheid en dood, en zitten we ook vast aan patronen en hokjes, maar in onze verbeelding kunnen we daar tenminste voor even aan ontsnappen. In werkelijkheid kan ik niet ontsnappen aan de dood en kan ik niet wegvaren met een getekend bootje, maar in de verbeelding kan dat wel. In de wekelijkheid zit ik steeds vast aan een bepaalde tijd en ruimte, maar in de verbeelding kun je alle grenzen van tijd en ruimte overstijgen. Dat is volgens mij de boodschap van deze roman, die overtuigend gedemonstreerd wordt door zijn vorm. En dat wordt allemaal nog versterkt door Sjisjkins prachtige stijl en aandachtige blik. Als normale burgerman valt mij niet eens op dat er op een boom een kever loopt, maar Sjisjskin ziet dat kevertje wel en maakt er een sprookje van: "een kevertje had lettertekens gekrabbeld, waarin het zijn keverleven beschreef en die nooit door iemand gelezen zouden worden". Zoals hij ook het volgende schrijft: "toen stonden we te kijken hoe een paard onder een appelboom haar lippen tuitte naar een appel en hoe de wolk die overdreef haar van kleur deed veranderen". En verderop wordt gezegd dat "de tijd wordt gemeten aan de veranderde kleur van een paard dat haar lippen tuit naar een appel", omdat de tijd "met ongelijkmatige steek" een veelheid van vluchtige en minder vluchtige taferelen aan elkaar naait, die doorlopend van betekenis kunnen veranderen. In het normale leven vinden we het al lastig om ons ik te definieren, maar personages bij Sjisjkin hebben daaraan niet genoeg: ze zijn ook hun vader, hun moeder, de vele boeken die ze hebben gelezen, de vele herinneringen waaruit ze bestaan. "De ziel heeft meer plooien dan het leven van alledag vereist", zegt iemand, en hij wil AL die plooien ervaren en doorgronden, en ook allemaal tegelijk. De wereld binnen en buiten ons is kortom een ongelofelijk rijk, grenzenloos en raadselachtig veelvoud, met vele dimensies die wij niet tegelijkertijd kunnen zien. Maar Sjisjkin legt zich daar niet bij neer: hij wil dit veelvoud TOCH laten zien, door de enorm polyfone structuur van zijn boek en door de poetische aandachtigheid van zijn stijl.
Een oceanisch meesterwerk dus, dit boek. Een roman over liefde, dood, verlangen naar schoonheid, vervoering, de kracht van de verbeelding, en nog veel meer. Een boek dat op prachtige wijze vol zit met geschiedenis en Russische en klassieke literatuur. Een boek vooral dat de hele wereld probeert te inhaleren in al zijn verscheidenheid en veranderlijkheid. Een boek dat zich aan geen enkele grens stoort, daardoor volkomen mateloos is, en mij enorm heeft opgevrolijkt en geinspireerd. Ik hoop dat Sjisjkin nog veel meer schrijft, en dat alles van hem wordt vertaald!