Lezersrecensie

Net zo meesterlijk als Tsjechow, maar veel grotesker


Nico van der Sijde Nico van der Sijde
14 mrt 2016

Volgens sommige enthousiaste lezers heb je aan de oude Russen voor je leven genoeg. Wie weet. Zelf ben ik in elk geval zwaar idolaat van Tolstoj, Dostojevsky, Gogol, Toergenjev, en misschien nog wel het meest van Tsjechov. En de nieuwe vertaling van al Babels verhalen, een iets minder klassieke Rus die ik kreeg voor mijn 54e verjaardag, vond ik zeker zo prachtig. Even trefzeker als Tsjechov, even briljant in het bijna terloops neerzetten van een sfeerbeeld dat een heel mensenleven omvat. Maar ook vele malen intenser, grotesker, gruwelijker, kleurrijker, heftiger.

Het is niet te geloven hoe Babel hele werelden van passie oproept met uiterst gecondenseerde zinnen, waarin geen woord te veel staat en waarin alle emotie alleen 'tussen de regels door' is te lezen. Hij is zonder meer de kampioen van het 'schrijven is schrappen' en de keizer van het suggestieve sfeerbeeld. Het is ook niet te geloven wat voor barokke beeldenpracht Babel bedenkt om de gruwelen en heftige taferelen te schilderen van de Pools-Russische oorlog en van de gewelddadigheden van de Russische revolutie. Hij is zonder meer de kampioen van de groteske uitvergroting en de hyperbool, de schrijvende evenknie van Goya of Jeroen Bosch. Maar het meest ongelofelijk vind ik nog wel hoe hij die twee stijlkenmerken combineert: hoe hij dus erg gecondenseerde zinnen schrijft die tegelijk bulken van groteske uitvergroting. Kan niet, zou je denken. Maar bij Babel is het gewoon zo. En het werkt. Grandioos. Ook inhoudelijk zijn Babels verhalen rijk aan contrast en kleur. Veel verhalen spelen in Joodse gangstermilieus, of in vervallen Joodse buurten in het even smerige als exotische Odessa. Prachtig hoe Babel tegelijk de misere en de grandeur van deze Joodse milieus oproept: de rabbijnen in hun vervallen grootsheid, de totaal vergeten Joodse wetboeken met hun roemrijk verleden, de 'Luftmenschen' met al hun onnozelheid en excentrieke beminnelijkheid, de stjtetls met hun verstikkende geborgenheid, de Joodse gangsters met al hun wreedheid en kleurrijke glorie. Dat alles dan bekeken door een buitenstaander, die zich tussen de regels door vooral verwondert.

Vanuit een soortgelijk buitenstaandersperspectief wordt vaak ook gekeken naar het redeloze geweld van de Pools-Russische oorlog en de Russische revolutie. Een revolutie die bevrijding beloofde, o.a. van het verstikkende Joodse milieu, maar uiteindelijk alle beloften verraadt. Dit in een orgie van geweld waar de verteller steeds met verbazing, afschuw en fascinatie naar kijkt. En vooral met nieuwsgierigheid, met het open oog van iemand die alles wil zien. Dus ook alle eerloosheid, wanhoop, angst, desillusie, redeloosheid en lafheid. Maar ook de toevallige schoonheid van een zonsondergang boven een met lijken bezaaid slagveld, of de bijna symbiotische liefde tussen een Kozak en zijn paard. Het redeloze oorlogsgeweld is een even fascinerend als verontrustend raadsel, en bij Babel kijk je dit raadsel recht in het gezicht. Verhalen dus vol kleur en contrast, vaak vol gruwel en geweld ook, opgeschreven in een stijl die uiterst gecondenseerd is en tegelijk hyperbolisch grotesk. De verhalen zijn steeds kort (5 pagina's max), maar je kijkt bij elk verhaal uren lang je ogen uit. Je leest niet elke dag over een maan die "als een baldadige steekvlam uit de hemel steekt", en ook niet over een zon die "als een afgeslagen hoofd" langs de horizon rolt. Een van veel geweld doordrenkt verhaal gaat ineens even weemoedig als verstild verder met "We werden door eendere hartstochten gedreven. We keken allebei naar de wereld als naar een weiland in mei, een weiland waarover vrouwen lopen, en paarden". De treurnis van een vernielde Joodse stadswijk wordt afdoende opgeroepen in een enkele zin: "Ik voelde de dodelijke kilte van al je oogkassen, volgelopen met bevroren tranen". Een jongetje dat zijn hele leven van duiven heeft gedroomd verliest die duiven door redeloos geweld in een pogrom. Die verschrikking en desillusie vat Babel dan in een enkele, even terloopse als groteske zin: "Een tere duivedarm kroop over mijn voorhoofd, en ik sloot mijn nog niet volgelopen oog om de wereld die zich voor me ontvouwde niet te zien". Een verhaal over een met gedesillusioneerde verliezers gevulde bibliotheek in oorlogstijd eindigt met: "Achter de brede ramen warrelt zachte sneeuw. Vlakbij, op de Nevski, bruist het leven. Ver weg, in de Karpaten, vloeit bloed. C'est la vie".

Ik zou uren kunnen doorgaan met citeren, maar het heeft geen zin: voor het volle effect moet je de zinnen zien in de volle inbedding van de verhalen zelf. Babels meeste zinnen zijn op zichzelf spectaculair prachtig, maar worden nog veel rijker door de zinnen waarmee ze zijn omringd. Dus ik heb maar een advies: lees Babel, lees hem langzaam en aandachtig, verbaas je, en geniet.

Reacties

Meer recensies van Nico van der Sijde

Boeken van dezelfde auteur